< Terug

Euthanasievraag en christelijke hoop

Portret hoogleraar Ethiek van de gezondheidszorg Theo Boer
Hoogleraar Ethiek van de gezondheidszorg Theo Boer

Veel mensen die euthanasie overwegen vragen niet om de dood, maar om een einde aan dit leven, constateert hoogleraar Ethiek Theo Boer. Christelijke hoop kan hen veel bieden.

Euthanasie is niet meer weg te denken uit het landschap van doodgaan in Nederland sinds wij het vijftig  jaar geleden voor het eerst bespreekbaar maakten, het dertig jaar geleden gingen reguleren en het twintig jaar terug legaliseerden.

In sommige delen van Nederland is euthanasie inmiddels de directe doodsoorzaak bij één op de zeven overlijdens en de cijfers blijven stijgen. Naar schatting zitten we inmiddels op ruim 7000 euthanasieën per jaar.

Ook de aanleidingen veranderen. Was aan het begin euthanasie vooral een optie als iemand terminaal ziek was, nu kiezen in toenemende mate ook anderen voor een geregisseerde dood: mensen met chronische aandoeningen, met psychiatrische problemen, gestapelde ouderdomsklachten, mensen met beginnende en mensen met gevorderde dementie, en hier en daar ook mensen met een voltooid leven. Voor velen is de mogelijkheid van euthanasie een soort levensverzekering: als de nood aan de man komt, is er altijd nog de dood.

Maar een mens doden, al is het op hun verzoek, of een mens helpen bij zelfdoding is en blijft een grensoverschrijdende handeling. Medisch, emotioneel, juridisch, wijsgerig, politiek. Ethisch gesproken kan euthanasie een aanvaardbare noodoplossing zijn. Maar wel een noodoplossing, dus blijft het van belang om als christenen te blijven zoeken naar andere manieren om waardig of waardiger te sterven, blijft het van belang om te zoeken naar bronnen van normativiteit, kracht en troost.

Hulpvraag

Wat is eigenlijk de hulpvraag bij een euthanasieverzoek? Op een primair medisch niveau is het een vraag aan de dokter om te doen wat we niet kunnen of durven, of waarvan we bang zijn dat als we het zelf doen, er iets vreselijk fout kan gaan.

Een euthanasieverzoek is daarnaast een vraag om nabijheid en wijsheid: het ís nogal wat om ervoor te kiezen om niet langer te bestaan en de dokter symboliseert misschien wel meer dan enig andere professional deugden als barmhartigheid en verstandigheid die een garantie bieden dat die stap niet lichtvaardig gezet wordt.

Daarbij zijn we bij de eigenlijke dimensie aan de hulpvraag: wat betekent het om te vragen om gedood te worden? Alle retoriek over eigen regie ten spijt denk ik dat er heel weinig mensen zijn bij wie een actieve doodswens niet voortkomt uit ernstig lijden in combinatie met een tekort aan positieve ervaringen.

Doodswens

Ik ontmoette in de afgelopen jaren veel mensen met een actieve doodswens. Bij sommigen verdween die wens na een onverwachte, veelal niet-medische gebeurtenis. Zoals de dame met een persistente doodswens op grond van ondraaglijk en uitzichtloos psychiatrisch lijden, die weer opkrabbelde toen zij onverwacht een grote erfenis kreeg; zoals de man die dood wilde vanwege een ernstige autistische stoornis, maar zijn doodswens twintig jaar uitstelde nadat hij onverwacht de liefde van zijn leven ontmoette; of zoals de delinquent bij wie de SCEN-arts al had ingestemd met de euthanasie, maar die dankzij een sterk verbeterd regime het leven weer aan kon.

Veel mensen vragen niet om de dood, maar om een einde aan dit leven. Ze zouden graag doorleven als ze maar van die ziekte af waren, van die eenzaamheid, die kwetsbaarheid, dat zwaard van Damocles. Maar het zijn wisselende verhalen: sommigen houden het zelfs met de grootste erfenis of de liefste partner niet meer vol. Hun lijden is zo persistent dat elke positiviteit wordt overschaduwd.

Die realiteit moeten we onder ogen zien – pastoraal en ethisch. Ik denk aan mijn eigen broer die dit jaar overleed na een kort ziekbed. Doodziek door de uitzaaiingen van een onbekende primaire tumor die op zijn ingewanden drukten en met pijn in zijn hele lichaam hield hij zich aan elke strohalm vast die hem door geliefden werd aangereikt. Maar een week later vertelde de oncoloog dat er medisch gezien geen hoop was. Hans werd in de auto gezet, kroop de trap op, ging in zichzelf gekeerd in bed liggen, wilde niemand meer zien en stierf de volgende ochtend een natuurlijke dood.

Zo kan het zijn. Je realiseren dat er geen hoop meer is kan ook onderdeel zijn van levenskunst. Maar terwijl in de laatste decennia de palliatieve zorg sterk verbeterde, veranderde bij velen ook de perceptie van wat lijden is. Lijden waar palliatieve zorg minder goed tegen is opgewassen.

Zelfs bij fysieke aandoeningen zijn het steeds minder vaak de fysieke klachten en vaker de eentonigheid, de verloren zelfstandigheid, de afwezigheid van welke vorm van uitdaging of groei ook, de onzekerheid, de somberheid, de eenzaamheid, het verlies van leeftijdsgenoten en het verlies van waardigheid. Het zijn elementen die door Els van Wijngaarden in haar onderzoek naar voltooid leven worden samengevat als: geen verbinding meer ervaren.

Hoop

Ze zeggen wel eens: een mens kan dertig dagen zonder eten, drie dagen zonder drinken, drie minuten zonder zuurstof, maar nog geen drie seconden zonder hoop. Ik zie daarom de opdracht van de christelijke kerk in de context van ziekte en verval vooral in een heroriëntatie op de christelijke hoop.

Een van de mooiste Bijbelteksten in dit verband is de tekst van Paulus uit II Kor. 4:16, geschreven als bekend is dat Paulus lijdt onder het verval van zijn lichaam als gevolg van een of meer ernstige kwalen. ‘Daarom verliezen wij de moed niet,’ schrijft hij, ‘maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd.’

Waarom is dit zo’n krachtige tekst? Omdat de realiteit vaak zo anders is, en omdat deze tekst dus revolutionair is. De Prediker wist er alles van, Job, Izaäk, Elia. Ook zelf kennen we allemaal mensen wier geduld, motivatie, optimisme, mildheid en wijsheid allerminst ‘van dag tot dag vernieuwd’ worden.

Bekijk maar eens een aflevering van De rijdende rechter of Het familiediner. Mensen die met het jaar onverzoenlijker en cynischer worden. Het kan ook onszelf overkomen. Daar kun je levenskunst tegenover zetten en dat gebeurt ook. Maar de uitspraak van Paulus doet nog meer. Zij is een geloofsuitspraak, een oproep aan volgelingen van Jezus om met Gods hulp weerwerk te bieden aan verdriet over het verlies van vermogens, over onrecht ons aangedaan en poetsen ons gebakken, aan schaamte om wat we hebben aangericht en aan angst voor wat kan komen.

Positief denken

Vernieuwing van de innerlijke mens is geen wet van Meden en Perzen zoals veroudering dat wel is. Zij moet op de neergang bevochten worden; zij is een toezegging voor wie ‘dag aan dag met Christus leven’.

Daarmee is deze belofte ook een oproep tot positief denken nog ruim voordat de nood aan de man is. Net zoals het verstandig is om een slipcursus te volgen nog voor de vorst invalt, wil je al in je goede dagen dagelijks met Jezus leven.

In één opzicht lijkt het leven met Jezus dus op het vroegtijdig regelen van een wilsverklaring: je wilt voorbereid zijn voor het geval er kwade dagen aanbreken. Je dát realiseren maakt het, als het dan zover is, misschien makkelijker om je verval te relativeren. Wie zijn handen heeft leren vouwen, is nooit alleen.

De eeuwige schuilplaats

Maar er is niet alleen hoop voor, maar ook na het sterven. Voor gelovigen duidt ‘eind goed’ vooral op de eeuwige schuilplaats die zij vinden bij God. Voor Paulus is het vooruitzicht van een eeuwig leven een krachtbron om het vol te houden. ‘Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.’

Het geloof in de opstanding is voor hem geen bonus op geloven maar een wezenlijk onderdeel ervan. ‘Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.’

Vandaar dat ik ‘Veilig in Jezus’ armen’ beschouw als een van de meest ontroerende teksten boven een rouwbericht, want hij symboliseert liefde en geborgenheid, als een kind dat in de rokken van zijn moeder vlucht.

Het christelijk geloof is geen mooiweergeloof, een geloof dat je ervan verzekert dat ziekte en ellende je pad niet zullen kruisen. Wie zo in het leven staan, vinden in hun godsgeloof bij tegenslagen geen steun maar juist een bittere vijand.  Want wie met Christus leeft, takelt wel degelijk ook af, krijgt ziekten, ongelukken en gaat dood, en dat overkomt ook hun geliefden.  Maar ook dan vernieuwt hun leven zich van dag tot dag, tot in het aangezicht van de dood – niet dankzij henzelf maar dankzij degene aan wie ze zich vastklampen. Als wijnranken verbonden met de wijnstok.

Gij zult niet doden

U hebt mij nog niet over het gebod ‘gij zult niet doden’ gehoord. Het verbod op doden is in kerk én maatschappij als de zuurstof waarvan we leven: zo vanzelfsprekend dat je het er juist daaróm niet over hebt.

Van belang is om op te merken dat dit gebod in de kerkgeschiedenis, of het nu bij Augustinus, Thomas van Aquino, Karl Barth of de Rooms-Katholieke Kerk is, ook altijd is uitgelegd als betrekking hebbend op zelfdoding.

Volgens zowel Barth als Bonhoeffer moet je het gebod eigenlijk uitleggen als een vorm van troost. In theologische taal: de geboden zijn ten diepste een toezegging van genade. ‘Gij zult niet doden’ betekent ook ‘U zult niet meer wíllen doden; u zult er geen aanleiding meer toe hebben’.

Het ultieme argument tegen de zelfgekozen dood is uiteindelijk dan ook geen gebod maar een belofte. Het is niet: je moet leven, maar: je mag leven, aldus Barth. Het zal je lukken. Waar God mensen normen aanreikt, kan het niet anders of Hij zelf is het die mensen door hun leven heen bijstaat. Die waarde bij beslissingen rondom het levenseinde present stellen, is misschien wel de core business van het pastoraat.

Theo Boer is hoogleraar Ethiek van de gezondheidszorg aan de Protestantse Theologische Universiteit Groningen. Dit is een bewerking van een lezing die hij vandaag, op 11 november 2021, gaf voor de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland.


Benieuwd naar meer? Lees verder in Eind goed.

Theo Boer. Eind goed. Een protestantse kijk op euthanasie in Nederland. Utrecht: KokBoekencentrum, 2021. 128 pp. €12,99. ISBN 9789043537087.

< Terug