Jezus en de onzichtbare slaven
Op de achtergrond spelen tot slaafgemaakten een rol in het Nieuwe Testament. Hoe verhield Jezus zich tot slavernij, tot de mensen die tot slaafgemaakt werden?
Wereldwijd en eeuwenlang vinden mensen verdieping en inspiratie in de Bijbel. Wij helpen ook jou graag bij je zoektocht naar antwoorden. Maar liefst 3000 artikelen over de Bijbel staan voor je klaar!
Onze redactie Bijbel schrijft onder meer over de Bijbel en onze cultuur, de uitleg van de Bijbel (exegese), de leefwereld van de bijbel. Wij bieden materiaal uit Schrift, De Eerste Dag en meer. Gebruik de filterbalk om je resultaten verder te verfijnen.
Op ons plein Bijbel vind je onze selectie recente artikelen over de bijbel
Op de achtergrond spelen tot slaafgemaakten een rol in het Nieuwe Testament. Hoe verhield Jezus zich tot slavernij, tot de mensen die tot slaafgemaakt werden?
Volgens het Evangelie van deze zondag ‘wordt’ Jezus, terwijl Hij van hen weggaat, ‘opgenomen’ (Gr.: anephereto) ‘in de hemel’ (Lucas 24,51 – NB). Het hier gebruikte Griekse werkwoord anapheroo (= omhoog dragen, opheffen) wordt in de Septuagint veelvuldig gebruikt voor offeren (vgl. Leviticus 14, 17) en wieroken (vgl. Leviticus 2, 3, 8, 9): voor wat een priester doet in het heiligdom. Hoewel hier geen sprake is van een offer of wierook, mag je vermoeden dat Lucas Jezus’ hemelvaart aan het slot van zijn Evangelie beschrijft als een priesterlijke handeling.
Op Wezenzondag maken we in onszelf ruimte voor Pinksteren. Het joodse Wekenfeest en christelijk Pinksteren gaan over iets wat ons overkomt, waarin we geen regie hebben: dat de Eeuwige zijn intrek neemt in de gemeenschap, dat Hij zijn regels in mensenharten schrijft. We bereiden ons erop voor door ontvankelijkheid te oefenen: leeg te zijn van eigen drukte, vrij te zijn voor een nieuw begin, bereid te zijn om de beweging van God in ons toe te laten.
Theoloog en vrijmetselaar Rinus van Warven schetst de symboliek binnen de vrijmetselarij. Drie symbolen staan centraal: het Licht, de Tempel en reizen. Hij ziet Jungs beschrijving van ‘reizen’ als een samenvatting van de Bijbel: het leven is een grote reis naar de andere kant van de werkelijkheid waar de creativiteit begint.
De zesde zondag na Pasen, de laatste voor Hemelvaartsdag: in de ‘oude bedeling’ (waar zijn al die mooie, veelzeggende Latijnse zondagsnamen toch gebleven?) heet deze zondag Rogate, bidt! Willem Barnard schreef ooit: ‘Na Pasen gaat het van jubelen, Jubilate, via zingen, Cantate, naar bidden, Rogate.’ Zo is het en niet andersom: van expressie naar impressie, van de uitbundige jubel om zijn daden naar het ingekeerde gebed om Gods nabijheid… juist wanneer afscheid nadert.
1 Petrus toont aan dat het motief van de lijdende knecht en diens identificatie met Christus ook al in het jonge Christendom werd gebruikt om slaafgemaakten richting gehoorzaamheid en lijdzaamheid te dirigeren. Tegelijkertijd kan de identificatie met Christus in sommige contexten natuurlijk troostvol en inspirerend geweest zijn.
Het vijfde boek van Mozes spreekt in hoofdstuk 4 dankbare verbazing uit over Gods verbondenheid met zijn volk in Mozes. In de hele geschiedenis van God met de mensheid kwam zo’n unieke verbondenheid niet voor (Deuteronomium 4:32-33). De beproevingen logen er niet om, maar ook Gods wonderdaden niet (4:34). Jullie boffen dat jullie dit te zien gekregen hebben (4:35) en je hebt zijn woorden ook nog mogen horen (4:36). God zelf heeft jullie bevrijd (4:37). Onderhoud dan zijn geboden, dan is deze band niet kapot te krijgen en zal het jullie goed gaan (4:40).
Hoe kunnen we de tegenstrijdig lijkende teksten over slavernij in de Kolossenzenbrief het beste lezen? In dit artikel wordt er gekeken naar verschillende interpretaties en benaderingen van de tekst: waar gaat het eigenlijk over?
De Ezechiëlperikoop is een harde aanklacht tegen machtsmisbruik. De troostende woorden van JHWH die op deze aanklacht volgen, zijn balsem voor de verdrukte ziel: ‘Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen’ (Ezechiël 34:11). De evangelist Johannes neemt deze woorden van Ezechiël op en wijst op Jezus als de goede Herder, in tegenstelling tot de slechte herders die er ook zijn. In een andere tijd en context blijken de oude woorden opnieuw betekenis te krijgen. Lukt dat in onze tijd en context ook?