< Terug

Rowan Williams

‘Geest gaat over verbinding’ de aardse praktijk van heilig leven

‘Dat onze wereld heilig is, is een van de fundamenten van het religieuze perspectief,’ zegt Rowan Williams in een gesprek met Stevo Akkerman van de EO. En over persoonlijke autonomie en afhankelijkheid van onze aardse werkelijkheid: wat verloren gaat bij het concept van het autonome individu ‘is het bewustzijn dat we altijd worden gevoed door dingen die we niet in de hand hebben’. Rowan Williams was in april in Nederland vanwege de presentatie van zijn boek Wat is heilig? Herademing mocht hem kort interviewen over het thema ‘aardse spiritualiteit’.

Gemeenschappelijke deler van de artikelen en lezingen die Rowan Williams heeft gebundeld in Wat is heilig?, is dat hij iets wil laten zien van Gods werkelijkheid aan de hand van ‘uitvoeringen’. Hij vergelijkt een heiligenleven bijvoorbeeld met een toneelof muziekuitvoering. Waar licht iets op dat je raakt, dat je na zou willen volgen? Hij zoekt praktische – aardse – handvatten om dat te doen en vindt die in de Bijbel, natuurlijk, en in de traditie.

Proberen, falen en herstel

Rowan Williams : ‘Schrift en traditie bevatten talrijke bronnen voor een spiritueel leven en heiligen hebben praktische adviezen. Het maakt mij bezorgd dat zo veel christenen geen Bijbel lezen. Als we ons niet in de Bijbel verdiepen, missen we het besef wat voor god God is. We kunnen ons laten verrassen door de Bijbelse boeken, door andere gelovigen, door Jezus’ aanwezigheid. De Bijbelse boodschap vraagt ons: wat is de verandering, wat is het nieuwe perspectief voor mij? God wil dat wij weten wie Hij is en wie wij zijn.’

In een paar korte zinnen vat hij de basis samen van zijn geloof: ‘Alles is afhankelijk van God, er is het proces van de schepping, het gaat verkeerd en God laat ons niet in de steek. Dat is geen zekerheid. Het tegenovergestelde van twijfel is niet zekerheid maar vertrouwen.

Ik ben er zeker van dat ik God kan vertrouwen. Hoe? Dat is een combinatie van het Bijbelverhaal lezen, voelen dat ik groei en de geschiedenis horen van andere mensen met hun falen en groeien in geloof. Dat verhaal van geloof en trouw ondanks falen wordt het meest zichtbaar bij het kruis van Christus.

Geloof verandert mensen maar ik ben geen baas over mijn geloof. Ik heb veel mensen gekend die op een punt kwamen dat ze niets meer in te brengen hadden. En toch was er iets anders dat hen deed voortgaan, naar buiten richtte. Hun verhalen kunnen heel inspirerend zijn. In Zuid-Afrika heb ik mensen leren kennen die actief waren in de anti-apartheidsbeweging. Die strijd beïnvloedt mij nog steeds. En de geschiedenis van mijn eigen leven speelt een rol: proberen, falen en herstel. Juist die ervaring van herstel geeft mij het vertrouwen: als er een God is, is er een betrouwbare God. Bijbelverhalen lijken iets van vroeger maar het menselijk hart verandert niet. Bijbelse ervaringen van angst en verrukking, van schaamte of twijfel zijn ook ons niet vreemd. Je merkt dat wanneer mensen de verhalen voor de eerste keer horen, wanneer we de verhalen vertellen alsof ze nu gebeuren. Het is niet zo moeilijk om daar een voorbeeld van te geven. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan kunnen we vertellen met andere rollen. Iemand wordt niet goed en valt en heeft hulp nodig. Er komen mensen langs maar de sociaal werker heeft geen tijd en loopt door. Degene die stilstaat en helpt is de illegale immigrant.’

Materiële structuren beïnvloeden onze ideeën en gevoelens over onszelf

Stadsspiritualiteit

In de traditie vindt hij zulke praktische handvatten in de Regel van Benedictus (Wat is heilig? H. 4), bij iconen en hun theologische achtergrond (H. 8), in de geschriften van Teresa van Avila (H. 9, 10 en 11 in deel 4) en Juliana van Norwich (H. 12).

In het hoofdstuk over de Regel van Benedictus in zijn boek Wat is heilig?, werkt hij een prachtig beeld uit: heilig leven als een veelvuldig gebruikt stuk gereedschap. Heiligheid heeft te maken met in vuur en vlam staan voor een nieuw inzicht, maar is evenzeer een werktuig dat naar je hand gaat staan en slijt in het gebruik. In de dagelijkse praktijk van een spirituele gemeenschap kan heilig leven door oefening even vanzelfsprekend worden als de hamer of schaar die als een verlengstuk van je lichaam voelt.

Maar ook in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 5 staan belangrijke noties over aards leven en mystieke ervaring. Zo analyseert hij in hoofdstuk 5 ‘Stadsspiritualiteit’ de problemen van moderne steden. Hij noemt het verlies van contact met de natuur, maar in het boek concentreert hij zich vooral op nieuwe vormen van gemeenschap. Zijn conclusie is dat naast fysiek en psychologisch onderzoek naar het welzijn van mensen ook onderzocht moet worden hoe materiële structuren onze ideeën en gevoelens over onszelf beïnvloeden. Bovendien is er een positieve visie nodig op een mensheid die als vanzelf samenwerkt. Voor zo’n visie kan steun gevonden worden in theologische ideeën over het lichaam van Christus. Daarin wordt de gemeenschap gezien als een lichaam waarvan de leden samenwerken omdat ze alle even nodig zijn.

In haar boek Groene theologie merkt Trees van Montfoort op dat we cultuur en steden altijd scheiden van de natuur ‘buiten’. Maar ook in onze steden is nog steeds natuur. Om te beschermen, en misschien ook om erdoor geïnspireerd te worden. Hoe kijkt u aan tegen de afof aanwezigheid van natuur in onze stedelijke omgeving? Kunnen we daar nog steeds religieus gewekt worden door ervaringen uit de natuur?

Rowan Williams: ‘Dat kunnen we zeker. Ik voel mij zeer betrokken bij milieuvraagstukken. En zelfs in de stad zijn we nog steeds lichamen die met de natuur verbonden zijn. We worden nat als het regent, ook als we daar geen aandacht voor hebben. Wanneer we spreken over de liefde voor onze naaste, dan valt ook de hele materiële wereld daaronder. Onze aarde is onze naaste.’

Vlees en geest

Ons thema ‘aardse spiritualiteit’ komt het meest uitgebreid aan bod in hoofdstuk 2, het hoofdstuk over gezondheid en genezing. Williams kijkt hierin naar de nieuwtestamentische genezingsverhalen. Hij wil het genezingsaspect niet tekort doen maar wijst erop dat het in deze teksten steeds ook over relaties gaat. In dat verband spreekt hij over vlees dat bedoeld is om bewoond te worden.

In Nederland wordt het Griekse woord sarx (vlees) vaak vertaald als ‘mens’ (het mensgeworden woord, Joh. 1:14). Rowan Williams onderscheidt ‘vlees’ echter zowel van lichaam als van menszijn. Hij begint het hoofdstuk met het woord van Jezus over de lege ruimte die een boze geest achterlaat. ‘Vlees’ omschrijft hij dan als een huis dat niet bewoond wordt, dat leeg staat. Paulus gebruikt de term, zegt Williams, voor menselijk leven waarin sprake is van niet-functionele, manipulatieve relaties. ‘Vlees’ is erop gericht zichzelf te verheffen. De menselijke ziel wordt dan ervaren als een lege ruimte die gevuld en bevredigd moet worden en door macht moet worden veiliggesteld. ‘Vlees’ is menselijk leven dat niet op de juiste manier bewoond wordt maar vervreemd is van zijn omgeving. In Paulus’ theologie is ‘vlees’ een leven dat is afgesneden van alles wat verbondenheid geeft. De gave van de Geest is bij hem altijd een geschenk dat verbondenheid schept. Daardoor gaan mensen leven in een open en vrije relatie tot God en in een hartelijke relatie met elkaar. Dat is verlossing: geest en vlees worden samengebracht in het lichaam. Het vlees gaat bewoond worden door ‘geest’ en komt zo tot volheid. Gods genade maakt ons werkelijk mens.

Williams verbindt dit ook met het scheppingsverhaal in Genesis. Het stof en de klei – het materiële vlees – zijn gemaakt om bewoond te worden. God besluit dat een wereld die leeg, woest en verlaten is, bewoond zal worden door de adem van zijn Geest en het verdere werk van zijn handen. Dit betekent niet dat er iets van buiten ‘geïnjecteerd’ wordt, maar dat tot bloei komt wat al gegeven is.

En: ‘Niet alleen heeft God een wereld gemaakt om bewoond te worden; God heeft een wereld gemaakt waarin God van plan is te wonen, en waarin God in zekere zin al woont: in de wijsheid, de schoonheid, de orde, het verleidelijk wonderlijke dat ons omringt in onze materiële omgeving’ (blz. 31). Dat vindt zijn hoogtepunt wanneer God volledig en ondubbelzinnig het menselijk leven bewoont in Jezus van Nazareth. Het evangelie vertelt ons dat we door hem – door de genade dat we als kind van God zijn aangenomen en leven van het lichaam van Christus – ons leven en onze herinneringen kunnen ‘bewonen’, dat we zonder angst en vervreemding kunnen bedenken wie wij zijn.

Wat betekent dit voor de mystieke ervaring en voor ‘aardse mystiek’?

Rowan Williams: ‘Elke poging om spiritueel te willen leven en daarbij het lichaam te ontkennen of te negeren is een valse start. Het lichaam is in het christelijke beeld vlees dat betekenisvol bewoond wordt door geest. Bij Paulus is het vlees altijd negatief. Om volledig onszelf te zijn moet vlees bezield worden door de Geest. Geest gaat over verbinding. We brengen herinneringen en ervaringen ons lichaam binnen en we ontmoeten God als de persoon die we zijn: vlees en geest.’

‘God heeft een wereld gemaakt waarin Hij in zekere zin al woont’

Het lichaam bidt

In het hoofdstuk ‘Gezondheid en genezing’ verbindt Williams dat ook met gebed. Het gebed is namelijk geen activiteit buiten het lichaam om, of daaraan parallel. We kunnen leren om ons lichaam te zijn als we bidden, meent Williams. Als we bidden, kunnen we ons bewust zijn van ons lichaam, hoe dat al bezield wordt door het verlangen en de openheid waarnaar we al biddend op zoek zijn. Hij verwijst naar Teresa van Avila. Wanneer ze spreekt over ‘wandelen met God tussen de potten en pannen in de keuken,’ verbindt ze volgens Williams de handeling van het bidden met het spreken, bewegen en handelen van ons lichaam.

Het vierde deel van het boek is gewijd aan Teresa van Avila. U schrijft hierin dat u als tiener haar autobiografie las – en later weer naar haar terugkeerde. Wat voor tiener was u dat u zulke boeken las?

Rowan Williams: ‘Ik werd heel enthousiast van alle kerkelijke activiteiten die ik in die tijd ontdekte: de liturgie met haar muziek, de geschiedenis, Bijbel-onderricht van een heel bijzondere pastor. De kerk opende voor mij een nieuwe wereld en ik wilde graag weten hoe ik deze wereld kon betreden, hoe ik in deze wereld kon leven.’

Hoofdstuk 10 gaat over Teresa’s manier van Bijbel lezen en dan met name als vrouw die geen toegang had tot teksten in de grondtaal. In hoofdstuk 11 beschrijft hij haar gedachten over Jezus’ aanwezigheid in de eucharistie. Wat Rowan Williams bij Teresa van Avila leert is dat onze christelijke praktijk uiteindelijk gaat over onze herschep ping naar het goddelijk beeld. Het gaat over hoe Christus vorm krijgt in ons leven. Contemplatieve arbeid is geen privéspecialisme maar heeft te maken met onze concrete herschepping naar Jezus’ gelijkenis. Juist dat geeft de basis voor menselijk samenleven, als broers en zussen van Jezus. Als Christus vorm krijgt in ons leven, als we herschapen zijn naar Jezus’ beeld, hangt onze waardigheid niet af ‘van wat we bereikt hebben en de positie die we bekleden, maar van Gods beslissing in Christus om ons te ontvangen als Christus’ verwanten’ (blz. 145).

Rowan Williams: ‘En ik zie hoe serieus, hoe echt dat “herschapen worden” is bij mensen die ik ontmoet in mijn parochie. Een vrouw uit een arme wijk vertelde over de keer dat zij en haar man een kathedraal wilden binnengaan. Maar op dat moment waren ze niet blij met elkaar. Zij heeft toen eerst weer verbinding gemaakt met haar man. Daar gaat het om, dat mensen bewust zijn van hun falen en vervolgens leren om hun relaties te herstellen.’

Moeten mensen dan eerst falen? Zijn ze niet al goed zoals ze zijn, al aanvaard door God zoals ze zijn?

Rowan Williams liefde: ‘De echte uitdaging van het evangelie is dat “goed genoeg” niet voldoende is als we tegenover de goedheid van God staan. Maar wanneer ik word geconfronteerd met wat er verkeerd gaat, heeft God mij vrij gemaakt. Wat heiligen ons kunnen leren, is hoe je aan dat proces begint. Hun gezicht kan een spiegel voor ons zijn.’ Hij houdt van het verhaal over de heilige Seraphim: ‘Eens zei een vriend tot hem: “Ik zie licht komen van je gezicht, ik kan niet naar je kijken vanwege dat licht.” En de heilige antwoordde: “Jouw gezicht ziet er voor mij hetzelfde uit.”’

Aardse spiritualiteit is voor Rowan Williams een verhaal van gebrokenheid en hersteld worden, een verhaal van dagelijkse oefening, over leven in gemeenschap met anderen en over vlees dat bewoond kan worden door Gods Geest. Of zoals Williams zelf schrijft:

‘Onthoud dat we volgens een van de grootste paradoxen van het christelijk geloof alleen leren om in de “hemel” te leven – in de aanwezigheid van onze maker, redder en minnaar – als we leren om op aarde te leven en hier en nu de ruimte bewonen waarin God ons heeft geplaatst’ (blz. 35).

Literatuur

Rowan Williams, Wat is heilig? Inleiding in christelijk leven, Berne Media, 2018. Interview met Stevo Akkerman: www.npostart.nl/wat-is-heilig-rowan-williams-op-bezoek-in-nederland/19-05-2019/VPWON_1305586

< Terug