< Terug

Kindermoment Gabriël en Maria

2e advent
Bij Maleachi 3,1-4 en Lucas 1,26-38 (Alternatief)
De engel Gabriël verschijnt aan Maria.

Uit de Bijbel

Opnieuw verschijnt er een engel. Nu niet in het centrum van het geloof, maar bijna aan de rand van het Heilige Land. Nog een paar stappen en je valt buiten de belofte. De invloed van het heidendom is daar in de grensstreek al voelbaar.

En nu is het geen oude man, geen priester die in al zijn vezels verbonden is met de traditie, maar een jong meisje, waar nog niemand van gehoord heeft. Het meisje heette Maria, schrijft Lucas.

Miriam op zijn Hebreeuws. De zus van Mozes die er voor waakte dat hij verdronk in de doodsrivier; Miriam die de dochter van de Farao hielp om een voedster voor dit vondelingenkind te vinden. Want leven is nooit vanzelfsprekend. Er moeten mensen instaan voor de zuigelingen en de kinderen, want anders zouden ze geen leven hebben. In de natuurlijke gang van zaken zouden ze zomaar vertrapt kunnen worden. Het kleine en kwetsbare vraagt erom om beschermd en gekoesterd te worden. En dat borg staan voor dit kind, dat niet van haar en Jozef is, dat is wat Maria, als een nieuwe Miriam hier doet. ‘Laat er mij met gebeuren wat u hebt gezegd’, zegt ze tegen de engel. Zij biedt dit vondelingenkind, dat uit de hemel gevallen is, een schuilplaats in haar schoot. Nu kan hij geboren worden naar menselijke gewoonte.

Opvallend is nog dat de engel dit kind een Zoon van David noemt: feitelijk gezien kan hij dat niet zijn, omdat Jozef weliswaar een afstammeling van David is, maar weer niet de vader van dit kind. We zouden kunnen zeggen dat dit Kind de belofte bijna niet vervult. Het is dat Jozef zijn verantwoordelijkheid neemt, op zijn manier borg staat voor dit kind, waardoor de oude verhalen toch in vervulling gaan. Opnieuw blijkt dat hier niets vanzelfsprekends gebeurt. Mensen zijn geroepen om antwoord te geven op die stem uit de hemel, die boodschappers van licht en vrede, anders zou het verhaal al uit zijn, voordat het goed en wel begonnen is.

In de kerk

V= voorganger, J= jongere of leiding van de kinderdienst en A = allen

Bemoediging

V: Wij vinden hulp en steun bij de Heer
A: die hemel en aarde gemaakt heeft.

J: Wij horen bij u
U vraagt ons te luisteren naar uw blijde boodschap.
Een boodschap van redding en trouw, van toekomst en blijdschap.
U brengt licht en leven in ons bestaan.

A: Wij openen onze oren om uw boodschap te horen en blij te zijn. Amen.

Om te zeggen bij het aansteken van de 2e adventskaars

Het donker wordt licht. De tweede kaars mag branden.
Het leven krijgt zin. Er komt een nieuw begin.
Wat goed! Wat mooi! Een gevleugeld bericht!
Drie weken, drie weken en dan wordt het licht.

Moment met de kinderen

Een engel brengt de doos de kerk binnen en geeft de doos aan de voorganger of iemand van de kinderdienst.

  • Voorganger: Dag engel. Heb je een boodschap voor ons meegebracht?
  • Engel: Natuurlijk, dat is mijn werk. En ik heb ook deze doos. (Uit de doos komen de engeltjes die vorige week in de kinderdienst zijn gemaakt)
  • Voorganger: Dank je wel, die kunnen we mooi ophangen in de kerstboom (of op een andere zichtbare plaats). Heb je van de week nog meer boodschappen rondgebracht?
  • Engel: Nou en of! Ik heb de belangrijkste boodschap in mijn carrière mogen brengen bij een jong meisje.
  • Voorganger: Oh ja, natuurlijk. Het is tweede advent! Je bent bij Maria geweest om te vertellen dat ze een kindje krijgt. Dat wist ik al.
  • Engel: O, nou, meneertje/mevrouwtje Dat-wist-ik-al…….. Voor Maria was het anders nogal een verrassing! Die kreeg wel even de schrik van haar leven! Gelukkig was Maria al gauw niet bang meer voor me en kon ik alles rustig met haar doorpraten. Nu gaat ze er helemaal voor. Maar ik ga weer verder met mijn boodschappen. Tot ziens!
  • Voorganger: ‘Wacht even engel! We zingen nog een lied. Vorige week zongen we van Zacharias en vandaag zingen we met jou!’ En omdat Zacharias nog steeds niet kan spreken, zal ik zijn tekst zingen….

De doos gaat mee naar de kinderdienst.

Extra in de kerk

Gebed (te lezen door voorganger of leiding KD)

Goede God,
wek op, onze harten
om voor de aankondiging van
de geboorte van Jezus ruimte te maken.
Dat wij zijn komst in onze wereld en in ons leven
met vreugde zullen ontvangen
en hem met blijdschap mogen dienen.
Als wij ruimte maken, dan moeten andere zaken wijken.
Help ons te onderscheiden wat in ons leven belangrijk is.
Help ons te ontdekken wat echt van waarde is.
Help ons te leren zien, dat wij uw kinderen zijn,
uw volk, uw mensen.
Heer, ontferm u over ons. Amen.

Meer informatie op www.kinderdienst.nl.

< Terug