Bijbel en context in Nederland

Kerk en Theologie, 2021 nr. 2

Dit artikel is een gratis introductie op het themanummer van Kerk en Theologie over contextuele bijbelinterpretatie in Nederland (2021, nr. 2). Onderaan het artikel vind je de andere bijdragen uit het nummer. Ben je benieuwd naar andere nummers van Laetare? Bekijk dan alle artikelen. De bijdragen Kroniek en Boekbesprekingen vind je uitsluitend in de fysieke editie van dit nummer.

Inleiding

Contextuele Bijbelinterpretatie heeft vaak een wat exotische reputatie. Exotisch omdat het zich buiten de gebaande paden van de ‘gewone’ Bijbelwetenschap beweegt en exotisch omdat het zich vaak met Bijbelinterpretatie ‘overzee’ bezighoudt. Beide zijn ze echter wel degelijk van belang omdat ze verder leren kijken dan het gebruikelijke, hoe waardevol dat ook is, en zo buiten de eigen bubbel laten stappen. De keerzijde is dat de eigen context, in dit geval de Nederlandse, buiten beeld raakt.

Er lijkt meer onderzoek te zijn naar Bijbelinterpretatie op plekken als Namibië en Singapore dan dat er onderzoek is naar zulke interpretatie in Nederlandse contexten.[1] Dit verschuift slechts langzaam, ook wanneer enkele recente diepteboringen en kwantitatieve studies een belangrijke bijdrage leveren aan inzicht in Nederlandse contextuele Bijbelinterpretatie.[2]

Bij deze insteek gaat het om veel meer dan alleen maar om kennis over de Nederlandse context op zich. Interpretaties van Bijbelteksten zijn namelijk altijd ook ingegeven door elementen uit een context. Wat in een context speelt en met name wat erin het spel bepaalt, beïnvloedt in hoge mate het soort vragen en het soort verwachtingen die aan (Bijbel)teksten gesteld worden, de methodes die toelaatbaar zijn en de aspecten van een tekst die in onderzoek wel of niet zichtbaar worden gemaakt of van belang worden geacht.

Inzicht hierin is wezenlijk om te begrijpen hoe vormen van Bijbelinterpretatie functioneren, waarom ze zo functioneren en wat ze wel of niet kunnen bereiken

De dominantie van een historisch paradigma in de Bijbelwetenschap is bepaald door de historische mindset van de moderne wetenschap, terwijl de aandacht voor de lezer en de constructie van betekenis in veel onderzoek nu net zo goed is ingegeven door een postmoderne context. Zelfs een op de tekst gerichte benadering als die van de Amsterdamse School is alleen denkbaar in een cultureel en religieus landschap waarin literaire benaderingen denkbaar zijn en er bepaalde verwachtingen aan de Schrift bestaan.[3] Dus of je je nu richt op de wereld achter de tekst (historisch), de wereld vóór de tekst (lezer) of de wereld van de tekst (literair): contextuele factoren hebben hier invloed op. Inzicht hierin is wezenlijk om te begrijpen hoe vormen van Bijbelinterpretatie functioneren, waarom ze zo functioneren en wat ze wel of niet kunnen bereiken.

Zulke kennis is voor het functioneren van de Bijbelwetenschap wezenlijk: jezelf niet contextualiseren betekent vrijwel altijd dat je je eigen context als vanzelfsprekend of natuurlijk gaat beschouwen en die van de ander als ‘vreemd’, wat grote gevolgen heeft voor de mate waarin er een gesprek op ooghoogte tussen verschillende benaderingen en contexten mogelijk is. Bovendien: wie zijn eigen context als ‘gewoon’ ziet, zal ook blind zijn voor wat er in en door die context wel of niet aan vragen, kennis en inzicht toegelaten wordt. Dat is, wederom, schadelijk: op een vanzelfsprekende wijze worden zo bepaalde stemmen hoorbaar en andere niet, ze raken vergeten en dit vergeten is nog vanzelfsprekend ook.[4]

Wie zijn eigen context als ‘gewoon’ ziet, zal ook blind zijn voor wat er in en door die context wel of niet aan vragen, kennis en inzicht toegelaten wordt

Zowel wie zich voor tussenmenselijke gelijkwaardigheid inzet als ook wie zich voor teksten en hun betekenis interesseert, zal hiertegen willen protesteren: dit is de kritische kant van contextuele Bijbelinterpretatie. De basis voor zulk protest is precies kennis van de samenhang tussen context en (Bijbel)interpretatie en het effect van vormen van Bijbelinterpretatie in bepaalde contexten op lezers en op teksten. Kennis van contextuele factoren in bestaande interpretaties maakt nieuwe toegangen tot teksten mogelijk en helpt zo om meer recht te doen aan tekst en lezer. Tegelijkertijd biedt zulk inzicht in de manier waarop een tekst – in dit geval de Bijbel – geïnterpreteerd is in een bepaalde context ook een goede lens om die context beter te leren begrijpen. Contextueel Bijbels onderzoek is zo een katalysator voor het verwerven van inzicht in zowel tekst als context.[5]

Dit nummer van Kerk en Theologie laat zien hoe contextueel Bijbels onderzoek kan werken in een nog weinig onderzochte context: de Nederlandse. Dit is van belang om deze context niet als ‘normaal’ te gaan zien en alles wat ver weg of anderszins vreemd is als ‘contextueel’; ook (en juist) voor Nederlandse exegeten is contextueel bewustzijn van groot belang, zeker in een tijd waarin het dekoloniseren van de wetenschap, op goede gronden, hoog in het vaandel staat.

Contextuele Bijbelinterpretatie is ook altijd een kritische discipline die vraagt naar het effect van interpretaties en benaderingen

Op deze manier is contextuele Bijbelinterpretatie ook altijd een kritische discipline die vraagt naar het effect van interpretaties en benaderingen en, tenminste, probeert schadelijke vormen van interpretatie te vermijden. Contextueel gereflecteerd onderzoek biedt in dat verband ruimte om verder te kijken dan het bestaande, om het ‘normale’ kritisch te bevragen en, vooral ook, om op ooghoogte het gesprek aan te gaan met benaderingen uit andere contexten (uit heden en verleden). Hoe dit kan, laten de bijdragen in dit nummer zien. Ze worden voorgesteld na twee reflecties over contextuele Bijbelinterpretatie: over de notie ‘context’ en over de rol van het vak binnen de academie.

Context: welke en van wie

Context is een ‘Gummibegriff’ zouden Duitsers kunnen zeggen: een begrip van rubber dat je alle kanten op kunt uitrekken en zo kunt kneden als je zelf wilt. Vaak is dat een nadeel, maar in dit geval een voordeel: omdat contextuele Bijbelinterpretatie naar alle factoren wil kijken die uitleg van de Bijbel beïnvloeden, is een ruim begrip nodig dat de aandacht van onderzoek niet kunstmatig inperkt. Juist onzichtbare, want bijvoorbeeld genormaliseerde of juist gemarginaliseerde vormen van context, doen ertoe en dat moet het begrip ‘context’ ook toelaten.

De vraag ‘doet het ertoe?’ beantwoordt contextuele Bijbelinterpretatie vrijwel altijd met ‘ja’. Dit om zeker te stellen dat de contexten van iedereen en overal aan bod kunnen komen. Dat mag soms als wat teveel van het goede voelen, om de net genoemde heuristische redenen is het wel nodig, juist om als vak open en vernieuwend te kunnen blijven. Dit gaat weer twee kanten op: het levert kennis op over hoe de Bijbel geïnterpreteerd wordt op plekken waar je misschien niet zo snel zouden denken. Met voorbeelden uit dit nummer: naast op de kansel ook in de gevangeniscel, naast in het commentaar ook in het kunstwerk, naast in het verstand ook in het gevoel (meditatief naast cognitief) en naast in de wetenschappelijke analyse ook in de autobiografie.

De vraag ‘doet het ertoe?’ beantwoordt contextuele Bijbelinterpretatie vrijwel altijd met ‘ja’

Contextuele Bijbelinterpretatie is zo gericht op verschillende groepen en hun culturen (intercultureel, interconfessioneel), kijkt naar verschillende media van interpretatie (multimedialiteit), heeft aandacht voor het samenspel van verschillende factoren zoals geslacht, klasse, etniciteit (intersectionaliteit: interpretatie komt tot stand op het ‘kruispunt’ van verschillende contextuele factoren). Naast voer voor (godsdienst)antropologen is het ook aan de Bijbelwetenschapper om zulke ongehoorde stemmen serieus te nemen.

Vernieuwende perspectieven, die anders zijn dan wat je zelf al kende, komen vrijwel per definitie van buiten en vaak uit de marge (wanneer je het wetenschappelijk bedrijf als centrum ziet). Weer met een voorbeeld uit dit nummer: toen het NBG in 2004 uitnodigde om op de NBv te reageren, maakte het gebruik van deze dynamiek: wie ergens anders is of vandaan komt dan de Haarlemse Zijlweg (waar het kantoor van het NBG staat), zal andere dingen zien in een tekst en deze ook inbrengen.

Waar een mens maar een beperkt aantal standpunten kan innemen, beschikt een netwerk van mensen over meerdere standpunten en kan die ook vruchtbaar maken in de interpretatie

Dit is een heel klassiek hermeneutisch uitgangspunt: standpunt bepaalt perspectief – en zonder standpunt (of context) is perspectief op iets onmogelijk; context is dus een noodzakelijke voorwaarde voor interpretatie[6] – en waar een mens maar een beperkt aantal standpunten kan innemen, beschikt een netwerk van mensen over meerdere standpunten en kan die ook vruchtbaar maken in de interpretatie. Maar dan moet je het wel toelaten: het pleidooi voor dit toelaten voert binnen de academie de contextuele Bijbelinterpretatie. Omdat iedere lezer ertoe doet en omdat het het meeste inzicht in teksten biedt. Contextualiteit is een katalysator voor interpretatie.[7]

Bridging Gaps: een verbindende discipline

‘Bridging Gaps’ is de naam van het meer dan 25 jaar geleden door Hans de Wit geïnitieerde uitwisselingsprogramma dat nu vanuit het Centrum voor Contextuele Bijbelinterpretatie (PThU/VU) uitgevoerd wordt.[8] De naam is een programma, ook het programma van contextuele Bijbelinterpretatie. Daarbij is het als discipline schatplichtig aan bevrijdingstheologische benaderingen, met name de benadering van de Bijbel erin via de methode van het ‘contextueel Bijbellezen’ (‘lectura popular de la Biblia’).[9] In de ‘Bridging gaps’-naam schuilt ook de meerwaarde van contextuele Bijbelinterpretatie voor theologie als geheel,[10] nog afgezien van de bovengenoemde hermeneutische waarde van het vak: het is een verbindend vak. Die verbinding heeft een heel aantal dimensies, waaronder de volgende.

‘Gewone lezers’ brengen een veelheid aan standpunten en perspectieven in die voor academische exegeten lang niet altijd toegankelijk zijn

Contextuele Bijbelinterpretatie zorgt voor een bewuste verbinding tussen de analyse van Bijbelse teksten, reflectie op de context waarin dit gebeurt en de samenhang ertussen. Dit ligt voor de hand, maar de twee kunnen ook los van elkaar en zonder deze vruchtbare wisselwerking bestaan. Dit betekent ook dat er een vanzelfsprekende verbinding ontstaat tussen academisch onderzoek en maatschappelijke thema’s. Uit deze verbinding vloeit zowel inzicht in contexten als in teksten voort. Het vak is als een laboratorium voor de bestudering van de ontwikkeling van zingeving in relatie tot klassieke teksten.

Dit betekent ook een bewuste verbinding van de stemmen van professionele lezers en zogenaamde ‘gewone lezers’ ‘ordinary readers’) van de Schrift; beide hebben meerwaarde voor elkaar: wetenschappers beschikken over meer (talen)kennis en een systematische methode en hermeneutiek, ‘gewone lezers’ (in de zin van ‘intuïtieve’ lezers, het begrip heeft een positieve inhoud) brengen een veelheid aan standpunten en perspectieven in die voor academische exegeten lang niet altijd toegankelijk zijn.

Omdat contextuele Bijbelinterpretatie programmatisch over grenzen van contexten heen wil kijken en in de ontmoeting tussen contexten het bewustzijn van de eigen context als context wil vergroten, is het vak ook bewust intercultureel gericht (in binnen- en buitenland) met een sterke oecumenische insteek. Ook zo verbindt het vak.

Gefundeerde kritiek op interpretaties, vaak ingegeven door theologische en ethische overwegingen, hoort ook bij het contextueel-Bijbelse discours

In contextuele Bijbelinterpretatie komen verschillende vormen van interpretatie aan de orde en in verschillende media; hiertussen is het gesprek lang niet altijd vanzelfsprekend. Daarnaast verbindt het vak de analyse van teksten met (historisch gefundeerde) analyses van contexten, waardoor empirisch (etnografisch en kwantitatief) en (kerk)historisch onderzoek, vanzelfsprekende partners van de exegese worden. Dit laatste geldt ook voor de systematische theologie, met name als het om de hermeneutische reflectie, waaronder het nadenken over de eigen contextualiteit (gepositioneerdheid) gaat, maar ook om vragen als wat de Schrift nu eigenlijk is in zijn functioneren in allerlei interpreterende praktijken. Hierbij hoort ook de al genoemde kritische reflectie, waarin eigen gepositioneerdheid en normativiteit een productieve rol spelen (een mening en daarmee een gesprek is alleen mogelijk op grond van een eigen positie).[11] Gefundeerde kritiek op interpretaties (en, al naar gelang, ook op teksten), vaak ingegeven door theologische en ethische overwegingen, hoort ook bij het contextueel-Bijbelse discours.

Omdat het vak contextuele Bijbelinterpretatie is, sluit het als vanzelf ook de verbinding tussen de twee delen van de canon van de christelijke Bijbel in. Deze om historische en theologische redenen voor de hand liggende verbinding komt lang niet altijd tot stand, bijvoorbeeld vanwege disciplinaire en institutionele structuren. Dit is een verder aspect van de intra-theologische verbinding die het vak faciliteert.

Wat is de Schrift nu eigenlijk in zijn functioneren in allerlei interpreterende praktijken?

Ten laatste, niet ten leste, is het ook het vermelden waard dat contextuele Bijbelinterpretatie instellingen verbindt. Dit geldt voor academische instellingen, zoals het Centrum voor Contextuele Bijbelinterpretatie dat door PThU en VU samen gedragen wordt, en het internationale netwerk ervan, dat ten dienste staat van intercontextueel onderzoek en uitwisseling. Vooral betekent het echter ook de nauwe samenwerking met maatschappelijke partners, zoals Kerk in Actie, Mensen met een Missie, de Nederlandse Zendingsraad, het Nederlands Bijbelgenootschap, en diverse kerken en raden van kerken.

De bijdrage van contextuele Bijbelinterpretatie aan de Bijbelwetenschap en de theologie als geheel betreft zowel de inhoud van het vak als zeker ook het laten ontstaan van verbanden die bijdragen aan disciplinaire vernieuwing in de theologie en de maatschappelijke positionering ervan.

In dit nummer

De artikelen in dit themanummer belichten ieder op een eigen wijze wat hierboven beschreven is als de verschillende dimensies van contextuele Bijbelinterpretatie. Ze vormen zo een staalkaart van wat er mogelijk is en ze houden de nadrukkelijke uitnodiging tot verder onderzoek in dat verder gaat dan de omvang van een themanummer of een artikel daarin toelaat. Gericht zijn ze alle op de Nederlandse context vanuit de gedachte dat het nodig is deze ook als context van interpretatie te verkennen, zoals dat vanuit andere contexten al eerder gebeurde – in dit geval volgt onderzoek over Nederland onderzoek vanuit en over de ‘Global South’. Ze geven ook een goede indruk van de verschillende (mogelijke) effecten van Bijbelinterpretatie in diverse contexten, wat bijdraagt aan de (ook ethische) zelfreflectie van exegetische methodes.

De bijdrage van Matthijs de Jong over contextualiteit en de revisie van de NBv (met als resultaat de NBv21) laat zien hoe een Bijbelgenootschap zijn voordeel kan doen met de verschillende perspectieven op vertaling en de betreffende teksten – en dit zonder met alle winden mee te waaien. Naast een beschrijving van het proces biedt een aantal voorbeelden ook direct inzicht in hoe de ontmoeting tussen verschillende standpunten en perspectieven kan leiden tot nieuw inzicht in teksten. Een voorbeeld van contextualiteit als middel om dieper in de teksten door te dringen en tot sterkere vertalingen te komen.

… een uitnodiging om, in de zin van multimedialiteit, andere dan tekstuele media serieus te nemen als contexten van interpretatie

Het klassieke medium van de tekst als de drager van inhouden, iets dat in de sterk op cognitie en het tekstuele gerichte epistemologische paradigma’s van de moderniteit waaraan de moderne Bijbelwetenschap sterk schatplichtig is, doorbreekt Caroline Vander Stichele in haar bijdrage over (het hoofd van) Johannes de Doper in zijn kunsthistorische representatie. Naast inzicht in deze specifieke traditie en de wijze waarop Bijbelse gegevens hierin geïnterpreteerd worden houdt het artikel ook een uitnodiging in om, in de zin van multimedialiteit, andere dan tekstuele media serieus te nemen als contexten van interpretatie.

Een (wetenschappelijk) vaak onzichtbaar aspect van iedere vorm van Bijbelinterpretatie brengt Ari Troost ter sprake in zijn artikel over autobiografie en Bijbelinterpretatie: iedere lezer van de Bijbel, juist ook de wetenschappelijke exegeet, brengt een biografie mee, die geeft manieren van lezen vorm en is zelfs een voorwaarde om überhaupt tot vraagstellingen te komen. Tegelijkertijd is er weinig bekend over hoe reflectie hierover vruchtbaar ingebracht kan worden in de hermeneutische reflectie. Troost doet hiervoor een voorstel als bijdrage aan onderzoek naar Bijbelinterpretatie en contextualiteit.

Een heldere uitnodiging aan exegeten uit de culturele en maatschappelijke mainstream om over de eigen gepositioneerdheid en de (on)mogelijkheden ervan na te denken

Een maatschappelijk onzichtbare context is een van de onderwerpen van Verry Patty in zijn bijdrage over Bijbelinterpretatie in gevangenispastoraat. Terwijl hij deze context voor het voetlicht brengt en laat zien hoe, bijvoorbeeld, in groepen Bijbelinterpretatie meer tot zijn recht komt dan in een (monologische) preek, geeft hij ook aan hoe de eigen ervaring in een gemarginaliseerde gemeenschap in Nederland – de Molukse – gevoelig maakt voor andere vormen van marginaliteit en het belang ervan. Een heldere uitnodiging aan exegeten uit de culturele en maatschappelijke mainstream om over de eigen gepositioneerdheid en de (on)mogelijkheden ervan na te denken.

De bijdrage over lectio divina van Anne-Maaike Pathuis en Henk de Roest belicht vervolgens een, tenminste in (gereformeerd) protestantse context, nieuwe vorm van Bijbelinterpretatie. Waar de bijdrage enerzijds laat zien hoe deze vorm van interpretatie functioneert en daarmee inzicht in een context biedt als ook in deze specifieke vorm van ontwikkeling van zingeving aan de hand van Bijbelteksten, roept hij ook de vraag op naar welke vormen van kennis en cognitie, via de ratio bijvoorbeeld, of via de weg van het gevoel, via analyse of via meditatie welke rol kunnen spelen in Bijbelinterpretatie en wat in welke context om welke redenen wel of niet als bron van legitieme kennis van functioneren.

Een nieuwe context is de katalysator voor een nieuwe duiding van tradities

Twee weer andere vormen van context spelen tenslotte een rol in het artikel van Nico Riemersma. Ten eerste is er de literaire context van een tekst: het artikel is ingegeven door zowel een ongebruikelijke verbondsformule in Nehemia 10:1 (kārat ’ămānâ) als ook door de plek ervan in de tekst: hij is moeilijk te verstaan, direct na de slotzin van het zegengebed (Neh. 9:37). Tegelijkertijd blijkt uit de bijdrage dat ook socio-historische contextualiteit ook voor zo een literaire benadering van belang is: de besproken tekst uit het boek Nehemia vormt een herinterpretatie van eerdere tradities over Abraham, in een nieuwe context opnieuw geïnterpreteerd worden. Een nieuwe context is de katalysator voor een nieuwe duiding van tradities.

Slot

De bovengenoemde hermeneutische overwegingen, positionering en beschrijving van contextuele Bijbelinterpretatie en het overzicht van de bijdragen in dit nummer geven een indruk van het vak bij wijze van een eerste verkenning. Tegelijkertijd wil dit nummer ook bewegen om Nederland als context serieus te nemen (mede in de zin van een ‘ontkolonialiseren’ van de theologie: de Nederlandse context is niet zomaar ‘normaal’ en ‘normatief’) en uitnodigen, zelfs uitdagen om verdere contexten te belichten, te onderzoeken en – kritisch onderzoekend – in het gesprek om de Schrift in te brengen. In die zin is dit nummer ook een uitnodiging, want wat bij het lezen van het bovenstaande duidelijk is, is dat heel veel contexten ook niet aan de orde komen hier.

We sluiten daarom af met de oproep om de vele andere contexten ook te verkennen, er zijn er teveel om op te noemen, de context van vrouwen bijvoorbeeld, van migranten, of ook de context LGBTQI+ mensen, de context van kinderen en jongeren, natuurlijk de context van de covid-19 pandemie, enzovoort. De laatste pagina van dit themanummer zien wij daarom als de eerste pagina van volgende bijdragen over context en Bijbelinterpretatie in Nederland. Dit vinden we van belang omdat kennis over hoe de Bijbel in Nederland een rol speelt van belang is om dit land te begrijpen én we vinden het van belang omdat stemmen uit al die contexten nieuwe perspectieven op de Schrift bieden en de uitleg ervan verrijken.

De themaredactie van dit nummer bestaat uit Joep Dubbink, Peter-Ben Smit en Klaas Spronk.

Noten

[1] Vgl. Helen C. John, Biblical Interpretation and African Traditional Religion, Leiden: Brill 2019; Chin Ming Stephen Lim, Contextual Biblical Hermeneutics as Multicentric Dialogue: Towards a Singaporean Reading of Daniel, Leiden: Brill 2019.

[2] Voor een overzicht zie: Annemarie Foppen, Anne-Mareike Schol-Wetter, Peter-Ben Smit en Eva van Urk, ‘The Most Significant Book of the Netherlands – and its Ordinary Readers’, verschijnt in: Journal of the Bible and Its Reception (2021).

[3] Contextualiserend is in dit opzicht bijvoorbeeld: Joep Dubbink, De tekst mag het zeggen: Bijbellezen volgens Karel Deurloo, Utrecht: KokBoekencentrum 2020.

[4] Over de dynamiek van het vergeten, zie: Aleida Assmann, Formen des Vergessens, Göttingen: Wallstein 2016.

[5] Vgl. bijvoorbeeld een bijdrage als Klaas Spronk, ‘Bijbel en geweld: Het voorbeeld van Simson,’ in: Harm Goris en Frank Bosman (red.), God tussen oorlog en vrede: Kritische reflecties op de relatie tussen religie en geweld, Nijmegen: Valkhof 2018, 25-37. De bijdrage zelf geeft nieuw inzicht in een Bijbeltekst, tegelijkertijd is de publicatie waarin dit artikel verschijnt ingegeven door een contextuele zorg: de problematische relatie tussen vormen van religie en geweld in de 21ste eeuw (en eerder).

[6] Klassiek verwoord door Rudolf Bultmann, ‘Ist voraussetzungslose Exegese möglich?’, Theologische Zeitschrift 13 (1957) 409-417.

[7] Een recent voorbeeld is te vinden in: Joep Dubbink, ‘Ezra en Nehemia contextueel – een vergeten paragraaf’, ACEBT 34 (2021) 135-142.

[8] Zie: Kirsten van der Ham en Geke van Vliet, ‘Experiencing Ecumenism in an International Theological Exchange Programme: Bridging the Gap between Grassroots Ecumenism and the Ecumenical Movement’, International Review of Mission 109 (2020) 340-353. Zie voor het werk van De Wit: Hans de Wit en Janet W. Dyk (eds.), Bible and Transformation the Promise of Intercultural Bible Reading, Atlanta: SBL 2015.

[9] Zie hierover in het algemeen en in Nederlandse context: Jacobine Gelderloos en Inge Landman, ‘Samen lezen voor verandering: Hoe contextueel Bijbellezen verbindt en mensen (opnieuw) enthousiast maakt over de Bijbel’, in: Floor Barnhoorn, Anne-Mareike Schol-Wetter en Sake Stoppels (ed.), De Bijbel in Nederland: Reflecties rond het gebruik van de Bijbel in kerk en samenleving, Haarlem: Nederlands Bijbelgenootschap 2018, 181-193; vgl. in dezelfde bundel ook: Willemien van Berkum, ‘De Bijbel resoneert in levens: Bijbellezen met rand-en buitenkerkelijken in Amsterdam’, 171-180.

[10] We maken daarbij een onderscheid tussen de methode van het contextuel Bijbellezen (zie voetnoot 7) als een bepaalde programmatische benadering van de Schrift en contextuele Bijbelinterpretatie in de brede zin die minder een exegetisch programma en meer een onderzoeksveld inhoudt.

[11] Vgl. hierover ook: Peter-Ben Smit, ‘Diversiteit in het onderwijs van het Nieuwe Testament: over het nut van biografische, levensbeschouwelijke en culturele diversiteit’, Nederlands Theologisch Tijdschrift 68 (2014) 277-296.

Lees meer uit dit nummer van Kerk en Theologie


Vorig jaar verscheen in Kerk en Theologie een artikel van Marco Rotman over de plaats van het optreden van Johannes de Doper.1 Het ging daar meer concreet om een narratieve analyse van het geografische kader waarin dit optreden in de context van de verschillende evangeliën wordt gesitueerd. Mijn bijdrage gaat eveneens over de figuur van Johannes de Doper, maar heeft een andere insteek. De vraag die hier centraal staat is hoe Johannes wordt verbeeld.

Lees verder

De Psalmen vormen al eeuwenlang het ‘liedboek’ van Joodse en christelijke gelovigen. Ze worden zowel individueel als gemeenschappelijk gezongen, gelezen en gebeden. Tot op de dag van vandaag zijn psalmen prominent aanwezig in de liturgie van protestantse kerken. Calvijn schrijft dat het boek van de Psalmen alle delen van de ziel ontleedt, ‘omdat er geen aandoening in de mens is, die hier niet als een spiegel voorgesteld wordt.’

Lees verder

In Nehemia 9:5 roepen Levieten, nadat het volk Israël uit het boek van de wet van JHWH hun God is voorgelezen, het volk op om te staan en JHWHte zegenen. Een lang zegengebed volgt (9:6vv). Onduidelijk is echter waar dat waar eindigt. In 9:37 met de woorden: ‘Daarom zijn wij in grote benauwheid’ (NBG’51)? Of moet daar toch in elk geval 10:1[1] nog bij gerekend worden: ‘Op grond van dit alles sluiten wij een vast verbond en stellen het op schrift, en onze oversten, onze Levieten, onze priesters zetten hun zegel eronder’ (NBG’51)? De wij-groep van het gebed houdt namelijk niet op met spreken.

Lees verder

Matthijs de Jong


Over de Bijbel hebben veel mensen stellige ideeën. ‘Het beste zelf hulpboek voor de mens’, oordeelde schrijver Adriaan van Dis in een talkshowgesprek in 2016 op de dag dat de Bijbel, in de gedaante van de Nieuwe Bijbelvertaling, verkozen was tot ‘het belangrijkste boek’. Anderen zouden de Bijbel het liefst opgenomen zien op een lijst van verboden boeken. En tegelijk zijn er ook nog steeds vele duizenden Nederlanders die dagelijks de Bijbel lezen in het geloof dat dit niet zomaar een oud geschrift is maar het boek waarin God tot hen spreekt. De Bijbel maakt de tongen los.

Lees verder

Van Jezus is maar een preek overgeleverd die werkelijk die naam mag hebben. Zijn redevoeringen op de berg en in het veld (Matteüs respectievelijk Lukas) behoren tot een ander genre, een veel vrijere vorm: een betoog doorspekt met halachische opmerkingen. Maar Schriftuitleg in de context van de liturgie, daarbij zien we Jezus maar een keer aan het werk: in de synagoge in Nazaret (Lukas 4:14-30). Wat daar gebeurt, is in vele opzichten bijzonder.

Lees verder

Een aspect van contextuele Bijbelinterpretatie, dat in het Nederlandse taalgebied recent in de belangstelling is gekomen, is de rol die ‘het persoonlijke’ van de lezer speelt in het proces van interpretatie. Met ‘het persoonlijke’ bedoel ik niet alleen de biografie van de lezer, zoals die zich ontwikkeld heeft met name in relatie tot interpretatieve en zingevende gemeenschappen, etnische en maatschappelijke verhoudingen, lichaam, gender en seksualiteit, maar ook – en vooral – hoe de lezer zelf tegen haar biografie aankijkt, deze waardeert en meeneemt (bewust of onbewust) in haar interpretatie van Bijbelteksten.[1]

Lees verder

Toen ik in 1988 mijn werkzaamheden als gevangenispredikant van Molukse afkomst in het Jeugdhuis van bewaring ‘de Vest’ te Haarlem oppakte, kwam ik terecht in een door secularisatie doordrenkte omgeving. Het merendeel van de jonge gevangenen was niet gewend om actief of in stilte mee te doen in de erediensten. Ze waren onbekend met de liturgie en de liederen uit de kerkelijke zangbundels. De Bijbelse verhalen die ze gehoord hadden waren ze grotendeels kwijt geraakt. In het Protestantse team van geestelijke verzorgers van de twee Haarlemse huizen van bewaring zochten wij naar een manier om tijdens de kerkdiensten de gevangenen te bereiken.

Lees verder

Tags:

Meer Bijbel en exegese