Menu

Premium

Preekschets Genesis 4 – 2e zondag van Pasen

2e zondag van Pasen

De Heer merkte Abel en zijn offer op, maar voor Kaïn en zijn offer had hij geen oog.

Genesis 4:4b-5a

Schriftlezing: Genesis 4:1-16
Thema: Het is zo ongelijk verdeeld in deze wereld…

Zie ook

Het eigene van de zondag

Na Pasen nu een schets over de allereerste moord op aarde, een schril contrast: Paasgeloof in de wereld waarin mensen elkaar naar het leven staan. In Genesis 4 draait het om de eerste die een laatste werd. En wat is Pasen anders dan dat God de Allerlaatste tot de grote Eersteling gemaakt heeft?

Uitleg

Historische vragen

In Genesis 4 lezen we over de kinderen van het eerste mensenpaar. Hun ouders worden overigens na het eerste vers niet meer genoemd. Elke generatie schrijft zijn eigen geschiedenis. Wel blijken er opeens veel meer mensen op de aarde aanwezig. Kaïn pleegt zijn moord ‘in het veld’ en dat moet wel als reden hebben dat er dan geen getuigen van de moord kunnen zijn, vgl. Deuteronomium 21, 1vv. Zie ook Kaïns angstige uitroep in vs. 14, dat iedereen die hem ziet hem kan doden. Ook blijken er al verschillende beroepen voor te komen: Kaïn werd landbouwer en Abel schaapherder. Deze geschiedenis lijkt zo te spelen in een veel latere periode. Een preek over Genesis 4 kan een goede aanleiding zijn om nog eens duidelijk te maken dat de Bijbel wel historisch is, maar lang niet exact historisch en dat er voor onze historische nieuwsgierigheid veel vragen onopgelost blijven.

De mens getypeerd

Als er theologen zijn die vinden dat we deze hoofdstukken niet historisch moeten lezen is dat m.i. niet om te ontkennen dat er een concrete ‘geschiedenis van God en de mensen’ zou zijn, maar om te voorkomen dat mensen zich zo blindstaren op de historische vragen die deze hoofdstukken oproepen, dat ze niet toekomen aan het luisteren naar de indringende boodschap ervan. De Bijbel verkondigt in verhaalvorm. Deze oude geschiedenissen worden verteld om ons te onderwijzen in wat het is een mens te zijn op aarde. Zoals Frans Breukelman ooit zo mooi zei: ‘In Genesis 3 lezen we dat de mens wil zijn áls God en in Genesis 4 dat hij wil zijn zónder zijn broeder. ‘Het gaat in deze hoofdstukken om valkuilen voor mensen van alle tijden, en het is van Genesis 3 tot en met Genesis 11 – en tot op de huidige dag – zonde als mensen daar in vallen. Overigens worden die woorden ‘zonde’ en ‘val’ in de Bijbel voor het eerst in dit hoofdstuk, Genesis 4 gebruikt.

Mens-zijn doe je nooit in je eentje, maar altijd met elkaar, je hebt elkaar nodig. Niemand heeft in zichzelf alles wat nodig is om mens te zijn. Mannen en vrouwen hebben elkaar nodig (en echt niet alleen bij de voortplanting) om elkaar aan te vullen en samen ten volle mens te zijn. Zwakkeren hebben sterkeren nodig, maar wie is alleen maar sterk niet tegelijk op andere punten ook zo maar opeens zwak? Wat kunnen mensen veel voor elkaar betekenen, maar helaas ook: wat kunnen mensen aan elkaar lijden. Genesis 4 focust op de ongelijkheid in het leven, en hoe de mens verstrikt kan raken in rivaliteit en jaloezie.

De boodschap: omgaan met oneerlijke en pijnlijke verschillen- over ‘eersten’ en ‘laatsten’

De meeste commentaren focussen vrij direct op het verschil in effect van de offers van Kaïn en Abel. In deze schets wordt nadrukkelijk begonnen bij het verschil dat er bij de geboorte van de twee optrad: Toen was Kaïn ‘eerste’ en Abel ‘laatste’. Bij hun gezamenlijk offer wordt dat omgedraaid, geheel volgens de bijbelse regel dat ‘eersten laatsten worden’.

Heel vaak blijft de uitleg van dit gedeelte steken in een moreel oordeel over Kaïn. En vanuit teksten als Hebreeën 11:4 en 1 Johannes 3:12 lijkt dat wellicht gerechtvaardigd. Toch is daar wat op af te dingen.

  • De tekst zelf geeft geen enkele reden op waarom de Heer voorkeur liet merken voor Abels offer. Wat niet wil zeggen dat in het geheel van de Bijbelse boodschap niet naar een reden gezocht zou mogen worden en dan ligt voor de hand om te denken aan het alom in Genesis aanwezige motief van de verkiezing van de jongste, die in oude culturen per definitie de (materieel en sociaal) minder bedeelde was. Deurloo denkt dat hier (net als in Genesis 3 waar de Heer in de hof een wandelingetje gaat maken in de avondkoeltje) zo mensvormig over God gesproken wordt dat de voorstelling hier is dat de Heer nu eenmaal maar één kant tegelijk op kan kijken, en voor een beetje bijbellezer is dan duidelijk welke kant hij op zal kijken: Naar de zwakste van de twee, naar Abel dus.

  • Wat m.i. vaak over het hoofd gezien wordt is dat het hoofdstuk begint met de omschrijving van een vergelijkbare verkiezing’, maar dan precies omgekeerd van Kaïn boven Abel. Als Kaïn geboren wordt zegt Eva: ‘ik heb met de hulp van de Heer een man gebaard.’ Naamgeving is in de Bijbel veelzeggend en het woordenspel (de naam Kaïn heeft met het werkwoord ‘baren’ te maken) in deze regel eveneens. De geboorte van Kaïn is ‘om er de naam van de Heer bij te noemen’. Buiten het paradijs zijn zulke ervaringen er gelukkig nog steeds. Kaïn is vast een prachtig kind geweest en waarschijnlijk vooral een kind waarvan je direct al kon zien dat hij sterk en gezond was. Des te schrijnender is dat Eva er bij de geboorte van Abel geheel het zwijgen toe doet. Terwijl de naam Abel niet veel goeds voorspelt: ‘IJdel, nietig, damp’ betekent het. Juist omdat de tekst via een woordspel een streep zet onder de betekenis van de naam Kaïn, moet de naam Abel ook van betekenis zijn. Abel was vast een schriel mannetje. Later zal blijken dat hij tegen zijn broer niet opgewassen was. Opvallend dat in vs. 2, nog vóór Abels naam staat dat hij een broer voor Kaïn was. Daar zal het om gaan in dit leven, in alle menselijke verhoudingen: dat mensen elkaars broeders zullen zijn, elkaars naasten, elkaars tegenover en elkaars hulp.

Nadat in Genesis de mens beschreven wordt als beeld van God, mannelijk en vrouwelijk wordt in de volgende hoofdstukken beschreven hoe kwetsbaar die mens is, hoe vatbaar voor ontsporing. Genesis 3 gaat in op het probleem dat er zoveel onopgeloste vragen in het mensenleven zijn. Kun je wel op God vertrouwen zonder de kennis van ‘goed en kwaad’ (de twee uitersten, zo ongeveer als ‘alfa en omega’) en alles daar tussen in? Maar die kennis is ons nu eenmaal niet gegeven en zonder dat basisvertrouwen vervreemden mensen van God en dan ook van elkaar.

In Genesis 4 gaat het er vervolgens om dat er zoveel grote verschillen zijn in het mensenleven. Het is zo oneerlijk verdeeld! En dat maakt mensen telkens weer heel gemakkelijk boos, jaloers, gefrustreerd. In plaats van het te aanvaarden en zich te richten op wat wel gegeven is, en op waar mensen elkaar met alle verschillen en over alle kloven heen mee kunnen dienen, wordt al te vaak een zondebok gezocht met wie afgerekend moet worden.

Net als Genesis 3 lijkt ook Genesis 4 opgeschreven in de tijd van de ballingschap. Het volk Israël in die tijd kan zich herkennen in de mensen van het begin die ook in het oosten terecht komen, weg van het aangezicht van de Heer, zie 4, 16). Israël moet in de ballingschap leren leven in vertrouwen op God en in dienst aan zijn broeder, zijn medemens.

Aanwijzingen voor de prediking

Oneerlijk verdeeld

Precies dezelfde vragen die je kunt stellen bij het verschil in Gods reactie op het offer dat de beide broers later gaan brengen, kun je natuurlijk al stellen bij hun geboorte: waarom krijgt de één zoveel meer dan de ander in dit leven? Wat een verschil of je in het rijke Nederland geboren wordt met al zijn mogelijkheden en voorzieningen of in een arm gedeelte van een Oost-Europees land, of in de binnenlanden van Afrika, enz. Wat een verschil of je verwekking en je geboorte omringd zijn geweest met liefde en harmonie, of dat de gebrokenheid en de pijn van het leven je al in je diepste lagen heeft kunnen beschadigen. Veel mensen komen zulke verschillen een leven lang niet te boven.

Dank onder alles!

Hoe moeten we dan omgaan met de verschillen in het mensenleven? Kijk wat Abel doet in de verzen die volgen. Beide broers gaan offeren. Dat was in oude tijden de vorm waarin vertrouwen op en dankbaarheid aan God werd uitgedrukt. Kaïn is landbouwer en hij offert van de oogst. Er is reden om aan te nemen dat hij in goeden doen was. Maar Abel, de schriele, zwakke Abel offert ook. Wat is dat mooi, als mensen- met- minder, toch dankbaar door het leven gaan, in vertrouwen dat ook zij gezegende mensen mogen zijn! En van Abel staat zelfs geschreven dat hij het beste uitkoos om aan de Heer te offeren. Nog eens: wat is dat mooi. Dat in het NT over het ‘betere’ offer van Abel gesproken wordt, moet daar mee te maken hebben, dat Abel de minder bedeelde, het uitbundigst lijkt te danken.

Laatste wordt eerste

Maar dan. Als Kaïn en Abel hun offers gebracht hebben merken ze op de één of andere manier dat de Heer Abel en zijn offer aanvaardt en Kaïn en zijn offer niet. Er staat niet bij waaraan de beide broers dat gemerkt hebben en het heeft geen zin daarover te speculeren. Evenmin heeft het zin te speculeren over de reden waarom de Heer nu voorkeur heeft voor Abel. Dat Kaïn bijvoorbeeld niet van harte geofferd zou hebben. Vele exegeten van vroeger en vandaag, waar onder Calvijn hebben dat wel gedaan en verondersteld dat Kaïn een slecht mens geweest zou zijn. De tekst zegt daar niets over. Het enige Bijbelse gegeven dat hier zinvol bij ter sprake kan komen, is dat weer eens een laatste een eerste wordt.

Waarom?

Het is niet zomaar dat daarover zoveel in de Bijbel wordt gesproken, over laatsten en eersten. Hoe vaak zeggen mensen het niet: het is oneerlijk verdeeld in het leven. En dit gedeelte brengt dat linea recta in verband met de Heer. Kaïn wordt geboren met de hulp van de Heer. De Heer ziet Abel en zijn offer aan. Dat is wel erg direct gezegd, er bestaan, ook in de Bijbel (bijv. in Romeinen 8, 31- 39) meer genuanceerde omschrijvingen van de rol van God in ons lot, maar déze benadering zet de zaak wel op scherp. Waarom heeft God, de bron van het leven, ons in een wereld gezet waar dingen zo vreselijk oneerlijk verdeeld zijn? Waarom zijn er eigenlijk eersten en laatsten, bevoorrechten en benadeelden, geluksvogels en stakkers.

Valkuilen

We hebben hiervoor gezien hoe Abel op de situatie reageerde. De rest van het hoofdstuk is gewijd aan de reactie van Kaïn. Na Genesis 3 tekent de Bijbel in Genesis 4 opnieuw een valkuil, waar de mens heel makkelijk in kan vallen en waarin de mens ook daadwerkelijk gevallen is en nog aldoor valt. Kaïn wordt woedend. Jaloezie, woede, frustratie en het zoeken van een zondebok. Wat kan dat makkelijk grip ons op krijgen in een wereld vol ongelijkheid. En Kaïn laat zijn aangezicht vallen, het tegenovergesteld van wat de Heer met ons doet, nl. zijn aangezicht over ons verheffen. Kaïn sluit zich op in zichzelf, gaat ronddraaien in zijn eigen frustratie.

Pastor

Daarom komt de Heer tot Kaïn. Dat zal later in het hoofdstuk nog twee keer gebeuren. De Heer reageert op drie manieren op Kaïn die verbitterd en gefrustreerd raakt door zijn jaloezie. Allereerst stelt de Heer een vraag, als een soort therapeut, een pastor: Kaïn, waarom reageer je zo donker, zo negatief? Is het nodig om je zo mee te laten slepen door je primaire reflexen en impulsen?

Wat is het nuttig om momenten van zelfreflectie te kennen in het leven en om een innerlijke vrijheid te ontwikkelen waardoor we ondoordachte reacties kunnen om zetten in meer zelfgekozen antwoorden. In de woorden daarna in vs. 7 wordt de mens getekend als vatbaar voor de zonde, maar ook als in staat om die te weerstaan. In de Bijbel in Gewone Taal (BGT): Jij moet sterker zijn dan het kwaad, dat doet denken aan Romeinen 12:21.

Rechter

Na de broedermoord (en is eigenlijk niet elke moord in dit leven een broedermoord) komt God opnieuw, en nu als rechter, die het opneemt voor de verdrukten, voor hen wier stem gesmoord is in deze wereld. We vergissen ons geweldig als we denken dat we de stem van mensen kunnen smoren in bloed. Hun geroep blijft klinken tot in de hemel. En wat een mens zaait zal hij oogsten, en daarom zal voor Kaïn de aarde haar volle opbrengst niet meer geven en hij zal zich niet meer thuis voelen op aarde. Pas als mensen elkaars broeders en zusters willen zijn, als eersten en laatsten elkaar respecteren en elkaar dienen, kan de aarde een werkelijk thuis worden en het leven zijn volle opbrengst leveren.

Bewaarder

Na Kaïns klacht dat zijn straf te zwaar is om te dragen (een zin die ook te vertalen is als: ‘Mijn schuld is te groot om vergeven te worden) en dat iedereen die hem aantreft hem zal doden, komt de Heer voor de derde maal, en nu als bewaarder van het leven. Kaïn wordt niet met de doodstraf gestraft, en dit is dus een andere benadering dan Genesis 9, 6. Kaïn wordt beschermd door de Heer. Het doet denken aan hoe God Adam en Eva van kleren voorziet toen zij hun naaktheid t.o.v. elkaar niet meer aankonden. Wat is God tegemoetkomend, hij zoekt de mens op waar die is terechtgekomen, en is daar een helper en beschermer. God is hier de bewaarder van het leven, die door de bescherming van Kaïn een geweldspiraal voorkomt.

Aanwijzingen voor de liturgie

Lezingen

Genesis 4, 1-15, 1 Timotheüs 6, 17-19 en Matteüs 25, 34- 40.

Psalmen en liederen

Psalm 37, 73, 82. NLB 272, 828, 991, 995 en 1012.

Geraadpleegde literatuur

  • H.G.L. Peels, God en geweld in het Oude Testament, Apeldoornse studie 47, hoofdstuk 5, Apeldoorn, z.j.

  • Brother John of Taizé, I am the beginning and the end, 107-126, Taize (Frankrijk), z.j.

  • K.A. Deurloo, Genesis, Verklaring van een bijbelgedeelte, z.p., z.j.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken