‘Mijn schapen geef ik eeuwig leven’
Tempel en altaar in Jeruzalem zijn ingewijd (2 Kronieken 7:5.9). Die nacht verzekert de Heer Salomo dat Hij in dit huis voor eeuwig zijn intrek zal nemen en bij grote plagen het volk dat het hoofd buigt zijn zonden al vergeven en het land zal genezen (7:11-16). In Efeze is de gemeente Gods woning (Efeziërs 2:21-22); door het geloof woont Christus in de gemeente. Zo zal zij de liefde van Christus kennen (3:14-21).