< Terug

Verbeelding op de grens

Dat het leven voor iedereen een houdbaarheidsdatum heeft, daar ben ik als geestelijk verzorger in de ouderenzorg tot in mijn haarvaten van doordrongen. Het besef van kwetsbaar leven en eindig zijn, lijkt in eerste instantie veraf te staan van alles wat eeuwigheidswaarde heeft. En toch, op die grens van leven en sterven kan veel gebeuren, in het einde klinkt een heel leven mee. Het gaat dan niet langer om óf het een óf het ander, maar om het een én het ander, om zowel voorbijgaand als duurzaam. Dit innig samenklinken boeit mij en daarom lees ik gedichten als oefening om mijn voorstellingsvermogen op deze grens te verhelderen en verdiepen. In mijn geestelijk rugzakje draag ik een aantal gedichten van M. Vasalis met me mee. Op bijzondere wijze heeft het gedicht ‘Moeder’ uit de bundel Vergezichten en gezichten (1954) mij begeleid en ruimte gegeven om mezelf het voorbijgaande en blijvende toe te eigenen toen mijn eigen moeder overleed. Een gedicht dat eindigt met de woorden:

Voorgoed doordrongen door haar kalm geruis

waren wij steeds op reis en altijd thuis.

Iedereen heeft maar één moeder, maar zo moederen voor elkaar als in het gedicht wordt voorgesteld, voelt als op reis en altijd thuis.

< Terug