< Terug

Zo hoort het toch? Zo doen we het nu eenmaal…

Er zijn vrijwel overal waar we komen geschreven en ongeschreven regels. Die regels geven bescherming en vrijheid aan de ene, en grenzen aan de andere kant. Maar wat als je die regels – vooral de ongeschreven regels natuurlijk – niet kent?

Regels, grenzen en zo doen we het nu eenmaal hier in de kerk. Samen vormen ze een manier van omgaan met elkaar die door het grootste deel van de betrokkenen vertrouwd en gewoon is. Onuitgesproken regels die met elkaar grenzen en gewoonten vormen. Deze ongeschreven regels kunnen ook een blokkade vormen. Voelt iemand zich welkom?

Toen en nu

Wat waren de geschreven en ongeschreven regels in de gemeente van uw jeugd? Hoe ‘hoorde het’ bij u in de kerk? En de ongeschreven regels van nu?

Het leuke in terugkijken is het ontdekken en je laten verrassen in wat je ziet. Wat is er in al die jaren tussen kindertijd en nu toch veel veranderd in de eredienst en het samenkomen in allerhande groepen in de gemeente.

Met de mooie verhalen van de sinaasappel en het boekje met kerst van lang geleden, het psalmversje leren voor maandag wat minder lang geleden, tot de filmpjes via de beamer van nu. Van grote groepen kinderen en jongeren actief in club en catechese tot de kleinere groepen of het wegvallen van deze groepen van nu.

Herinneringen

Als u terugkijkt, waar voelt u ruimte, plezier, dat het goed was? En waar benauwde het?

Met deze antwoorden komt u waarschijnlijk bij de ongeschreven regels, bij ‘hoe het hoort’ en ‘zo doen we het nu eenmaal’. Met mooie herinneringen aan clubkamp, koren, en het vertrouwde gevoel van ‘ons kent ons’. En misschien ook wel lastige herinneringen.

Wat zullen ‘ze’ wel niet denken…? Dit hoort niet zo! Maar…waarom eigenlijk?

Wat herkent u als ongeschreven regels als u terugkijkt én als u kijkt naar uw gemeente van nu?

Zoals dat ene verhaal van die man die altijd zijn ogen dicht doet tijdens de preek. Dat levert heel wat blikken en vooroordelen op, hij zal wel niet luisteren, dat doe je toch niet met je ogen dicht… alsof hij zit te slapen?! Tot in gesprek blijkt dat hij met zijn ogen dicht juist veel beter kan luisteren en echt niet slaapt. De ongeschreven regel vertelt ons dat je met de ogen open luistert, met aandacht volgt wat er gebeurt. Dat je meezingt, meebidt, niet hardop reageert én dat je iets geeft in de collectezak. Ook wordt verwacht dat je netjes gekleed en op tijd aanwezig je min of meer vaste plekje zoekt in de kerkzaal.

Geschreven en ongeschreven regels

Iedere gemeente heeft zijn eigen geschreven en ongeschreven regels opgebouwd in al die jaren van gemeente-zijn. In de ene gemeente is er vóór het begin van de eredienst rust en stilte om jezelf te bezinnen. In een andere gemeente is er een uitgebreid onderling bijpraten, het uitdelen van kerkpost en snel nog even iets regelen voor de dienst.

Met zijn ogen dicht kan hij beter luisteren – en slaapt echt niet…

Hoe mooi is dat, als je ergens anders, in een andere gemeente te gast bent en kunt ervaren hoe anders dingen gaan. Dit kan heel weldadig – of juist vervreemdend zijn.

Zo doen wij dat nu eenmaal, maar hoort het ook zo? In dit artikel géén eenduidige oplossing. Wel verhalen en beelden die uitnodigen om zelf eens stil te staan bij ongeschreven regels in uw gemeente, en uw eigen ongeschreven regels.

Ervaringen

Als moeder van een zoon die liever onder zijn stoel zat dan erop, die niet graag vóór in de kerk stond voor het kinderpraatje, en het knutselen bij de kindernevendienst maar helemaal niks vond, heb ik regelmatig met zweet in mijn handen in de kerk gezeten. Gaat alles goed, is hij stil, blijft hij een beetje rustig zitten of is het alleen maar draaien en wiebelen…? Wat zullen ‘ze’ wel niet denken? Een kind hoort toch netjes te zitten, gewoon mee te doen, zijn best te doen met meezingen in plaats van met zijn handen zijn oren te bedekken omdat het orgel zo hard klinkt? Hoort u mijn versie van de ongeschreven regels? Zoals ik zelf een invulling geef aan ‘hoe het hoort’?

Die zweethanden en mijn onrust werden langzaam minder toen wij een eigen plekje vonden in de kerk, met iedere week dezelfde mensen om ons heen die gewoon een praatje maakten met mijn zoon en zich niet stoorden als hij wegdook naar beneden. Die er van konden genieten als zijn kinderstemmetje hardop de gebeden mee bad in zijn eigen tempo.

Zo hoort het… Nog steeds betrap ik mijzelf erop dat ik mijn kinderen in de gaten houd en erop let of ze doen wat er verwacht wordt. En tegelijk ben ik blij, dat zodra de dienst begint boek en telefoon vanzelf weggelegd worden en ze meegaan in het vieren.

Die onuitgesproken regels en verwachtingspatronen die wij zelf hebben en die er zijn binnen de gemeente kunnen veel impact hebben. Wie gewoon ‘past’ binnen de onuitgesproken regels zal er niet zoveel erg in hebben. Wie, in wie hij/zij is, niet makkelijk past in ‘zoals het schijnbaar hoort’ kan veel meer druk ervaren.

Niet iedereen is even gevoelig voor het gevoel van: zo hoort het toch? De één krijgt er zweethanden van, een ander haalt zijn schouders op en gaat rustig zijn gang zonder zich te storen aan wat anderen vinden.

Welkom heten

Je mag zijn wie je bent en je bent welkom! Hoeveel mensen, groot en klein, zijn er die zich in alle ongeschreven regels niet echt thuis voelen, maar wel een thuis zoeken in Gods huis, in zijn gemeente? Het is zo makkelijk om te roepen: voel je vrij, want je mag zijn wie je bent en je bent welkom. Wij willen een open en gastvrije gemeente zijn.

Met de formele geschreven regels en gebruiken is dat waarschijnlijk wel goed geregeld. Je wordt vriendelijk welkom geheten, er maakt iemand een praatje, je krijgt een liedboek te leen en als je wilt komt er iemand op huisbezoek.

Je kunt makkelijk zeggen: voel je vrij, je bent welkom zoals je bent…

Maar dan de ongeschreven regels. Blikken die kunnen steken, ongemak als je niet wil blijven koffie drinken, als je niet gezellig mee wil doen. Ongemak als je kind niet gewoon mee gaat of mee kan in het geheel.

Je veilig voelen in een gemeente, in de eredienst of bij activiteiten in de gemeente gaat niet altijd vanzelf. Als er veiligheid is, ontstaat er ruimte om ongeschreven regels en het klem zitten of botsen daarmee te benoemen. En omgekeerd, met het benoemen van de ongeschreven regels die je ervaart, kan er nieuwe veiligheid ontstaan.

Ieder een eigen plekje

De ouders met hun zwaar gehandicapte zoon vonden hun ruimte nadat ze zich in het kerkblad hadden voorgesteld en uitgelegd wat de gemeente kon verwachten van hun zoon aan spontane geluiden. Toen ontstonden gesprekken.

De hoog intelligente jongen die sociaal minder handig is, vond zijn plek toen hij voor een functie gevraagd werd die paste bij zijn kennis en kunnen. De verdrietige weduwnaar voelde vrijheid om géén koffie te blijven drinken, toen mensen begrepen hoeveel pijn het samenzijn hem deed. De ongeschreven regel dat samen koffie drinken goed voor je is als je alleen bent, kon hij doorbreken met zijn verhaal.

Terwijl de eenzame vrouw juist vóór kerktijd een kop koffie bij de koster kwam halen, juist omdat zij ooit had aangegeven hoe moeilijk ze het vond zomaar de kerkzaal binnen te lopen.

Echt zien wie de ander is

In de voorbeelden hierboven klinkt al door wat een startpunt is in het doorbreken van ongeschreven regels. ‘Zo hoort het, zo doen we het nu eenmaal’ kan en mag nooit het antwoord zijn in Gods gemeente. Als er één was die dwars tegen de gangbare orde inging, die opkwam voor wie niet gezien werd, is het Jezus Christus.

Contact maken en elkaar echt zien in wie die ander is, als basis om ‘zo hoort dat toch’ en ‘zo doen wij dat nu eenmaal’ bespreekbaar te maken.

Hoe vrij voel je je als kerkganger om die ander aan te spreken met je vragen over wat hij/zij doet of juist niet doet? Lukt dat in een open vraag zonder oordeel? Of blijft het bij kritische blikken, wegkijken, mijden, zuchten en klagen bij anderen – en geven we dit door aan de jeugdwerker, ouderling of voorganger en mag die er op af om het te regelen? Hoe vrij voel je je als kerkganger om zelf het gesprek aan te gaan als je botst met de algemene verwachtingen en ongeschreven regels? Om zelf openheid te geven? Hoe veilig voel je je om contact te zoeken en een gesprek aan te gaan?

Is het veilig genoeg om tegen ongeschreven regels in te gaan? En erover te praten?

Veiligheid is dan uitgangspunt om het gesprek aan te gaan en kwetsbare vragen te stellen. Want het is nogal wat als je reageert op die ander die anders doet dan verwacht, op het kind dat anders reageert dan verwacht, op de rouwende man die de koffie en het gesprek afwijst.

Alles staat of valt met contact maken en dat is niet zomaar uit te besteden aan een welkomstcomité bij de ingang of aan de voorganger. Dat echte contact, je gezien voelen als basis voor de veiligheid die nodig is om het gesprek aan te gaan… dát contact ontstaat in die vriendelijke knik, dat korte praatje, een knipoog naar een kind. Dat ontstaat in het oogcontact en die ander echt even zien. Dat kan ontstaan door met je kop koffie bij die ander aan tafel aan te schuiven.

Je vrij voelen als basis om gewoon eens te vragen hoe het nu komt dat die ander anders doet dan je had verwacht. Hoe heerlijk kan het zijn om dat in alle openheid te kunnen vertellen aan iemand die luisteren wil. Soms is luisteren en het verhaal delen genoeg om de botsing met de ongeschreven regels (van stil zijn, meedoen, op tijd komen) minder erg te voelen als anderen het verhaal kennen.

Soms kunnen er vanuit het luisteren ook nieuwe initiatieven ontstaan, zoals de eigen nevendienst voor mensen met een beperking, zoals de gastsprekers die werden uitgenodigd binnen het jeugdwerk om thema’s als seksualiteit te bespreken. Zoals de koffieochtenden voor moeders of de zangochtenden voor ouderen, waar je in alle vrijheid te laat kon komen als de zorg niet op tijd was en waar alle ruimte was voor een dementerende partner in al zijn eigenheid.

Die ander zien, is een mooi startpunt om ‘zo hoort het toch? Zo doen we het nu eenmaal’ samen tegen het licht te houden.

Mathilde (mw. J.M.) Meulensteen-Rink is als kerkelijk werker verbonden aan de Hervormde Gemeente Oudelande en de Protestantse Gemeente te Nieuwdorp. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.

Verdiepingsvragen namens de redactie

  • Heb je voorbeelden van weldadige of vervreemdende ervaringen toen je in een andere kerk te gast was? Bv. in het buitenland of bij een trouwdienst.
  • Probeer eens naar de kerkdienst te kijken door de ogen van je buurman die moslim is of een leerling in je klas die nog nooit een kerk van binnen heeft gezien. Welke ongeschreven regels zijn er in jouw gemeente?
  • Hoe kun je in de liturgie ruimte creëren voor het besef dat de ander ‘anders’ mag zijn?

< Terug