Gods Geest: onze afhankelijkheid
Bij Numeri 11,24-29, Marcus 9,38-50 en Jakobus 4,11-17 Deze drie teksten benadrukken dat we Gods werk en de toekomst niet kunnen overzien en roepen zo op tot een houding van […]
Bij Numeri 11,24-29, Marcus 9,38-50 en Jakobus 4,11-17 Deze drie teksten benadrukken dat we Gods werk en de toekomst niet kunnen overzien en roepen zo op tot een houding van […]
Bij 2 Koningen 5,1-3(4-8)9-15b en Marcus 1,40-45 In beide lezingen staat het genezen worden van melaatsheid (‘huidvraat’) centraal. Zowel Naäman als de man die naar Jezus ging ont- vangen genezing, […]
Bij Numeri 6,22-27, Psalm 8 en Lucas 2,21 Er zijn verschillende adressanten van een zegen. Eén daarvan is God. Voor het eerst komt deze vorm voor in Genesis 9,26. Waar […]
Bij Joël 2,12-19 en Matteüs 6,1-6.16-21 Beide bijbelgedeelten gaan over inkeer met heel je hart. Het gaat niet om uiterlijkheden, maar om het weten dat Gods ogen op ons rusten. […]
De prille relatie tussen God en de Israëlieten gaat stuk wanneer zij het gouden kalf gieten en aanbidden. Veertig dagen en nachten waren voor hen genoeg om af te glijden in de wanhoop van identiteitsloosheid en totale verlatenheid. De eigenlijke ‘zonde’ is het dansen. Volgens Avivah Gottlieb Zornberg drukt het pulseren van de dans een onmetelijke behoefte uit om met een ander in ultieme harmonie te versmelten.
Bij Handelingen 5,12-25 Het lezen van Lucas’ bericht over de jonge kerk is steeds opnieuw een uitnodiging of uitdaging voor kritische zelfreflectie. Wat een elan, wat een moed en doorzettingsvermogen, […]
‘Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’ Het Griekse gar (= ‘want’) in de eerste zin van ‘de gelijkenis van de gelijke beloning’ (Matteüs 20:1-16) verwijst naar deze woorden uit Matteüs 19:30, die op hun beurt weer de afsluitende opmerking vormen van Jezus’ antwoord op een vraag van een jongeman in de voorafgaande perikoop. Deze vroeg aan Hem: ‘Meester, wat voor goeds (Gr.: ti agathon) moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’ (19:16). Maar Jezus keert die ‘wat-vraag’ om naar een ‘wie-vraag’: Wie is goed en aan wiens geboden moet je je houden?
Het beeld van God die als rechter over je oordeelt, is vaak een bron van angst. Maar Stephan de Jong wordt liever door God beoordeeld dan door anderen of zichzelf. […]
Bij Genesis 1,1-2,4a Tohoe wa bohoe. Verbazingwekkend leeg. Rasji vertaalt tohoe met ‘verbazingwekkend’, iets waar je met groot ontzag voor staat. Volgens het rabbijnse woordenboek van Jastrow betekent het woord […]