< Terug

Tuinman van licht

‘Huilend boog Maria zich naar het graf en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was…’

Johannes 20:11b-15a

Er bestaan een schilderij en tekeningen van Rembrandt waarop Jezus getooid is met een grote zonnehoed. De afbeeldingen geven het moment weer waarop Maria Magdalena Jezus ontmoet op de ochtend van Pasen. Ze ziet hem voor de tuinman aan. In een oudere vertaling staat:  ‘Zij dacht dat het de hovenier was’. Dit zinnetje vormt het motto van het gedicht ‘Christus als de hovenier’ van Ida Gerhardt. Gerhardt wist dat het om een misverstand ging. Niettemin besluit ze haar gedicht met het zinnetje: ‘Hij is de hovenier’. Waarom is Christus toch de hovenier?

Wijnbouwer

Het antwoord is wellicht te vinden in een ander gedicht van Gerhardt. Het is getiteld ‘Wijnstok’ en is ontleend aan een andere passage uit het Johannesevangelie. Daar is God de hovenier – of de wijnbouwer – en Christus de wijnstok. ‘Het was de hovenier’ klinkt het tot twee keer toe. God richt de ranken in de juiste richting, ontwart ze, geleidt ze, verzorgt ze.

De hovenier of tuinman als beeld voor Christus en God; het lijkt Gerhardt niet zo veel uit te maken wie nu precies wie is. Het christendom heeft beiden ook nooit zo goed kunnen onderscheiden en is tenslotte maar tot de belijdenis gekomen dat ze één zijn.

Hoe het ook zij, beiden dienen het leven, volgens Gerhardt. En dat was voor haar geen dogma, maar een ervaring. Zoals dat ook voor Vincent van Gogh gold. Als hij in de lente de appelbloesems zag opengaan in het gebied rond Arles, werd voor hem de tuin van Pasen werkelijkheid. De zon, die tuinman van licht, deed er zijn werk. Van Gogh schreef in een brief aan zijn broer: ‘Ah! Zij die niet in de zon hier geloven zijn werkelijk goddeloos.’ En elders: ‘De liefde van God is een kracht tegen de donkere dingen van het leven, het is een kracht der Opstanding, een kracht die mij doet zeggen: ik wanhoop nooit.’

Stille kracht

Christus of God als hovenier… Het mooie van dit beeld vind ik dit: een hovenier is dienstbaar aan het leven. Hij heeft geduld. Hij wacht rustig tot het zaad ontkiemt, opkomt en uitgroeit. De hovenier heeft vertrouwen. Hij gaat slapen en weet dat de kracht van het leven dag en nacht doorwerkt. Zoals Christus geloofde dat de stille kracht van het koninkrijk dag en nacht doorwerkt. ‘Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’

Leven uit de dood

Christus als de hovenier, wijngaardenier of de landbouwer die het graan zaait. Bewegelijk als het geloofsdenken is, kan dit ook Christus zelf als het graan zien: ‘Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.’ Hier komen we in aanraking met het geheim van het leven uit de dood. Je kunt er cynisch over doen. Het geheim van Pasen is een gemakkelijk doelwit van spot. Leven uit de dood? Leven sterker dan de dood?

Toch geef ik de voorkeur aan wat Khalil Gibran ooit schreef: ‘Oh ziel, als een nar tegen me zegt dat de ziel met het lichaam wegkwijnt en dat al wat sterft nooit zal terugkeren, zeg hem dan dat de bloem verwelkt, maar dat de zaadjes blijvend zijn en voor ons liggen als het geheim van het eeuwige leven.’

Stephan de Jong is predikant van de Protestantse Gemeente Oudemirdum-Nijemirdum-Sondel en redactielid van Open Deur.

< Terug