< Terug

Waar ik me aan stoot

Jezus wordt in de Bijbel wel een ‘steen waarover men struikelt’ genoemd, ‘een rotsblok waaraan men zich stoot’. Een steen waaraan je je voet stoot: een bron van ergernis. Walther Burgering schreef een brief aan zijn steen des aanstoots: zorgverzekeraars.

Beste Verzekeraar,

Gelukkig heb ik geen verstand van verzekeren, maar er moet mij toch iets van het hart. Lang geleden schreef ik u een brief waarin ik in mijn boosheid de vraag opwierp: ben ik er voor de verzekering of is de verzekering er voor mij? U heeft deze vraag nooit beantwoord. Inmiddels weet ik dat ik er meestal voor de verzekering ben, en niet andersom. Ik begrijp u wel. U bent – als je er even over nadenkt – een zegen voor de mensheid. Want u geeft mensen zekerheid. U dekt onze angsten, twijfels en onzekerheden af. U verzekert alles waar wij mensen waarde aan hechten: ons huis, onze auto of (brom-) fiets, onze inboedel, onze telefoon, onze financiële toekomst, onze arbeid, onze gezondheid. Maar ik vraag mij inmiddels wel af of ons leven hiervan zoveel beter wordt.

Want hoe lang houdt die zekerheid stand? Wanneer wordt het schijnzekerheid? Op het moment dat een uitkering volgens ‘de overeengekomen regels’ problemen geeft, dat medicijnen voor een zeldzame ziekte te duur zijn om aan te schaffen of dat chronisch zieken naar uw mening te veel kosten – welke financiële zekerheid biedt u dan nog? Natuurlijk, u treft geen blaam. U organiseert – tegen een betaalbaar tarief – slechts datgene waar wij gewone stervelingen om vragen. Zekerheid voor alles.

U heeft gezorgd dat dat allemaal kan. Maar, zong Robert Long lang geleden niet zoiets als ‘Je kunt je voor alles verzekeren, maar voor de liefde kan dat niet’? Hij heeft gelijk. We kunnen ons voor alles verzekeren, maar voor de liefde niet. Die is namelijk onbetaalbaar, omdat zij raakt aan de harten van mensen.

Gezondheid is ook iets onbetaalbaars. U heeft van de verzekering van onze gezondheid uw broodwinning gemaakt. En nu zegt de politiek in samenspraak met u, de verzekeraar: de zorg wordt onbetaalbaar. Ik zeg: nonsens! Zorg voor mensen mag je niet uitdrukken in geld. (Nogmaals: ik heb gelukkig geen verstand van verzekeren). Ik vind: laat de zorg daar zijn waar zij het hardst nodig is. Ik kan slecht tegen oneerlijkheid, valse bedoelingen, onbarmhartigheid, onrecht, gebrek aan respect, aantasting van menselijke waardigheid, ongefundeerde meningen en tegen de uitspraak ‘de zorg moet betaalbaar blijven’. Hoezo betaalbaar? Mensen verdienen zorg, en speciaal zij die geen verweer hebben. Dat is onze plicht als medemens. Alle mensen verdienen een menswaardig en gezond leven. Dat is per definitie onbetaalbaar! En dat had u moeten weten, vóórdat u ons een pakket voorlegde met dat betaalbare tarief. Het pakket met de illusie dat gezondheid in geld uit te drukken valt. U nam het risico dat zorg niet winstgevend zou zijn omwille van de gezondheid van uw klanten, toch? Zo wilt u er zijn voor verzekeringsnemers.

Te veel zaken in het leven, beste verzekeraar, gaan over geld. Misschien moeten we eens praten over wat zorg voor een ander is en waarom die verleend wordt. Wat mij betreft gaat dat over (naasten)liefde. Ik wil me niet druk maken over (te) hoge premies, over niet gedekte onkosten, over fijnmazig geformuleerde clausules of over beperking van het aantal behandelingen. Vanwege de betaalbaarheid. Zó denken haalt voor mij de medemenselijkheid uit de zorg.

Laten we afspreken dat goede zorg altijd betaalbaar blijft, omdat die uitgaat van zorg voor elkaar en niet als doel heeft om winst te maken.

Walther Burgering is pastor-diaken in de parochiefederatie ‘Sint Franciscus tussen duin en tuin’ en redactielid van Open Deur.

< Terug