Jaloezie
Bij Numeri 11,24-29 en Marcus 9,38-50 De leerlingen vonden het pijnlijk, de les die Jezus hun zo overduidelijk leerde. De zinsnede ‘ontvangen in mijn naam’ (Marcus 9,37 – evangelie van […]
Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.
Bij Numeri 11,24-29 en Marcus 9,38-50 De leerlingen vonden het pijnlijk, de les die Jezus hun zo overduidelijk leerde. De zinsnede ‘ontvangen in mijn naam’ (Marcus 9,37 – evangelie van […]
Bij 1 Korintiërs 9 Ze zijn er altijd. Mensen die precies weten hoe het moet. Namelijk zó en niet anders. En die als je het wel anders doet, beslist zullen […]
Bij Micha 4,1-5 en Johannes 21,15-24 In de profetie van Micha wordt een onderscheid gemaakt tussen de paden die bewandeld worden door hen die opklimmen naar de berg vanwaar de […]
Bij Matteüs 17:14-20 (genezing en de gelijkenis over het mosterdzaadje) Gesprek Leg op een tafel wat schilderspullen onder een kleed: penselen, verf, een blok aquarelpapier en dergelijke. Als voorganger vraag […]
Laat zien en praat erover Mosterdzaad, sterrenkers, zwembandjes, speelgoedautootje, puzzelstukjes van een 1000-stukjes-legpuzzel, ingrediënten van een ingewikkelde taart. Wat kan er uit deze dingen groeien of ontstaan? Wat moet je […]
Bij Marcus 1,40-45 Eerst had Marit een akelige keelontsteking. Toen die over was, bleef ze verhoging houden en bleef ze hangerig. De dokter liet haar bloed onderzoeken. Hij constateerde de […]
Bij Lucas 2,21 Een naam krijg je niet zomaar. Daar is door je ouders vaak lang over nagedacht. Sommige namen hebben een speciale betekenis, andere namen niet. Om het eens […]
Marcus verkondigt dat in Jezus het Rijk Gods naderbij is gekomen. Hierbij duidt hij heel Jezus’ leven als in lijn met hoe God is en beschreven wordt in Tora, Profeten en Geschriften. De God die Jezus predikt geeft brood aan de hongerigen (Ps. 146,7) en opent de ogen van de blinden (Ps. 146,8), en zo handelt ook Jezus zelf (Marc. 6,30-44; 8,1-9.22-26; vgl. de Dienaar van JHWH in Jes. 42,7). Dit is ook het teken dat Gods Dag aangebroken is (vgl. Jes. 35,5-6).
Het gezamenlijke thema van alle drie de teksten van deze eerste zondag van de Advent is ‘tijd’. En dan niet tijd om de duur van iets te meten, maar tijd in de zin van ‘tijdvak’ of ‘tijdperk’, telkens met bepaalde kenmerken en een specifieke waarde en betekenis. De twee nieuwtestamentische teksten getuigen van de christelijke overtuiging in een bijzondere tijd te leven; de oudtestamentische tekst geeft uitdrukking aan de hoop die verbonden is met de ‘laatste’ tijd, een tijd waarin de Eeuwige alleen het voor het zeggen heeft.