< Terug

Radicale inclusiviteit

Zodat het goede van iedereen de ruimte krijgt en niemand zich tegengehouden voelt om in te brengen waarin zij ten diepste geloven.

Erik Borgman

Elke week publiceert Theologie.nl een actuele theologische blog, geschreven door richtinggevende theologen. Deze week: Erik Borgman over radicale inclusiviteit in het onderwijs en in de samenleving.

Donderdag 15 april sprak ik voor het Christelijk Sociaal Congres – online, natuurlijk. Het Christelijk Sociaal Congres is een verband van organisaties op christelijke grondslag – protestants-christelijk of rooms-katholiek – dat jaarlijks (eind augustus) een grote samenkomst organiseert. In het voor- en najaar bespreken vertegenwoordigers van de organisaties financiële en organisatorische zaken.

Om dit voor- en najaarsoverleg wat aantrekkelijker te maken, houdt daarbij iemand een presentatie – deze keer was ik dat dus. Ik verwachtte zo’n vijftig toehoorders, maar enkele dagen van tevoren bleken bijna 150 mensen zich te hebben ingeschreven. Oei! En ik wist nog niet een wat ik precies zou gaan zeggen!

Ik zou spreken vanuit Verus, de vereniging voor katholiek en protestants-christelijk onderwijs. Met hen werk ik aan een hernieuwde doordenking van de vrijheid van onderwijs. Het is in dat verband onvermijdelijk om te spreken over segregatie en inclusiviteit, dus zou mijn lezing gaan over ‘radicale inclusiviteit’. Wat ik daarover te zeggen heb is volgens mij gebaseerd op de traditie van Katholiek Sociaal Denken en staat tamelijk haaks op hoe wij in Nederland normaliter over inclusiviteit denken. Ook in christelijke kring.

Allemaal deel van de samenleving

Veel meer mensen dan verwacht en een tegendraadse visie; twee redenen om, tegen mijn gewoonte in, toch een beetje zenuwachtig te zijn. Hoe vertel je bestuurders netjes dat ze een fundamentele denkfout maken? Want dat doen ze naar mijn mening als ze steeds maar praten over inclusiviteit als doel van beleid.

Dat is de gebruikelijk benadering geworden: we moeten mensen in onze samenleving integreren en zo onze samenleving steeds inclusiever maken. Jaren geleden maakte de socioloog Willem Schinkel veel indruk op me door de vraag te stellen: als mensen geen deel zijn van de samenleving, waar zijn ze dan wel?

Met andere woorden: er is geen ‘buiten de samenleving’. Iedereen maakt er deel van uit. De brave burger en de asociale klaploper, de veelverdiener en de armoedzaaier, de persoon met en zonder migratie-achtergrond, de gezonde en de zieke, de nieuw geborene en degene die spoedig zal sterven, de mensensmokkelaar en het slachtoffer van vrouwenhandel.

Radicale inclusiviteit betekent dus serieus nemen dat al deze mensen deel zijn van onze samenleving en door hun gedrag onze samenleving vormen en hervormen. Daarom is de vraag niet wie wij onder welke voorwaarden toelaten, maar hoe iedereen tot hun recht kan komen. Volgens Katholiek Sociaal Denken hoef je het recht om tot je recht te komen namelijk niet te verdienen en is de samenleving geen contract. De samenleving is een lichaam en als een lichaamsdeel ziek is, snijd je het niet af maar probeer je het te genezen.

Allemaal bouwers, niemand alleen bouwmateriaal

Dat is natuurlijk het echte tegendraadse van deze benadering en evengoed het tegendraadse van Jezus’ optreden. Als Hij het verwijt krijgt dat Hij te veel met randfiguren omgaat, zegt Hij: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel.” (Mt. 9,12; vgl. Mk. 2,17; Lk. 5,31)

Iedereen hoort bij de samenleving, simpelweg vanwege het feit dat ze er zijn. Iedereen is ook afhankelijk van de samenleving. Het maakt sommige mensen en breekt anderen en de bedoeling is dat het mensen maakt en niet breekt. Jezus stelt in de Bergrede dat wij ons kinderen moeten tonen van onze Vader in de hemel die ‘zijn zon [laat] opgaan over slechten en goeden’ en het laat ‘regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen’ (Mt. 5,45).

Iedereen in de samenleving heeft de plicht en daarom het recht de samenleving mee op te bouwen vanuit hun visie op wat goed is. We zijn allemaal bouwers, niemand is simpelweg bouwmateriaal voor de bouwplannen van een ander. Dat is de visie van het Katholiek Sociaal Denken: de samenleving wordt gemaakt door de mensen die samenleven en zij moeten daarbij kunnen inbrengen wat zij zelf als het beste van zichzelf beschouwen.

Allemaal broeders en zusters

Inclusiviteit is dan ook geen doel, maar een uitgangspunt. Dit heeft vergaande consequenties. Zoals gezegd sprak ik vanuit Verus. Veel in het onderwijs is op het moment gericht op het tegengaan van uitsluiting en wat men noemt segregatie – de scheiding tussen groepen en gemeenschappen. De aanpak daarbij is echter vaak dat geprobeerd wordt leerlingen met een achterstand bij te spijkeren.

Los van de vraag hoe succesvol dat is en kan zijn, is de paradox van deze benadering dat de gerichtheid op inclusiviteit tot uitsluiting leidt. Alleen al het woord ‘achterstand’ maakt van ongelijkheid een hiërarchie; de een is nog niet waar de ander is en moet daar wel zien te komen om mee te kunnen doen. Dat is geen inclusiviteit. Dat is het leven van mensen onder een voortdurende hypotheek plaatsen. Als je niet voldoet, word je uitgesloten. Onze kinderen en jongeren voelen dat haarfijn aan, mede met de epidemie van burn-out en overspannenheid tot gevolg.

In Fratelli tutti, de encycliek die paus Franciscus op 3 oktober van het vorige jaar officieel uitbracht, draait hij deze benadering om. Hij gebruikt de parabel van de Barmhartige Samaritaan daarbij als ingang. In tegenstelling tot de priester en de leviet die voorbij liepen, zag de Samaritaan in degene die door rovers was overvallen en voor dood langs de kant van de weg was achtergelaten, een broeder.

Wat deze man overkomen was, betekende iets voor hem. Vervolgens handelde hij daarnaar. Hij ging naar hem toe en gaf hem wat hij nodig had zodat hij weer zou kunnen functioneren als deel van de gemeenschap. Wie weet wat hij dan zou inbrengen.

Geloofwaardige samenleving

Wie dus een inclusieve samenleving wil, moet geen eisen stellen, maar zich openstellen voor de onverwachte inbreng van degenen die vaak worden gezien als waardeloos. Zoals paus Franciscus het in 2015, tijdens zijn bezoek aan de Verenigde Staten, zei:

Behandelen wij de anderen met dezelfde genegenheid en dezelfde empathie waarmee wij behandeld willen worden? Zoeken wij voor de anderen naar dezelfde mogelijkheden die wij voor onszelf wensen? Begeleiden we de anderen in hun groei, zoals wij zelf graag begeleid zouden willen worden? Kort gezegd: als we ons zekerheid wensen, dan moeten we zekerheid geven; als we ons leven wensen, dan moeten we leven geven; als we ons mogelijkheden wensen, dan moeten we mogelijkheden beschikbaar stellen.

Zodat het goede van iedereen de ruimte krijgt en niemand zich tegengehouden voelt om in te brengen waarin zij ten diepste geloven. Dan krijgen wij een geloofwaardige samenleving.

De reactie van de luisteraars op 15 april was over het algemeen positief. Misschien is het een teken dat het inzicht doorbreekt dat je mensen tot buitenstaanders en vijanden maakt als je telkens grenzen opwerpt en hen benadert als potentiële vijanden en ondermijners van het mooie wat ‘wij’ met elkaar hebben opgebouwd. Ik hoop het hartstochtelijk.

Andere Theologenblogs

De huidige generatie kerkenraadsleden staat voor keuzes die vorige generaties niet hoefden te maken. De secularisatie dringt dilemma’s op. De middelen van menskracht en geld nemen af. Kerkenraden moeten prioriteiten stellen. Pregnant wordt de keus als ze moeten besluiten over de inzet van het kerkgebouw.

De muzikale setting van het Zonnelied door Sofia Gubaidulina geeft aan dat lied een aparte dimensie en luisteren naar haar muziek is een fascinerende geestelijke oefening die om geduld vraagt.

Recht uit het hart

In zijn boek Verlangen naar een nieuw christendom beschrijft de voormalige Theoloog des Vaderlands Samuel Lee wat in zijn ogen wezenlijk is voor het christendom vandaag. Daarbij schuwt hij niet de vinger te leggen bij wat nu ‘uit balans’ is in de Pinksterbeweging, de denominatie van het christendom waarbinnen hij zelf actief is. Wat hij daarbij te berde brengt, over onder andere leiderschap, de Geest en de Bijbel, is niet alleen relevant voor de Pinksterbeweging, maar voor alle christenen. Een inspirerend en verbindend boek, dat recht uit het hart geschreven is.

verlangen naar een nieuw christendom

< Terug