Hoe klonk de christelijke tegenstem in het slavernijverleden?
Soms zijn er windows of opportunity waarop de geschiedenis een andere wending had kunnen nemen, maar dat niet heeft gedaan. Martijn Stoutjesdijk licht drie van zulke momenten uit in de geschiedenis van christendom en slavernij. De christelijke leer is gebruikt ter verdediging van slavernij, maar ook ter veroordeling. Stoutjesdijk illustreert dat laatste aan de hand van het vroege christendom, Macrina de Jongere en Hendrik Millies.
Voor liefhebbers van de geschiedenis zijn het leuke denkoefeningen: what ifs in history, ofwel: wat als de geschiedenis anders gelopen zou zijn? Wat als, bijvoorbeeld, de Duitsers de Eerste Wereldoorlog hadden gewonnen? Dan waren er wellicht nooit naziโs aan de macht gekomen โ en was ons dan ook de Shoah bespaard gebleven? Of wat als de Slag bij Tours (in 732) gewonnen zou zijn door de moslims? Zou dan heel West-Europa islamitisch zijn geworden? Of wat als โ om al iets dichter naar de thematiek van dit artikel toe te bewegen โ de Geconfedereerden de Amerikaanse Burgeroorlog hadden gewonnen? Zou dan de slavernij nooit zijn afgeschaft in de Verenigde Staten?
Ook in de geschiedenis van het christendom en de slavernij is een heel aantal mogelijke kantelpunten of windows of opportunity te onderscheiden, waarop de geschiedenis een andere wending hรกd kunnen nemen. In het boek dat ik binnenkort uitbreng โ Gods slaafgemaakten โ leg ik enkele van die momenten onder de loep. Ik doe dat niet op zoek naar een alternatieve geschiedenisloop, maar om te laten zien dat er in de geschiedenis van het christendom altijd ook stemmen tegen de slavernij hebben geklonken, die dikwijls teruggrepen op dezelfde bijbelse teksten en ideeรซn.
Kantelmomenten bij Jezus en het vroege christendom
Om maar bij het begin te beginnen: hoe stond Jezus en hoe stond het vroege christendom tegenover de slavernij? Laten we vooropstellen dat er geen veroordeling van de slavernij door Jezus is overgeleverd. De manier waarop Jezus slavernij als metafoor gebruikte in veel van zijn gelijkenissen, lijkt ook geen indicatie te zijn van een kritische houding van Jezus ten opzichte van de slavernij. Zonder de slavernij te problematiseren vergelijkt hij God en de Mensenzoon in zijn gelijkenissen regelmatig met een slaveneigenaar, en de gelovigen met diens slaven. Maar er zijn ook verhalen die wijzen op een andere, meer kritische visie van Jezus. Beroemd is de gelijkenis in Lucas 12:35โ38, waar Jezus vertelt over een meester die zijn slaven als een slaafgemaakte dient. Een ander belangrijk voorbeeld is de voetenwassing door Jezus van de discipelen (wederom een slavenrol) in Johannes 13. Die passage eindigt met de woorden:
Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. โBegrijpen jullie wat Ik gedaan heb?โ vroeg Hij. โJullie zeggen altijd โmeesterโ en โHeerโ tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook. Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Waarachtig, Ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt.โ
Met name die laatste zin is niet zonder betekenis, alhoewel er geen oproep in gelezen moet worden om de wereldse verhoudingen om te gooien. Belangrijk is in dat opzicht ook dat Jezus stelt dat het terecht is om hem als โmeesterโ aan te spreken. Echter, binnen het symbolisch universum van de (maaltijd)gemeenschap zijn de formele statusonderscheidingen van minder belang of krijgen zij een nieuwe invulling. Er zijn duidelijke signalen in het Nieuwe Testament dat in de vroegste christelijke gemeenschappen deze boodschap van Jezus heel serieus werd opgevat. Beroemd is de tekst van Paulus in Galaten 3:28, dat er in Christus geen Joden of Grieken, slaven of vrijen, mannen of vrouwen meer zijn, maar dat iedereen โeen is in Christusโ; en โ in de brief aan Filemon โ dat Onesimus door zijn bekering meer is dan een slaaf, namelijk een โeen geliefde broederโ (v. 15). Maar wat betekende dit soort taal concreet voor slaafgemaakten in de vroege christelijke gemeenschappen? 1 Timoteรผs 6:2a geeft ons daar een mogelijk inkijkje in:
Een slaaf die een gelovige meester heeft, mag zijn meester niet zijn respect onthouden omdat zij broeders zijn. Integendeel, hij moet hem met nog meer inzet dienen, juist omdat hij met degene die van zijn diensten gebruikmaakt in geloof en liefde verbonden is.
Het is duidelijk dat de tekst spreekt over een situatie waarin zowel slaafgemaakte als meester christen zijn โ zij zijn โbroedersโ in Christus. Echter, de slaaf wordt gewaarschuwd dat dit niet betekent dat hij zijn meester anders, met minder respect, moet behandelen. De meester en de slaaf zijn weliswaar รฉรฉn in Christus, maar niet รฉรฉn in de wereld. De tekst impliceert dat die waarschuwing nodig was, omdat er slaafgemaakten waren โ en wie weet, sommige meesters misschien ook โ die wรฉl meenden dat hun gelijke status in Christus ook consequenties had voor hun relatie met hun meester in het dagelijks sociaal verkeer.
De meester en de slaaf zijn weliswaar รฉรฉn in Christus, maar niet รฉรฉn in de wereld.
Macrina de Jongere
Dat dit alles geenszins theoretisch is, blijkt ook als we een sprongetje in de tijd maken, richting Macrina de Jongere (327โ379). De christelijke Macrina startte in Cappadociรซ (het huidige Turkije) een religieuze leefgemeenschap op het landgoed van haar familie, waarin individuele rijkdom werd afgezworen. Dat betekende tevens dat slaven โ die immers als eigendom deel waren van die rijkdom โ binnen de christelijke leefgemeenschap niet meer als zodanig behandeld werden. We lezen daarover in de biografie van Macrina, die geschreven is door haar broer Gregorius van Nyssa (335โ394):
[Zij bracht] haar moeder ertoe het leven dat zij gewoon was, en haar nogal luxueuze huishouding en bediening door het personeel waaraan zij tot dusver gewend was, op te geven; zichzelf in gedachte evenwaardig te achten aan de velen; en haar eigen leven volstrekt te delen met dat van haar meisjes: door namelijk allen die zij om zich heen had, van slavinnen en dienaressen te maken tot zusters en gelijkwaardigen. (p.45 in vertaling Van der Meer & Bartelink)
Interessant is hier dat, net als in Johannes 13, de slavernij feitelijk niet wordt afgeschaft (Macrina manumitteerde haar slaafgemaakten niet), maar in de praktijk van de christelijke leefgemeenschap geen wezenlijke betekenis meer had of kon hebben, juist ook door het โzusterschapโ dat eigenaressen en dienaressen in Christus deelden, serieus te nemen. Als meer christelijke theologen dit broeder- en zusterschap tussen slaven en hun meesters serieus hadden genomen, had de geschiedenis van christendom en slavernij er weleens heel anders uit kunnen zien, zoals ook het kantelmoment dat ik hieronder bespreek suggereert.
Nog een moment: Hendrik Millies en de Nederlandse koloniale slavernij
Voor mijn volgende kantelmoment richt ik me op de afschaffing van de Nederlandse koloniale slavernij, zoals die bepleit werd door de abolitionistische beweging. Een van de abolitionistische theologische stemmen die daarbij klonk, was die van de lutherse predikant en hoogleraar Hendrik Millies (1810โ1868).

Een van de interessante aspecten van diens kritiek op de slavernij, is dat hij het vraagstuk terugbrengt van een abstract niveau naar persoonlijke relaties. Wat hij wezenlijk doet, is het vraagstuk van broederschap in Christus weer serieus nemen. Alleen al de titel van zijn pamflet uit 1847 maakt zijn persoonlijke aanpak duidelijk: Mag de christen eigenaar van slaven zijn? Hij beargumenteert in dit werk eerst dat het geloof de christen โniet slechts in God eenen Vader, maar ook in den naasten onze broederโ doet erkennen. Volgens hem is de โlastering der menschelijke natuur in den slaafโ een zonde tegen de naaste, omdat het eigenlijk een valse getuigenis is (p. 16). Hij trekt daarmee het vraagstuk van broederschap ook breder dan alleen het broederschap in Christus, en gaat daarmee verder dan de discussies in de Vroege Kerk, die vooral christenslaven betroffen.
Hendrik Millies brengt het slavernijvraagstuk terug van een abstract niveau naar persoonlijke relaties.
Vervolgens gaat Millies in zijn tekst specifieker in op de vraag of het hebben van christelijke slaafgemaakten mogelijk zou kunnen zijn. Wat hem betreft is dat een absurde stellingname: โWie de slavernij verdedigt, of ook slechts toelaat, moet, om consequent te zijn, de verspreiding des Christendoms tegengaan. Wie beiden wil vereenigen, is een dwaas of een huichelaar: hij laat iets toe, waarvan hij de strekking niet begrijpt, of op bedekte wijze zoekt te verhinderenโ (p. 21). Het probleem, laat Millies zien, is dat broederschap zich niet kan verhouden tot de scherpe hiรซrarchie van de meester-slaafrelatie:
Maar zal de slaaf het wagen zijnen meester broeder te noemen; zal hij den man zoo beschouwen, zoo lief kunnen hebben, die hem het grootste voorregt, door God hem geschonken, zijne vrijheid, onthoudt […]? Zal de meester zijnen slaaf, in waarheid, zonder logen op de lippen en in het hart, zonder heiligschennende onbeschaamdheid voor God en de menschen, zijnen broeder kunnen noemen? Zouden beiden zich scharen kunnen aan den disch der liefde, tot gedachtenis van Christus dood, terwijl die disch getuigen zou van verloochening des Heeren, van moedwillige schennis van Zijn gebod: hebt u onder elkander lief, gelijk ik u heb liefgehad (Joh. XIII, vs. 34 en 35)? Zouden daar beiden kunnen belijden: leden te zijn van รฉรฉn ligchaam, terwijl de een onbepaald, oppermagtig heerscht over den anderen; de een geen regt, geen wil heeft, niets is dan een werktuig in de magt des anderen? (p. 23; cursiveringen origineel)
En Millies eindigt dan op een sterke retorische noot:
Waar slaven zijn in de Gemeente van Christus, de verkrachting der broederliefde wordt volgehouden: daar kan het woord der genade niet in zijne volheid verkondigd worden; […] daar beschuldigt de jammer der ellendigen in gesmoorde zuchten en tranen, hen voor Gods regterstoel, die den broedernaam ontheiligen. (p. 24)
In zijn betoog trekt Millies het denken in termen van broeder- en zusterschap dat we al uit de Bijbel en de Oudheid kennen door tot in haar logische consequentie. Samen avondmaal vieren als christelijke slaveneigenaar en christelijke slaaf is absurd: de ontkenning van de aanspraak op recht en lichaam die slavernij inhoudt, is op geen enkele manier te verenigen met hoe je een broeder of zuster zou mogen behandelen. Op die wijze brood en wijn delen is de zuiverste schennis van waar dat sacrament (onder andere) voor zou moeten staan: de eenheid van de gemeente. Millies gaat dan ook een stap verder dan eerder Macrina: hij pleit voor een categorische afschaffing van de slavernij. Maar: Millies leefde ook in een andere tijd, waarin het idee van het totaal afschaffen van de slavernij en het belang van persoonlijke vrijheid steeds meer school begon te maken. Dertien jaar na zijn pamflet zou de slavernij dan ook juridisch worden afgeschaft in Nederlands-Indiรซ, en nog eens drie jaar later in Suriname en de Nederlandse Caraรฏben.
Dertien jaar na Milliesโ pamflet zou de slavernij juridisch worden afgeschaft in Nederlands-Indiรซ.
De broedermetafoor
De onbekende slaafgemaakten waarover de brief aan Timoteรผs spreekt, Macrina de Jongere รฉn Hendrik Millies deelden iets met elkaar, ondanks hun verschil in tijd, geslacht en positie. Zij zagen allemaal dat ware christelijke broeder- en zusterschap consequenties moet hebben voor de slavernij. Zij lieten zich alle drie inspireren door de Bijbel, met name door uitspraken van Jezus en Paulus. De slaafgemaakten uit de brief aan Timoteรผs werden door de auteur van die brief (zeer waarschijnlijk niet Paulus) snel weer op hun plaats gewezen; de slavinnen van Macrina waren weliswaar niet vrij, maar wel gelijkwaardig (Grieks: homotimous) aan hun meesteressen; en Millies meende dat het laten voortduren van slavernij een ontheiliging van de โbroedernaamโ zou betekenen.

Twee windows of opportunity werden gemist; de derde werd uiteindelijk benut, als uitkomst van een proces waaraan theologische, economische en andere maatschappelijke factoren, zoals slavenopstanden, alle bijdroegen. De kracht van de broedermetafoor bleef in dat proces op allerlei momenten een rol spelen, bijvoorbeeld in de beroemde abolitionistische leus, toegeschreven aan de Britse pottenbakker Josiah Wedgwood (1730โ1795): โAm I not a Man and a Brother?โ Deze leus zou uiteindelijk ook op aardewerk (kop en schotels) van de Nederlandse abolitionistische beweging terechtkomen.

Dr. Martijn Stoutjesdijk (1989) is theoloog en historicus. Hij promoveerde op slavernij in het vroegrabbijns jodendom en het vroege christendom en werkt momenteel als postdoc aan de PThU, waar hij onderzoek doet naar de rol van bijbel en theologie in het debat over de Nederlandse koloniale slavernij.
Wil je Gods Slaafgemaakten bestellen?
โGods slaafgemaaktenโ van theoloog en historicus Martijn Stoutjesdijk is een diepgravend onderzoek naar de rol van het christendom in het slavernijverleden, in het bijzonder dat van Nederland. Het slavernijverleden van Nederland is immers een zwarte bladzijde. Martijn Stoutjesdijk laat zien hoe in de Bijbel, de vroege kerk en de vroegmoderne tijd werd gepleit voor slavernij maar ook hoe vrije en slaafgemaakte christenen door de eeuwen heen tegenwicht boden. Stoutjesdijk toont dat het er soms om spande en hoe de geschiedenis onfortuinlijk toch de kant van de slavernij koos. Ook verbindt hij verleden en heden en onderzoekt hoe religie en macht doorwerken in de huidige discussie. Een ontluisterend boek voor iedereen die wil begrijpen hoe kerk en slavernij met elkaar verweven zijn.
Lees ook deze artikelen over slavernij en christendom
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast.
Word lid van Theologie.nl
Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid vanย Theologie.nlย en sluit een basisabonnement af vanaf โฌ5,83 per maand.ย
