< Terug

Preekschets Jesaja 66:10 – Hongerigen eten en drinken geven – 4e zondag van de veertigdagen

‘Verheugt u …’
Jesaja 66:10

Deze preekschets komt uit de handreiking ‘Ik ben er voor jou’ van het Steunpunt liturgie.

Algemeen – het eigene van deze zondag, Laetare

We zitten nu halverwege de vastenperiode. Traditioneel is dit een zondag waarop al een beetje paasfeest gevierd mag worden. Vandaar ook Laetare, wat ‘verheugt u’ betekent, en ontleend is aan Jesaja 66: 10. Vandaar ook dat in deze week Efeze 2: 4-10 in het oecumenisch leesrooster staat. Daar wordt er al over gesproken dat wij met Jezus opgestaan zijn uit de dood. En wel omdat God zo barmhartig is. Deze barmhartigheid van God komt deze week heel praktisch naar ons toe, als we in de evangelielezing voor deze zondag, Johannes 6: (1),4-15, zien hoe Jezus een grote menigte eten geeft. Dat is ook het werk van barmhartigheid deze week: hongerig eten en drinken geven. Het is goed om samen te vieren, al zijn we nog maar onderweg naar het (volmaakte) nieuwe leven. Het is goed samen te eten en te drinken, en daarbij ook voor elkaar te zorgen.

Een woord vooraf: in deze handreiking staat Joh. 6 centraal, over het broodwonder, en Jezus als het levende brood. Het leesrooster gaat over het geven van eten en drinken. Dit laatste sluit weer aan bij Johannes 4, waarin Jezus van zichzelf getuigt als het levende water. Deze handreiking beperkt zich i.v.m. de evangelietekst tot Johannes 6.

Aanwijzingen voor exegese en prediking

De wonderbare spijziging is in het evangelie van Johannes één van de zeven tekenen die door hem beschreven worden. Het is in dat gedeelte van Johannes (de hoofdstukken 5 tot en met 10) dat Jezus laat zien wie Hij is. Hij ondervindt daarbij veel weerstand, vanuit de traditionele gebruiken en opvattingen. Het draait er allemaal om of je wel of niet in Jezus als de Messias gelooft (Johannes 10: 22-42). Veel speelt zich af rond de feesten en de tempel. Dat maakt de Laetaretekst uit Jesaja 66 weer bijzonder: Laat allen die Jeruzalem liefhebben zich met haar verheugen en juichen om haar, laat allen die om haar treuren nu samen met haar jubelen. Jeruzalem was voor de Joden het centrum van hun eredienst, ook al vond na de ballingschap veel van die eredienst plaats in de verschillende synagogen. Jeruzalem werd ook door Jezus bemind, ook Hij zong psalmen 122 (een psalm van deze week). Het is de liefde voor het volk die God in beweging zet om dat volk te redden. Vanwege die redding mag er (nu al) blijdschap zijn, al is het soms dwars door de tranen heen, en valt er veel te treuren.

Naast de zeven tekenen kent het evangelie van Johannes ook de zogenaamde zeven ‘ik ben’- woorden van Jezus. In het gedeelte dat op de evangelielezing van vandaag volgt is dat ‘Ik ben het brood dat leven geeft (Johannes 6: 48). Het praktische wonder dat eraan vooraf gaat krijgt in deze woorden een symbolische betekenis. Een combinatie die we vaker in het Johannesevangelie tegenkomen. Dit onderscheid tussen praktijk en symboliek speelt ook deze week een rol. Het broodwonder staat in de tekst centraal, niet in eerste instantie de symbolische betekenis daarvan. Je kunt beiden niet helemaal van elkaar scheiden. Maar in het teken van de werken van barmhartigheid is het goed om in ieder geval eerst uitgebreid stil te staan bij het broodwonder zelf: het voeden van een grote menigte met maar een aantal broden en vissen. Een aantal aandachtspunten hierbij:

• Johannes 6: 4: het wonder vindt plaats vlak voor het Pesachfeest (6: 4). Dit versterkt de betekenis daarvan;

• Johannes 6: 9: er wordt alleen in het Johannesevangelie gesproken over gerstebroden. En over een jongen die deze heeft (net als 2 vissen). Je zou naar aanleiding hiervan in de preek aandacht kunnen geven aan de betekenis van brood. Wat al begint in Genesis 3: 19, dat we moeten zweten voor ons brood. En een bijzondere betekenis krijgt in het brood voor onderweg, het manna. De link kan gelegd met de toonbroden in de tempel, of met het ongegiste brood dat Joden eten met Pesach, van zuiver meel;
• In Johannes 6: 11 is het Jezus zelf die het brood en de vissen onder de aanwezigen verdeeld. In de andere evangeliën doen de discipelen dat. Dit onderstreept Jezus als gever (en Gave zelf);
• Er blijft veel van het brood over. Meer dan er oorspronkelijk was. Dat brood wordt verzameld, opdat er daarvan niets verloren gaat (Johannes 6: 12). Overvloed, maar geen verspilling. Vergelijk hier Johannes 6: 27, waarin Jezus zichzelf vergelijkt met voedsel dat juist niet vergaat (en eeuwig leven geeft);

De teksten in het leesrooster voor deze week gaan allereerst over de God die zijn volk voedt. Met manna uit de hemel zorgt Hij heel basaal voor dagelijks brood, in dit geval: brood voor onderweg. Hij laat hiermee zien dat Hij te vertrouwen is, ook hierin. Dit zien we ook Jezus doen in Johannes 6. Hierin zitten twee aspecten:

• Met een hongerige maag is het slecht luisteren. Door iemand eerst te voeden, leg je een basis van vertrouwen, en open je harten voor wat je wilt zeggen. Dit is wat in feite ook staat in Matteüs 25: door te doen laat je zien wie je bent, dat je bij Christus hoort. Als mensen je dan vragen waarom je dat doet, krijg je de ruimte om uit te leggen wie God (voor jou) is. Hoe mooi dat we in onze kerken dan ook een diaconie hebben! Een woordverkondiging kan niet zonder die diaconie;
• In het delen van het voedsel laat Jezus iets van zijn grootheid zien. Dit roept vragen op naar wie Hij is (Johannes 6: 26). Uitdelen maakt nieuwsgierig. Misschien niet altijd om de goede redenen, maar je krijgt wel de kans om te getuigen van God;

Delen, uitdelen, dat is een belangrijk principe als het om eten (en drinken) gaat. Symbolisch kun je de link te leggen met Jezus als het levende brood en het levende water. Er kan ook de link worden gelegd met de viering van het Heilig Avondmaal. In het leesrooster wordt daarbij 1 Korintiërs 11 aangehaald. Het mooie van 1 Korintiërs 11 is dat het weer beide aspecten kent: het symbolische en het praktische. Je kunt niet het lichaam en bloed van Jezus aan tafel herdenken, zonder ook daadwerkelijk met elkaar te delen. Nu was er in Korinthe de gewoonte om het avondmaal te verbinden aan een daadwerkelijke maaltijd, zo doen we dat nu (meestal) niet meer. Maar het principe is er niet minder om: als je weet dat iemand met een hongerige maag aan tafel zit, kun je niet voluit vieren. Dan ben je ronduit verkeerd bezig. Vandaar ook dat Jakobus 2 in het leesrooster aangehaald wordt: wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar?

Deze praktische verbinding mag, juist in het kader van Matteüs 25, een wezenlijk onderdeel uitmaken van de preek deze week. De coronatijd maakt deze tekst bijzonder. Er kon (kan) geen avondmaal gevierd worden. We kunnen met weinig mensen tegelijk feest vieren, eten en drinken. Maar het gaat om het hart. Om het verlangen dat wel te doen. Het verlangen elkaar te ontmoeten, en er wezenlijk voor elkaar te zijn. Elkaar te voeden en te delen met wat wij van God ontvangen hebben. Juist dat verlangen is alleen maar sterker geworden in deze tijd. En het is nu nog belangrijker geworden om elkaar in het oog te houden, of iemand daadwerkelijk iets tekort komt. Ook al kun je niet daadwerkelijk met elkaar om tafel zitten.

Deze preekschets is afkomstig uit de Handreiking voor voorgangers, predikers en liturgiecommissies bij het project ‘Ik ben er voor jou. Te groot voor het geluk alleen. Werken vol barmhartigheid’ voor de Veertigdagentijd & Pasen 2021.

Naast deze handreiking zijn ook Vespers voor de Stille Week beschikbaar, een Bijbelleesrooster voor alledag en een Inspiratie en ideeënboekje (met allerlei ideeën, werkvormen e.a. voor thuis of in kleine kring. Met ruime aandacht voor kinderen en jongeren suggesties voor kinderen en jongeren).

Al dit materiaal is te bestellen bij het Steunpunt Liturgie.

Materiaal dat hierbij aansluit, is dat van Kerkinactie voor de Veertigdagentijd.

Zie ook:

Preekschets bij Psalm 91: 15b – Zieken bezoeken – 1e zondag van de veertigdagen

Preekschets Psalm 25: 6 – Naakten kleden – 2e zondag van de veertigdagen

Preekschets Psalm 25: 15 – Vreemdelingen onderdak geven – 3e zondag van de veertigdagen

Preekschets Psalm 43: 1 – Begraven van de doden – 5e zondag van de veertigdagen

Preekschets Marcus 11: 1-11 – Palmzondag – 6e van de veertigdagen

Preekschets Lucas 23: 13-26 – Goede Vrijdag – veertigdagentijd

Preekschets Lucas 24: 13-35 – Halleluja, de Heer is waarlijk opgestaan – Zondag van Pasen

Preekschets Matteüs 25: 31-46 – Als pasgeboren kinderen – Tweede Zondag van Pasen

< Terug