< Terug

‘Kindje van vrede’ (liedboek 509)

Mw. dr. C.S. van Andel, predikante in algemene dienst van de Protestantse Kerk in Nederland, is werkzaam in de Noorderlichtgemeente te Zeist. Ook is zij eindredacteur van De Eerste Dag

Het wordt vaak gezegd, maar daarom is het nog niet minder waar: bij de komst van een (eerste) kind staat het leven van de nieuwe ouders op zijn kop. Dit gaat niet alleen om praktische en financiële zaken of om de vraag wie er minder gaat werken. Maar met welke taal kun je een gesprek over die andere laag op gang brengen? Bijvoorbeeld met de woorden van lied 509, Kindje van vrede. Het staat in het Liedboek bij de kerstliederen, maar het kan ook in een gesprek worden gebruikt. Samen gelezen, of rustig (voor)gezongen.

Van elders

Met de eerste strofe kan het gesprek komen op de afkomst van het kind. De ouders zijn uiteraard op de hoogte van ‘het biologische verhaal’. Maar daarnaast kennen zij vaak ook het besef dat je een kind niet ‘maakt’, maar ‘krijgt’. Een kind wordt ervaren als een geschenk, iets dat van elders wordt aangereikt. Dat besef kan ter sprake komen als het gaat over een kind dat ‘op ons wacht’, ‘gekomen als dauw in de nacht’. Het mooie is, dat deze strofe weer heel anders klinkt wanneer een kind is geadopteerd. Maar ook dan slaat het lied de plank niet mis en kan het een goed gesprek openen. Verder is deze strofe ook herkenbaar voor ouders die hun vertrouwen hebben moeten stellen in medische behandelingen. Een kind dat ‘op ons wacht’ is dan misschien wel een letterlijke realiteit!

Het wordt als het ware van elders aangereikt

Van waarde en weerloos

De tweede strofe kijkt naar het leven nu het kind er is: de dauw ligt op het veld. Ook al is een kind er nog maar net, ouders ervaren wat het is om het los te moeten laten. Loslaten is noodzakelijk, maar ook eng. Want deze ‘parel van liefde’ is nog zo kwetsbaar.

Relatie

Door het hele lied heen is het kind niet passief, maar actief. Het handelt zelf. Het laat zich vinden. De slotregel van strofe drie kan gelezen worden als ‘door wie jou bemint’. Maar ‘door wie jij bemint’ kan ook, en dat is mooi. Zo leven mensen in relatie: ze beminnen en worden bemind. In de laatste strofe is het kind de ervaringsdeskundige. Deze dauwdruppel wekt in de woestijn het verlangen naar nog meer van zulke pure liefde. Dat je niet alleen leert aan, maar ook van je kind: dat is een ervaring die veel jonge ouders zullen herkennen. Dit lied geeft daar woorden voor, die tegelijk hemels en aards zijn.

< Terug