< Terug

Meditatie Lucas 24:33,34

De hemel op aarde!

Lucas 24: 33-34

Ik herinner me nog goed de spanning, toen in april 1961 de eerste poging ondernomen werd om de ruimte te gaan verkennen. De eerste ruimtereis kwam eraan. Die reis hield geheel in haar ban. Met spanning werd Joeri Gagarin – de eerste ruimtevaarder – in Rusland opgewacht. Toen hij terug was, had de leider – Chroesjtsjof – een speciale vraag voor hem: Hebt U God gezien? Gagarin kon hem geruststellen: Hij had de gehele ruimte afgetuurd, maar had – gelukkig – nergens God gezien. Een lege hemel! God is nergens meer, maar hoe zit het eigenlijk met het geloof in de hemel?

De astronomische hemel

Ook Van Niftrik heeft er niet aan gedacht, dat de zaken van de hemel astronomisch nu anders liggen. Voor het oude christelijke besef was de hemel dichtbij, maar dat gold eveneens voor de astronomie, want hoe de wereldbeelden ook veranderden, de hemel bleef dichtbij. Dus bleef Jezus ook dichtbij. Copernicus heeft daar niets aan veranderd, en Galilei evenmin. Dat gebeurde pas ruim anderhalve eeuw geleden, toen de astronomische hemel achter de horizon ging verdwijnen, doordat men voor het eerst in 1838 een verantwoorde meting van de afstand tot een vaste ster kon maken. Toen bleek dat een ster veel verder weg staat dan de planeten van het zonnestelsel.1 Bij elke nieuwe meting vloog de hemel verder weg het heelal in, totdat de bestudeerde dominees zich niet meer konden indenken, dat Jezus daarheen gereisd zou zijn. Dan verdwijnt de hemel uit het moderne geloof.

Incarnatie

Ruim 2.000 jaar geleden gebeurde, wat niemand had verwacht en waar niemand op zat te wachten: God werd mens. Toch gaat

Wie goed doet,
goed ontmoet

niet altijd op. Er ook zomaar de woede over het goede zijn. De woede over het goede is het probleem: Jezus weet ervan mee te praten. Zijn goedheid hielp niet, want de soldaten gaven acte de présence en ze wisten van geen ophouden: de woede over het goede bracht de Man van Smarten aan het kruis – over en uit. Goede Vrijdag. Door Goede Vrijdag wordt alles weer anders. Nu kom ik in de buurt van de hemel. Als zwarte vrijdag Goede Vrijdag wordt, dan moet het graf leeg zijn en als het graf leeg is, dan moet de hemel vol zijn, want waar komt de hemel vandaan? Van de Opstanding van Jezus! Door de opstanding van Jezus is de hemel interessant en belangrijk geworden. Jezus heeft de hemel uitgevonden, zoals Hij eigenlijk aan de wieg van bijna alle belangrijke uitvindingen staat.

Het evangelie van de hemel volgens Toon

Er is het evangelie van de hemel. Laten we dat het evangelie volgens Toon noemen. Al weer jaren geleden – onze Toon was vijf – was Toon thuis, ziek op de bank, met waterpokken. Zijn knuffels waren om hem heen uitgestald, met zijn dekentje als bewijs dat hij echt ziek was. Mijn vrouw zit aan tafel te lezen en te schrijven. Toon zoekt het gesprek: ‘Wat zit je te schrijven, Mamma?’ is zijn openingszet. Ze antwoordt: ‘Ik moet een preek maken.’ ‘Waarover ga je dan preken?’ Antwoord: ‘Over de hemel, lieverd.’

‘Waarom dan?’

‘Rond Hemelvaartsdag denken de mensen in de kerk eraan, dat de Heer Jezus teruggegaan is naar God in de hemel.’

‘Waarom is Hij dan teruggegaan?’ ‘Goeie vraag, Toon. Ik probeer nu te bedenken, hoe ik dat het beste uitleggen.’

‘Weet jij dan wel, waar de hemel is?’ gaat het onverstoorbaar door.

Na deze voltreffer gaat mijn vrouw naast Toon zitten. ‘Weet jij, waar de hemel is, Toon?’ vraagt zij hem. Even is het stil. Dan antwoordt hij langzaam:

‘Niet helemaal, maar in ieder geval niet ver weg.’ Na een kleine pauze vervolgt hij: ‘Jij zegt altijd, dat God dicht bij ons is. Dan de hemel dus niet ver weg zijn en toen opa Ad naar de hemel is gegaan – Toon doelde op de begrafenis -, waren jullie ook zo terug.’

Jezus is in de hemel en de hemel is om de hoek.

Toen Jezus op 3 april Jeruzalem gekruisigd was, leek het daar helemaal niet op. De hemel leek verder weg dan ooit. Gemarteld. Dood en begraven. Wat zouden de tegenstanders nog meer gewild hebben? Velen bleven in rouw gedompeld achter. Zij zouden het liefst alles anders gezien hebben. Zij zijn op sterven na dood. In een afgesloten ruimte zitten ze samen ellendig te wezen. Dan doemt Jezus ineens op. Steeds weer doemt Hij op. Het lijkt wel: uit het niets.

De niet-astronomische hemel

Onze driedimensionale ruimte – lengte, breedte en hoogte – is een sub-systeem van Jezus’ veeldimensionale ruimte. Zo is de ééndimensionale ruimte van een lijn een onderdeel, een subsysteem van de tweedimensionale ruimte van een plat vlak of de driemensionale ruimte van een doos. Stel dat ik ééndimensionaal ben in mijn ééndimensionale ruimte van de lijn. Als jij ook ééndimensionaal bent, kun je mij niet verrassen. Je kunt mij van voren of van achteren benaderen, maar in elk van beide gevallen zie ik je ‘aankomen’. Als jij echter meerdimensionaal bent, komen de zaken geheel anders te liggen. Als je tweedimensionaal bent, kun je ineens van rechts of links op me afkomen, en als je driedimensionaal bent, zelfs ook van boven of van onderen – zonder dat ik je zie aankomen. Heb je twee dimensies meer, dan kun je me zomaar verrassen.

Zo heeft Christus zijn eigen hemel – een hemel met meer dan vijf dimensies. Hij doet het niet met minder. Meer dan het gewone. Zo gaat het altijd in het christelijke geloof. We hebben meer dimensies nodig. Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk. Zijn ruimte omvat onze ruimte. Vanuit elk punt van zijn ruimte Hij ons in onze ruimte bereiken. Hij woont niet onbereikbaar ver weg, vele lichtjaren ver. Dan zou Hij ook niet voor ons gestorven en opgestaan kunnen zijn. Plotseling is Hij er. Hij woont vlakbij.

Om de hoek.

We zijn nooit alleen. Als het echt niet meer gaat, kan Hij ons zomaar oprapen. Zo heeft Hij Moeder Maria opgeraapt, en broer Jacobus, tante Maria en Maria Magdalena. Anders hadden ze het allemaal veel te koud gekregen. Ze zouden dood gevroren zijn. Jezus kan dat niet aanzien. Daarvoor is Hij opgestaan. Opstanding is crisispastoraat. Zo is Hij aan de geliefde tobbers, en aan Stefanus en Paulus, verschenen. Uit zijn veeldimensionale hemel stapt Hij even binnen om orde op zaken te stellen.

In het Hemelvaartsevangelie doen de discipelen zich ook niet als tobbers voor. Die tijd hebben ze achter de rug. Ze lopen over van vreugde. Met grote blijdschap keren ze naar Jeruzalem terug om God voortdurend te loven. Ze treuren niet. Hemelvaart is geen scheiding: zo van partir, c’est un peu mourir. Ze zijn helemaal opgeleefd en stralen van vreugde, barstend van de energie. Zo is het christelijke geloof.

< Terug