Johannes de Doper
‘In die dagen’ (3,1 – NBG51). Welke dagen zouden dat zijn? Lucas vertelt daarover veel, Marcus in het geheel niet en Matteüs houdt het bij deze enkele aanduiding. Er is inmiddels wel wat gebeurd, en wát er gebeurd is vertelt Matteüs als de vervulling der profetie (Jes. 7,14; Mi. 5,1; Hos. 11,1; Jer. 31,15): Jezus is de zoon van David, de zoon van Abraham. Wat in deze twee namen meekomt krijgt in Jezus gestalte. Hij is Immanuel, God met ons, de leidsman die Israël zal weiden, de uit Egypte geroepen zoon.