< Terug

Jezus van Nazareth

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Bram van de Beek, die schrijft over of we wel moeten willen leven zoals Jezus leefde.

Bram van de Beek

“De verhalen over Jezus’ leven lenen zich niet voor een biografie, maar geven aan dat God verschenen is.”

In de periode tussen Kerst en de veertigdagentijd wordt in de kerk meestal bijzondere aandacht geschonken aan het leven van Jezus. Er wordt gepreekt en verteld over verhalen uit de evangeliën. Wat heeft Jezus allemaal gedaan en wat betekent dat voor ons leven? Maar wat weten we eigenlijk over Jezus? Vrijwel niets!

What would Jesus do?

Het leven van Jezus moet ons tot voorbeeld strekken. Orthodoxe christenen hebben er wel bezwaar tegen om Jezus alleen als voorbeeld te zien, maar voor hen is Hij óók een voorbeeld. Maar wat deed Hij eigenlijk? We weten bijna niets van Hem. Hij groeide op in het conservatief Joodse Nazareth en was daar zijn ouders gehoorzaam. Hij was timmerman net als zijn vader Jozef. Dat is het dan.

Van de verhalen in de evangeliën is zelfs van de periode dat hij publiekelijk optrad geen fatsoenlijke biografie te maken. Het zijn allemaal losse verhalen, zonder chronologische volgorde. Ze lijken op losse anekdotes die verteld worden uit herinneringen over een markant figuur. Niet een duidelijk levenspatroon om na te volgen.

Ik zou Hem maar niet nadoen

Uit die losse verhalen komt een man op die bepaald niet sympathiek op zijn omgeving reageerde. De manier waarop hij schold tegen de farizeeën, bijvoorbeeld: is dat hoe we denken dat christenen moeten omgaan met anderen met wie ze het niet eens zijn? Of zoals hij de arme studenten te kijk zette die door de rabbijnen naar Hem waren toegestuurd met een strikvraag? Hij kon mensen vreselijk te kijk zetten.

Wat we van Jezus weten, moet je niet willen nadoen en wat het belangrijkste is kun je niet nadoen

Zelfs tegen zijn eigen leerlingen kon Hij ontzettend onheus zijn. Hij maakt Petrus uit voor satan. En was het nu echt nodig om de varkensboeren van hun vee te beroven om een bezetene te genezen? Hij riep jonge vissers om zijn leerlingen te worden – zonder overleg met hun ouders bij wie ze in het bedrijf werkten. Midden uit hun werk liepen ze weg en vader Zebedeüs moest maar zien hoe het die avond moest met de visserij.

In zijn omgang met mensen was Hij bepaald niet politiek correct. We zijn eraan gewend geraakt – tollenaren en zondaren – maar het was idioot wat Hij deed.

Nee, ik zou Jezus maar niet nadoen.

Wat heeft Hij eigenlijk gedaan?

Als je je afvraagt wat Jezus gedaan zou hebben, dan moet je beginnen met je af te vragen wat Hij nu eigenlijk heeft gepresteerd. Hij was timmerman. Maar was hij een goede timmerman? Of ging hij met hamer en beitel net zo lomp om als met mensen? Er zijn geen monumenten in Nazareth waarvan we weten dat Jezus daaraan nog gewerkt heeft. Later op de vissersboot liet Hij zijn leerlingen het werk doen en ging Hij slapen. Hij was mens – heel gewoon. Blijkbaar was Hij zo gewoon dat het de moeite niet waard was om een fatsoenlijke biografie over Hem te schrijven.

Noordmans schrijft in een meditatie dat het enige dat de moeite waard is dat Jezus gedaan heeft, is dat Hij de zonden van de wereld heeft gedragen. En dát kunnen wij in elk geval niet nadoen. ‘What would Jesus do?’ Vergeet het maar. Wie die vraag stelt volgt alleen maar een schim van de ideale mens na, zoals je die zelf voorstelt. Wat we van Jezus weten, moet je niet wíllen nadoen en wat het belangrijkste is, kún je niet nadoen.

Epifanieën

In de kalender van het kerkelijke jaar wordt voor de tijd tussen kerst en de veertigdagentijd de focus niet gericht op het leven van Jezus, zoals dat steeds meer de praktijk is geworden. In het kerkelijke jaar heet deze periode epifanieëntijd. ‘Epifanie’ betekent: de verschijning van God. Bij kerst ging het over de geboorte van Jezus. Bij Epifanie gaat het om de betekenis voor de wereld van het kind dat is geboren.

Het gaat bij het komen van Jezus om het koninkrijk van God

De toon wordt gezet door het feest van de Epifanie op 6 januari. Dan gaat het over de drie koningen: de macht van de wereld knielt voor Jezus. Zo begint het evangelie naar Mattheüs en daar eindigt het mee: “Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.” Met Jezus verschijnt Gods heerschappij op aarde. De kerk heeft een heel ander perspectief dan mijmeren over het leven van Jezus en dat proberen na te doen. Het gaat bij het komen van Jezus om het koninkrijk van God.

In de oosterse kerken ligt het accent op de doop van Jezus. Als God verschijnt gaat Hij onder in het water van de chaosmachten. Daarvoor is Hij mens geworden. En daaruit verrijst Hij in de kracht van de Geest die levend maakt. En vervolgens richt de liturgie van Epifanieën zich op de bruiloft in Kana: een nieuw begin voor een nieuwe mensheid waarin het water van de vloed verandert in wijn – de wijn van het koninkrijk van God.

Geen biografie, maar een toelichting

We weten nauwelijks iets van Jezus. De verhalen die in de evangeliën over Hem verteld worden in de gedeelten tussen zijn geboorte en het moment dat zijn uittocht uit de wereld begint, toen Hij op weg ging naar Jeruzalem, zijn alleen maar toelichting op de Epifanie. Ze bieden geen leven van Jezus, maar geven aan dat God is verschenen. En als God verschijnt dan schuurt het en staan wij te kijk. Dat hoeven we niet na te doen. Wie dat trouwens wil, heeft blijkbaar zelf nog nooit de pijn gevoeld die de verschijning van Jezus oproept.

Marloes Meijer

De toenemende laaggeletterdheid in Nederland vraagt iets van mensen die leven van het Woord. Maar wat? In de kerk(dienst) draait veel om het Woord en om woorden. Hoe moet het als die woorden steeds moeilijker worden verstaan? Het is niet slecht om ons geloof wat toegankelijker te maken voor wie er (nog) niet mee vertrouwd is, maar gaat daarmee niet iets essentieels verloren?

In Ego onderzoekt theoloog Bram van de Beek het moderne en het bijbelse denken over het individu. De individuele mens staat in onze tijd namelijk steeds centraler en dat is geen goed nieuws. In dit boek neemt de auteur ons mee op een reis door de geschiedenis en plaatst hij het ‘ik denk dus ik ben’ van Descartes tegenover het bijbelse ‘Ik ben’.

ego bram van de beek

< Terug