< Terug

De roze bril

Met een gek dansje komt meester Jan de klas binnen. ‘Zij is zo lie-hief’, zingt hij en maakt een buiging naar de klas. 

Lisa en Tim kijken elkaar aan. ‘Waar heeft u last van?’ vraagt Tim lachend.

‘Ze heeft ja gezegd! We gaan trouwen!’ zegt meester Jan. ‘Ik heb een knalroze bril op.’

‘Dat snap ik niet’, zegt Tim. ‘U heeft niet eens een bril.’

‘Hij is verliefd!’ zegt Lisa. ‘Dan vind je de hele wereld mooi en vrolijk.’

‘Zelfs als die lelijk is’, zegt meester Jan. Hij schrijft op het bord: Iets door een gekleurde bril zien.

‘Dames en heren: het spreekwoord van de week.’

Lisa pakt een rood snoeppapiertje van de traktatie van gisteren uit haar vak en houdt het voor haar oog. ‘Zie je dan de wereld zo? Best mooi! Ik snap u wel, meester!’

Tim pakt een groen snoeppapiertje en kijkt erdoorheen. ‘Gek eigenlijk’, zegt hij. ‘We kijken naar hetzelfde, maar toch zie ik alles anders dan jij.’

‘Stel je voor dat je een grijze of zwarte bril hebt’, zegt Lisa.

‘Dan zie je alles somber en naar’, zegt Tim. ‘En dan vind je alles lelijk.’

‘Als je door een gekleurde bril kijkt, zie je alles dan nog wel zoals het echt is?’ vraagt Lisa.

‘Dat’, zegt meester Jan. ‘is een goede vraag. Veel mensen weten niet eens dat ze een gekleurde bril op hebben. Dus ze denken dat de wereld echt zo is en dat iedereen het zo ziet. Of ze kunnen hun bril niet afzetten, zoals ik vandaag. En de rest van de week.’ Hij grijnst weer.

‘Als het een mooie kleur is, dan hoeft dat ook niet’, zegt Lisa.

‘Eens’, zegt meester Jan. ‘Maar soms moet je mensen laten zien dat je iets ook anders kunt bekijken.’

Hij zingt weer: ‘Pak allemaal je ruitjesbril. We gaan rééékenen!’

Iris Boter, schrijver en illustrator (www.irisboter.nl).

< Terug