De mystieke binnenkant van Advent en Kerst
Advent en Kerst volgens De tempel van onze ziel
In de ziel is het altijd Kerst, Goede Vrijdag en Pasen tegelijk, voortdurend vaart ze ten hemel en stort ze zich uit in geestelijke kracht en vreugde. Ons lichamelijke bestaan is daar nog niet van doordrongen. Daartoe heeft het het ritme van de kerkelijke feestdagen nodig, van het liturgische jaar. Zo betoogt het boekje De tempel van onze ziel.
Het kerkelijk of liturgisch jaar is geënt op het leven van Jezus die zelf de spirituele weg van het christendom is. Tegelijk is de diepte van deze kerkelijke traditie veelal onbekend. Het is een jaarlijkse pelgrimage, toegankelijk voor iedereen. In alle religies wordt de geestelijke of spirituele dimensie van het bestaan geordend en vormgegeven met behulp van jaarfeesten. In het christendom heet dit het liturgisch jaar. Door het ritme van deze jaarordening, door het volgen en vieren van de kerkelijke feesten en zondagen, het horen van de bijbehorende teksten en de bijbehorende gebeden en liederen, stellen mensen zich open voor een invloed, een werking, een dynamiek. In bijbelse termen: voor de werking van de Geest van God. Het doet wat met je, als je bewust en intensief leeft in de bedding van deze tijdsordening.

(beeld: Marianne Vonkeman)
Liturgisch ritme
Dat liturgisch ritme leert de mens om zin en betekenis te herkennen én toe te kennen aan alles wat het leven inhoudt. Dit grondritme sluit aan bij het natuurlijke ritme van het jaar, maar doorbreekt het tegelijkertijd. De dood is opgenomen in het geheel van de weg maar beëindigt deze niet, integendeel, het zorgt voor een altijd weer nieuw begin.
Het liturgisch ritme leert de mens zin en betekenis te herkennen én toe te kennen
Een wijs mens is iemand die feeling heeft met het natuurlijke ritme van de jaar- en levensseizoenen, met de psychologische dynamieken die bij verschillende fasen in het leven horen, maar ook met de geestelijke hartslag van het leven. Die laatste dynamiek wordt afgelezen aan het leven van Jezus. Dit ritme beoogt een persoonlijk veranderingsproces.
Kerkelijk jaar
Het kerkelijk jaar is een weg om te gaan – een spirituele weg door het jaar. De bijbelse verhalen, en in het bijzonder het leven van Jezus, worden herdacht en gevierd zodat ze doen wat ze vertellen. Zoals Gerard Lukken het formuleert:
Het is een actief gedenken, een weer levend maken, een dóórtrekken en uitwerken van oude, wezenlijke ervaringen. (…) Het blijkt van het grootste belang dat er herdacht wordt. Dan alleen kan de toekomst een kans krijgen en kan de bevrijding die ooit is begonnen, uitgewerkt worden. (Uit: Lezen in Fragmenten, de bijbel als liturgisch boek)
Wíj gedenken, maar Gód werkt. Ons perspectief verschuift, we worden binnen getrokken in wat God zelf aan het doen is, in ons gaan van deze pelgrimsweg. De verhalen en feesten willen aan onszelf voltrokken worden. Wat er met Jezus gebeurde, wil ook met ons gebeuren. Wie Jezus was, één met God, wil ook onze werkelijkheid worden. Daarom is in de kerkelijke traditie en kunst het leven van Maria steeds meer op dat van Jezus gaan lijken. Want Maria is beeld van de kerk en beeld van de ziel. Dit komt het sterkst tot uitdrukking in het oosterse christendom.

(beeld: Marianne Vonkeman)
Jezus en Maria
In het byzantijns christendom, de oosters-orthodoxe traditie waar de iconen uit voortkomen, begint het kerkelijk jaar niet met Advent, het toeleven naar de geboorte van Jezus Christus, maar met de geboorte van Maria, de moeder van Jezus, op 8 september. Het laatste en twaalfde(!) feest van het jaar is niet Voleinding of Christus Koning, maar het sterven en de hemelvaart van de Moeder Gods, op 15 augustus.
Het kerkelijk jaar is een spirituele weg om te gaan
In het Westen wordt het leven van Jezus Christus als een tijdsordening over het jaar gelegd. In het Oosten is dit het leven van Maria, dat zich op vrijwel identieke manier voltrekt als dat van haar zoon. Ook zij wordt onbevlekt door erfzonde geboren, ook zij vaart ten hemel na haar dood. Ook zij is drager van een ‘heilig hart’. De symboliek van Jezus en van Maria in kunst en op iconen lijkt erg op elkaar. Dat is omdat Maria niet alleen gezien wordt als moeder van Jezus. Zij is geestelijk gezien het beeld van de kerk en van de menselijke ziel: namelijk een mens die Christus voortbrengt.
Zij (Maria) wordt op de eerste plaats gezien als Moeder, of om meer precies te zijn, als Moeder en Maagd. Vanuit het tweede oogpunt beschouwd wordt zij vooral gezien als toonbeeld en voorbeeld van alles wat elke christen hoopt te zijn. In haar wordt het volle lidmaatschap van de kerk belichaamd, niet als een abstract ideaal, maar als een bepaalde werkelijkheid. In haar wordt een menselijke persoon gezien die totaal door de goddelijke genade ‘vergoddelijkt’ is, die in volkomen eenheid met God leeft. (Kallistos Ware, Uit: Mary’s place in Christian dialogue, 1982)
De orthodoxe traditie heeft het beter begrepen dan de westerse kerk. Die benadert Jezus veelal op een historische manier. In het oosters christendom wordt gezocht naar de spirituele betekenis, de geestelijke betekenis van het leven van Jezus Christus, zodat de kerk dezelfde beweging kan maken als hij: op aarde geboren, door de dood heen tot nieuw leven komen, oprijzen naar de hemel en van daaruit in een nieuwe kracht, verbondenheid en vreugde leven. Daarom is het leven van Maria, als beeld van de kerk, en daarmee ook beeld van de individuele gelovige, de spirituele ordening van het orthodoxe jaar. Iets waar protestanten nog maar weinig idee van hebben.
Mystiek en liturgisch jaar
De mystieke traditie haakt aan bij het liturgisch jaar – en leert hoe dit nog een stap dieper beleefd wil worden. Het gaat God altijd weer om incarnatie. Hier en nu, in vlees en bloed, wil de glorie, heerlijkheid en gerechtigheid van God zichtbaar worden in de wereld. God verlangt ernaar om de schepping te doorwonen met zijn Geest. In bijbelse taal: ons lichaam is een tempel, een woonplaats voor God, zoals het voor Maria was. De Geest wil ook door ons eigen leven ‘Christus de wereld in baren’. Ons leven mag het leven van Christus uitdrukken, door de kracht van de heilige Geest.
Maria is het beeld van de kerk en van de menselijke ziel
‘Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.’ (1 Korintiers 6:19)
Alleen de feesten vieren in de kerk is niet genoeg. Ze moeten als het ware ook innerlijk aan ons voltrokken worden. Dan neemt ons leven de vorm aan van Christus. Een recent Pinksterlied uit de evangelische liedbundel Hemelhoog bezingt dit:
Want U wilt komen met uw Geest en doorwaaien heel het huis.
U wilt het maken tot een tempel waar U woont.
Laat uw leven in ons zijn, maak ons heilig, puur en rein.
Laat het levend water stromen door ons heen.
(Gerard van der Toorn, uit: Hemelhoog 232)
De kerkelijke hoogfeesten zijn de erediensten die in de uiterlijke kerk én in de innerlijke tempel van de ziel voltrokken moeten worden. Zoals de Evangelische Parel, een invloedrijk mystiek geschrift uit de zestiende eeuw, het zegt:
Ik (Jezus) ben eens lichamelijk om jou geboren, met de bedoeling altijd geestelijk in jou geboren te worden. En zo verder voor alle andere hoogfeesten die uitwendig van mij worden gevierd, opdat ze ook geestelijk in jou voltrokken mogen worden.

(Beeld: Marianne Vonkeman)
Tempel van onze ziel
Het boekje De tempel van onze ziel, door dezelfde anonieme schrijfster als de Evangelische Parel, is helemaal gewijd aan de mystieke weg van het liturgisch jaar. De uiterlijke tempel, de kerk, heeft maar één doel, één reden van bestaan: de inwendige tempel van de ziel. Daar moet de vereniging met God plaatsvinden die in de uiterlijke kerk gevierd wordt.
Om deze inwendige tempel is de uitwendige tempel gemaakt. Al wat daarin beschikt is, heeft geen ander doel dan te komen tot deze inwendige tempel. Al wat men daarin viert, moet in deze inwendige tempel zijn voltooiing bereiken. (…) In de eerste tempel worden hoogfeesten wel gevierd, maar ze gaan er voorbij. In deze echter worden ze gevierd, terwijl ze er wezenlijk voortduren.
In de ziel is het dus altijd Kerst, Goede Vrijdag en Pasen tegelijk, ze vaart altijd ten hemel en stort zich voortdurend uit in geestelijke kracht en vreugde. Maar ons lichamelijke bestaan is daar nog niet van doordrongen. Dat heeft het ritme van de kerkelijke feestdagen nodig. Elk feest heeft een eigen werkingskracht en bedoeling in de ziel van de mens. In de volgende kaders staan enkele delen wat er in De tempel van onze ziel staat over Advent en Kerst.
Advent
In de uitwendige tempel viert men de advent door er met kwellend verlangen de komst van de Heer te verbeiden. Maar in deze tempel is Hij altijd tegenwoordig om altijd, met nieuw beloven, de goddelijke geboorte aan de ziel te verkondigen. Daar is Hij in het verlangen, maar hier in het genieten. In de eerste is er een hongerig en dorstig snakken, maar in deze wordt men vervuld en overstroomd van weelde. (…) Op het hoogste plan kunnen die vreugde en weelde altijd wezenlijk blijven duren, in een eenvoudige viering van onze geest, maar niet in de lagere vermogens van de mens. Hier ondergaat de mens de onstandvastigheid en de afwezigheid van zijn Bruidegom. (…) Nu wordt zij vermaand door de vriend van de Bruidegom: Het is nu het ogenblik om uit de slaap op te staan. (…) Daarom wordt nu tot elke ziel gezegd: (…) ‘Zie ik zend mijn engel, die voor uw ogen de weg van de Heer bereidt en alle paden naar Hem recht maakt.’ (Hoofdstuk 10)
Advent wordt gevierd met verlangen omdat we nog niet in staat zijn om continue de weelde van Christus’ komst in onze ziel te ontvangen. Onze lagere vermogens (verstand, wil, geheugen, lichamelijk bestaan) kunnen die overweldigende goddelijke vreugde niet dragen en verslappen in aandacht en levensoriëntatie. De liturgische teksten van Advent zijn bedoeld om de blijvende komst van Christus in de innerlijke tempel van de ziel ook te laten doordringen in ons uiterlijke leven. Advent wil ons leeg maken van alles wat geschapen is, zodat er niets anders dan God ontvangen kan worden in ons diepste wezen. Voordat ons leven Christus kan voortbrengen in de wereld, moet deze eerst door God zelf in onze ziel gebaard worden.
God baart zichzelf in de ziel. Dan wordt ze ‘ontbeeld’, van haar geschapenheid beroofd en getransformeerd in wat God eeuwig in haar voltrekt. Door de genadevolle vereniging is ze de Zoon zelf, die de Vader baart. (hoofdstuk 11)
Zoals Maria overschaduwd werd door de Geest en zwanger werd van Christus, zo wordt de innerlijke tempel van de ziel de plek waar God zichzelf baart en de Zoon in ons ontvangen wordt. Het Adventsproces is onteigenend – we verliezen onze ankers in de wereld en raken kwijt aan onszelf. Alle bijbelse en liturgische teksten van deze weken helpen daarbij. Zo ingetrokken, leeg geworden, worden we woonplaats voor God. Christus wordt voortdurend in ons ontvangen, net als bij Maria, door de kracht van de heilige Geest.

(Beeld: Marianne Vonkeman)
Kerst
Nu is de ziel zo vol van God dat Hij uit haar moet worden geboren. Want het kan niet geheel verborgen blijven: de maagdelijke Zoon moet uit haar naar buiten stralen. Omdat zij in haar niets dan God heeft ontvangen en vol is van God, daarom kan zij niets dan God voortbrengen. (…) Op deze wijze wordt het de Zoon zelf, dien de Vader baart. En dat is de betekenis van de eerste mis die men te middernacht zingt, in de duistere nacht die aan alle geschapen verstand onbekend is. Dit kan daar immers niet bij, want het is duister voor hem. En in die duistere stilte openbaart zich een eenvoudig licht en de Vader spreekt: ‘U bent mijn Zoon, Heden heb ik U verwekt.’
Advent wil ons leeg maken van alles wat geschapen is
De tempel van onze ziel legt uit hoe ook de tweede en de derde mis doorwerken in de verschillende vermogens van de mens en deze tot een eenheid maken, en concludeert:
O wonderbare vereniging van God met de ziel! Dat Hij zich verwaardigt haar aan te nemen en uit haar geboren te worden. Dat Hij haar zijn Godheid en de verdienste van zijn heilig menszijn geeft, om de mens een weerspiegeling te laten zijn van al Zijn werken! En die geestelijke geboorte is de betekenis van de derde mis, waarin men zingt: ‘Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven.’
Dit is de werkelijke en revolutionaire betekenis van de kerkelijke feesten: een Christuskracht die mensen van binnenuit omvormt tot beelddragers van God in de wereld.
Marianne Vonkeman is emeritus predikant, redactielid van Herademing en beheert de website www.sporenvangod.nl.
Literatuur
Citaten uit: De Tempel van onze ziel, herziene vertaling door Jos Alaerts en Rob Faesen, Averbode, 2014.
Beluister ook de podcastaflevering waarin Marianne Vonkeman spreekt over de mystiek van Kerst.