< Terug

‘Het hoeft niet meer’

Wilma is 80 jaar. Vijf jaar geleden is haar man overleden. Wilma mist hem heel erg. Tot hun verdriet hebben ze geen kinderen gekregen. Na het overlijden van haar man probeerde Wilma bewust onder de mensen te blijven. Ze ging naar de koffieochtenden van de kerk, en zat bij de eetgroep. Iedere zondag ging ze naar de kerk. Vorig jaar echter begon Wilma opeens te tobben met haar gezondheid. Ze kreeg een flinke griep en het herstel duurde lang. Doordat Wilma nauwelijks de deur uitkwam, voelde ze zich erg eenzaam.

De bezoekmedewerkster van de kerk gaat vanaf die tijd eens in de drie weken bij haar op bezoek. Verschillende keren heeft Wilma verteld dat ze graag naar een gezellig verzorgingshuis zou willen. ‘Mijn moeder heeft, na het overlijden van mijn vader, jaren in een verzorgingshuis gewoond. Ze heeft het daar heel fijn gehad. Ze had veel contacten en activiteiten in het huis. Toen ze op een gegeven moment zorg nodig had, was die al in huis aanwezig. Ik heb aan mijn huisarts gevraagd of hij niet zo’n plek voor mij wist. Hij vertelde dat er geen verzorgingshuizen als vroeger meer zijn. In principe moeten ouderen nu zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Pas als het thuis echt niet meer gaat, ook niet met thuiszorg, kom je in aanmerking voor een verzorgings-of verpleeghuis. Er zijn wel enkele particuliere zorgcentra maar dat kan ik niet betalen.’ De huisarts heeft inmiddels geregeld dat Wilma eens per week huishoudelijke thuiszorg krijgt. Vanuit de kerkgemeenschap proberen we voor de aanspraak en gezelligheid te zorgen. Door de coronacrisis is dat wel wat lastiger geworden.

Voor reactie GK-H zie: www.ouderlingenblad.nl/ extra-bij-ouderlingenblad/

Omdat Wilma nog steeds erg moe is, heeft ze onlangs een nader medisch onderzoek gehad. Daar is uitgekomen dat ze een darmtumor heeft. De specialist denkt dat de tumor goed te opereren en te behandelen is. Maar Wilma aarzelt of ze dat wel wil. Tegen de bezoekmedewerkster zegt ze: ‘Voor mij hoeft het allemaal niet meer zo. Ik zou het niet erg vinden om op een ochtend niet meer wakker te worden. Ik verlang ernaar om bij God te zijn. Of moet ik me wel laten behandelen?’

Vragen:

-Hoe zou u als bezoeker op Wilma’s vraag reageren?

-Welke wensen en behoeftes signaleert u bij ouderen in uw bezoekwerk? Welke hulp biedt u vanuit de geloofsgemeenschap? ■

< Terug