< Terug

‘Praten helpt’

In de MeToo-discussie gaat het om grensoverschrijdend gedrag waar veelal vrouwen het slachtoffer van worden. Soms lijkt de verschijningsvorm nog onschuldig, soms gaat het om fysiek geweld. Hoe zit het in Nederland als we het hebben over seksueel grensoverschrijdend gedrag? En wat kunnen we hieraan doen?

Handelingen sprak met Jamila Mejdoubi, gezondheidswetenschapper en werkzaam als onderzoeker bij Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis te Amsterdam. Specifiek richt ze zich op het thema ‘veiligheid en geweld tegen vrouwen’. Ze heeft onder andere onderzoek gedaan naar de primaire preventie van kindermishandeling en partnergeweld bij hoog risico zwangere vrouwen.

Waar gaat uw onderzoek bij Atria over?

Bij Atria doe ik onderzoek naar geweld tegen vrouwen in het algemeen, alle vormen van geweld tegen vrouwen. Het laatste onderwerp waar ik onderzoek naar heb gedaan is cybergeweld, online seksuele intimidatie, wat ook veel voorkomt bij vrouwen. Een voorbeeld hiervan zijn naaktfoto’s die zonder toestemming online worden gedeeld.

Jullie hebben bij het onderzoek naar geweld tegen vrouwen gekeken naar de situatie in Nederland en Europa. Zijn er opmerkelijke resultaten naar voren gekomen?

Het feit dat het in Nederland heel veel voorkomt. Wanneer je het vergelijkt met het Europees gemiddelde komt het in Nederland percentueel vaker voor. Dit geldt ook voor andere vormen van geweld

Maar in Nederland rust er niet zoveel taboe op, dus je kunt er veel makkelijker over praten dan in andere landen. Je ziet dat in progressieve landen – waar Nederland er één van is – de cijfers hoger zijn, dus een klimaat waarin makkelijker over seksueel misbruik gepraat wordt, zou een verklaring kunnen zijn voor de hogere cijfers. Maar dat is in deze studie niet onderzocht.

Kijken jullie ook naar de rol van de professional?

Ja, ik doe ook onderzoek naar hoe professionals het beste kunnen omgaan met deze problematiek en dan wel op een gender-sensitieve wijze: rekening houden met allerlei factoren die gerelateerd zijn aan gender.

En wat verstaat u dan onder gender?

Gender kan geplaatst worden tegenover sekse. Bij sekse gaat het om fysieke, biologische verschillen tussen mannen en vrouwen.

Bij gender gaat het daarentegen om sociaalculturele rollen die aan de seksen zijn gekoppeld: verschillen in macht en afhankelijkheden, verwachtingen ten aanzien van gedrag.

Ook het feit dat mannen en het mannelijke hoger worden gewaardeerd dan vrouwen en het vrouwelijke, kan als een voorbeeld hiervan worden gezien.

Dit zijn allerlei factoren die een rol spelen en het is belangrijk deze mee te nemen als je je richt op geweld en het voorkomen ervan.

Hoe kan een professional gendersensitief te werk gaan?

Allereerst door je zelf bewust te zijn van al die factoren. Ik ben zelf gezondheidswetenschapper en toen was er weinig aandacht voor gender. Nu ik bij Atria werk is er heel veel aandacht voor gender.

Ik moest zelf echt leren met een gender-bril te kijken, daar is training voor nodig. Het is lastig om in één zin uit te leggen wat dat betekent. Dus als je kijkt naar seksueel geweld, kijk je naar gender-gerelateerde factoren die allemaal een rol spelen. Zo speelt bij verkrachting binnen het huwelijk bijvoorbeeld de norm van gehoorzaamheid van een vrouw naar een man een heel belangrijke rol.

Het is dus belangrijk je van al die factoren bewust te zijn en die uit te vragen en aan te pakken.

Maakt het vervolgens uit of het een man of een vrouw is die het gesprek aangaat?

Ja, dat is wel belangrijk. Vrouwelijke slachtoffers vinden het soms makkelijker om te praten met een vrouwelijke professional. Of een man met een mannelijke professional.

Het is belangrijk hier rekening mee te houden en te bedenken dat jouw sekse een rol speelt. En als je je daar bewust van bent, kun je dat ook vragen aan het slachtoffer: ‘Vind je het goed dat ik met je spreek? Of wil je liever een vrouw/een man spreken?’ Dat vragen is heel belangrijk, omdat het er uiteindelijk om gaat wat de persoon in kwestie zelf wil.

Kijk, je kunt ook gewenst gedrag vertonen, maar als de vrager er niet naar vraagt dan sluipt er al snel iets in van dat het wel oké is. Terwijl het goed is er expliciet naar te vragen. Het is belangrijk dat je de keuze van het slachtoffer hierin altijd respecteert.

Is er nog een speciale rol weggelegd voor reli-professionals als pastores, dominees en geestelijk verzorgers?

Ja zeker, ook deze professionals kunnen een heel belangrijke bijdrage leveren. Allereerst is het belangrijk om je er als geestelijk verzorger, voordat je een slachtoffer spreekt, bewust van te zijn dat je zelf ook stereotype gedachten en normen zou kunnen hebben. Vervolgens streef je ernaar een veilige situatie te creëren waarin een vrouw open kan praten over datgene wat haar overkomen is en wat ze heeft meegemaakt. Vrouwen maken namelijk heel vaak victim blaming mee, dat betekent dat de vrouw zelf schuldig wordt bevonden aan wat er is gebeurd: je hebt een kort rokje gedragen, dus je lokte het uit, bijvoorbeeld. Het is belangrijk dat je hier nooit in meegaat. Vrouwen vinden zichzelf al schuldig, dus ze blamen zichzelf.

Het is belangrijk dat je de situatie erkent en dat je het slachtoffer gelooft. Erkenning is voor de slachtoffers van ontzettend groot belang. Niet gaan vragen wat iemand daar deed of wat iemand aan had. Dat doet er allemaal niet toe in zo’n situatie.

Maar wanneer de problematiek te groot blijkt en je het zelf niet aankunt, heb je als geestelijk verzorger of kerkelijk werker een belangrijk rol in het doorverwijzen naar een professional die daar wel mee om kan gaan. Als er bijvoorbeeld een verkrachting heeft plaatsgevonden, verwijs dan naar het Centrum Seksueel Geweld, misschien naar een psycholoog. Maar in ieder geval naar iemand die er veel meer verstand van heeft.

Is onze maatschappij eigenlijk wel goed genoeg ingericht om met seksueel grensoverschrijdend gedrag om te gaan?

Volgens de conventie van Istanboel moet je geweld gender-sensitief aanpakken. Als je vervolgens kijkt hoe het beleid in Nederland geregeld is, is dat gender-neutraal. Er wordt geen gender gekoppeld aan de pleger en het slachtoffer. Dat zou dus ook anders moeten. Als je zegt dat het gelijk is voor vrouwen en mannen, geef je daarmee onbewust aan dat het bij mannen evenveel voorkomt als bij vrouwen, maar bij vrouwen komt het veel vaker voor. Al die gender-gerelateerde factoren worden dan niet meegenomen. Als je je bewust bent juist van de verschillen, kun je ze ook doorbreken.

We vinden het daarbij ook belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de culturen en religies van mensen. Dat iemand kan praten over de dingen die gelden binnen zijn of haar religie of cultuur. Dat er open en zonder oordeel gesproken kan worden. Als iemand zegt: ‘Bij mij mag dat niet’, dat diegene dan niet wordt uitgelachen door zijn klasgenootjes. Respect hebben voor elkaars normen en waarden is hierbij erg belangrijk.

Het is heel erg als je niet kunt praten over wat je overkomen is. Uit ervaring weet ik dat veel meisjes met een migrantenachtergrond er vaak niet over kunnen praten en daardoor psychische klachten krijgen. Als ze erover kunnen praten met een geestelijk verzorger van dezelfde religieuze achtergrond, die hen niet veroordeelt maar zegt: ‘God is er niet alleen om te straffen’ en er goed mee om kan gaan, zou dat erg helpen.

Het is dus erg belangrijk dat we slachtoffers helpen en grensoverschrijdend gedrag adresseren in onze samenleving. Is er nog wel ruimte voor gezonde seksualiteit?

Het is een heel grijs gebied van wat mag wel en wat mag niet. Het kan voor iedereen ook anders zijn. Iemand aanraken op de schouder of op het been is niet zomaar een spelletje of flirten, dus doe het niet zomaar. Heel veel mensen stellen dat gewoon niet op prijs. Die voelen zich geïntimideerd in kleine of grote mate. Respecteer de grenzen van een ander.

Atria en Rutgers zijn gestart met het programma Act4Respect. In dit programma werken we samen met jongeren en vele partners uit het veld om de sociale veiligheid van vrouwen, meisjes en LHBTI’ers te verbeteren. We richten ons op het voorkomen van gender-gerelateerd geweld bij jongeren en jongvolwassenen en willen dat er positieve normen tot stand komen die gaan over gezonde relaties, over wat nou gezonde relaties zijn. Ook om vrouwen weerbaarder te maken zodat ze durven zeggen ‘nee, dat wil ik niet’. Dat omstanders er ook wat van kunnen zeggen als ze denken dat iets echt niet kan. Je ziet dat omstanders vaak ook niet echt weten wat ze ermee aan moeten. Dat krijg je ook wanneer mensen zich gegeneerd voelen. Dus deze dingen proberen we aan te pakken.

We proberen te werken aan gezonde (seksuele) relaties en dat het ook normaal en gezond is om erover te praten. Dan kun je er ook naar vragen. Dan kun je je grenzen aangeven.

Tom Lormans MA is geestelijk verzorger en promovendus palliatieve zorg.

< Terug