Wat zal de Sjoelammitische liefde haar geliefde geven?
Bij Hooglied 7,1-8,4[1] Telling BHS/LXX/NBV/WV/NBV; in (H)SV/NBG: Hooglied 6,13-8,4. In het Hooglied treden twee hoofdpersonen op: een ‘zij’, ‘de Sjoelammitische’ (7,1) en een ‘hij’, ‘mijn geliefde’ (Hebr.: dodi, van dezelfde […]