< Terug

Lachen en geween: Maandenlang vieren in de Haagse Bethelkapel

Drie maanden lang werd in de Haagse Bethelkapel een continue kerkdienst gehouden als kerkasiel voor een Armeens gezin. Organisator Theo Hettema vertelt wat er in de liturgie gebeurde. In twee kadertjes geven gastvoorgangers hun indruk van de viering.

‘Onze hulp is in de Naam van de Heer…’ klinkt het in de kerkzaal van het Haagse buurt-en-kerkhuis Bethel op vrijdagmiddag 26 oktober 2018. En daarna zingt een kleine kring:

‘Rond het licht dat leven doet groeten wij elkaar met vrede;
wie in voor-en tegenspoed zegen zoekt,
mag binnentreden,
– bij de Heer zijn wij hier thuis,
kind aan huis.’

André Troost, Liedboek 2013, lied 287

De komende maanden zullen hier in Bethel bijna duizend voorgangers en duizenden kerkgangers over de vloer komen. Nu weten nog hooguit twintig mensen dat deze dienst plaatsvindt. Een gedeelte daarvan is aan het bellen en regelen. Een kleine tien mensen zitten in de kerk: een Armeens gezin met bleke gezichten en bezorgde ogen, een paar opgetrommelde medewerkers van het kerkelijk bureau, een ouderling en een dominee. We hebben voor de komende middag nog twee voorgangers. Voor daarna weten we niet hoe we het zullen invullen.
96 dagen later is dezelfde kerkzaal bomvol met honderdvijftig mensen. De zegen wordt uitgesproken en we zingen als slotlied:

God, schenk ons de kracht dicht bij U te blijven,
dan zal ons geen macht uit elkander drijven.
Zijn wij in U een, samen op uw wegen
dan wordt ons tot zegen lachen en geween.

Dieter Trautwein, vert. Ad den Besten

Liedboek 2013, lied 418

Daarna vallen we elkaar in de armen, we lachen en huilen, tussen kaarsvet en de resten van het Avondmaal en in het midden nog steeds een Armeens gezin, met nog blekere gezichten, maar met glanzende ogen.

Tussen die twee liederen heeft zich een kerkdienst afgespeeld van 2306 uur lang, dag in, dag uit. Wat zat er achter die dienst en wat gebeurt er nu in zo´n dienst van dag en nacht?

Kerkasiel

De continue kerkdienst in Bethel vond plaats in het kader van een kerkasiel voor het Armeense gezin Tamrazyan en om aandacht te vragen voor het kinderpardon.

Vanaf de jaren tachtig is er ruim vijftig keer kerkasiel in Nederland geweest, alle keren met het doel om aandacht te vragen voor migranten die door Nederlandse regelgeving in de knel waren gekomen. De Raad van Kerken heeft er in 1999 een theologische verwoording bij gegeven en richtlijnen om te doordenken wanneer een kerkasiel binnen de grenzen van de wet wel of niet past als middel.1

In al die jaren bracht de overheid het respect op om een kerkgebouw niet binnen te vallen, ook al was daar geen daadwerkelijke kerkdienst. Dat respect was er nu niet (blijkens directe uitlatingen van de Dienst Terugkeer en Vertrek tot het gezin Tamrazyan) en dat gaf de noodzaak om voor een Armeens gezin een continue kerkdienst te beginnen. In de kerkdienst van het kerkasiel voor het gezin Tamrazyan konden we aandacht vragen voor de uitzichtloze situatie van honderden vluchtelingengezinnen in Nederland, die door een recente, betwistbare invulling van de regeling kinderpardon voor vluchtelingen in de knel waren gekomen. Allerlei andere organisaties deden dat op hun eigen wijze ook. Alles bij elkaar resulteerde dat in een beslissing van staatssecretaris Harbers om eenmalig deze groep met een ander criterium te gaan beoordelen. De dag dat Harbers zijn besluit in een Kamerdebat toelichtte, werd de dag waarop de kerkdienst van het kerkasiel Bethel werd beëindigd. Dat gebeurde met lachen en geween: vreugde om een hoopvol uitzicht voor ruim duizend kinderen, maar ook verdriet om allerlei vluchtelingen die niet onder de eenmalige regeling vielen en voor wie andere vormen van aandacht, vieren en protest nodig zijn.

Jan-Jaap Stegeman: Een omgekeerde Emmaüservaring

Voor mij was het meest bijzondere van het voorgaan in het Kerkasiel niet zozeer de viering zelf als wel wat ik direct na het vervullen van mijn beurt meemaakte.

Tijdens het deel dat ik mocht invullen, vierden we samen het avondmaal. Dat was voor mij, om eerlijk te zijn, vooral een praktische keuze: het kost tijd. Natuurlijk leek mij de hele situatie een uitgelezen moment om het te vieren. Het ging hier om breken en delen, om het anticiperen op de realiteit van de verzoening, ‘een tafel voor alle volken’. Ik bleek onbewust de gedachte bij me te dragen dat wij, dragers van het Kerkasiel, deze realiteit dichterbij brachten, door onze daad van gastvrijheid. Toen ik het liturgische estafettestokje had doorgegeven, kwam ik met mijn gezelschap in de gemeenschapsruimte. Bijzonder, zoals de verstilde viering door één muur gescheiden was van dit provisorische actiecentrum, waar en passant de internationale pers even te woord werd gestaan.

Het was etenstijd, en wat er toen gebeurde was een soort omgekeerde Emmaüs-ervaring. Wij wilden verdergaan en stonden het dichtstbijzijnde fastfoodrestaurant te googelen, want Friesland was nog wel een eindje rijden. Bovendien: we zouden anders toch vast komen te staan in de file.

Ineens stond vader Tamrazyan naast ons, en drong er bij ons op aan dat we zouden blijven eten. We keken elkaar wat ongemakkelijk aan. Sowieso, zou er wel genoeg zijn? En is dit wel onze plaats? Hebben ze niet recht op hun privacy? Er komen elke dag honderden mensen langs. Wat een hectiek om in te leven.

Maar er was geen ontkomen aan zijn gastvrijheid. Een vriendelijk, maar stellig ‘blijf bij ons’. Wat bedremmeld schoven we aan tafel. Het overgebleven avondmaalsbrood werd een broodje bij de soep. We hoorden de verhalen, de boosheid, de onmacht en de twijfels over de afloop van deze operatie.

Op de terugweg zeiden we tegen elkaar: ‘Wie was hier nou precies gast, en wie gastheer? En wie onthulde het geheim van de gastvrijheid aan wie?’

Ds. Jan-Jaap Stegeman is predikant van wijkgemeente ‘De Jacobijner’, Leeuwarden.

De dienst ging voortdurend door, ook bij het repareren van de piano, het optuigen van de kerstboom of het stofzuigen.

Zingen en stofzuigen

Zolang er een kerkdienst bezig was, was Bethel (‘Huis van God’, Genesis 28:19-22) een veilige plek met een veilige tijd voor dit gezin en konden anderen met de politiek in gesprek gaan over een constructieve oplossing. Met dit uitgangspunt ontstond er een bijzondere kerkdienst, waarvan we niet wisten hoe die zich zou ontwikkelen. De ruimte deed veel in Bethel. Er is een eenvoudige, vierkante kerkzaal met losse stoelen, zonder podium en daardoor flexibel te gebruiken. Een achterwand met gekleurd mozaïek en wit kruis trekt de aandacht. Een pijporgel en een vleugel maken muzikale begeleiding mogelijk. De wekelijkse Taizévieringen van de protestantse wijkgemeente West droegen de zogenaamde vriendschapsicoon aan, die tegen de achterwand stond. In de loop van het kerkasiel kwam daar het kruis van Taizé bij en een grote reproductie van het schilderij Madonna del Mare Nostrum van Hans Versteeg, die gaandeweg de aard van de dienst ging kleuren.

Wies Houweling: Inspiratie van de Bethelkerk

Samen met Paul Rasor, predikant van de Unitarians Universalist Association uit de VS, mocht ik een viering leiden in de Bethelkerk. Het was inspirerend om met zulke grote verschillen om te gaan in een viering en toch alleen voor één ding te komen: solidariteit!

In de viering vooraf ging een voor ons bekende vrijzinnige voorganger voor. Dit was een heel hartelijke overgang. Na ons was er een voorganger met een koor van een beduidend andere signatuur. Dat was een veel afstandelijker overgang. Ik had wel een soort overdracht bedacht, maar die ging verloren in de organisatie van koor en organist. Ook hierin verschillen we.

Wij kozen voor een vrijzinnige invulling van onze viering. Aan het begin was er gelegenheid voor iedereen een lichtje aan te steken en daarbij blijdschap en/of zorgen uit te spreken. Bijna alle mensen gebruikten dit moment om aan te geven waarom ze er waren en waar ze vandaan kwamen. Er waren zelfs mensen uit Enschede. Voor sommigen was het ook emotioneel om te doen. We begrepen elkaar dan misschien niet helemaal, maar streefden toch hetzelfde na: een ruimhartiger kinderpardon. Zelden kwam dat zo naar voren.

Als thema kozen we ‘water’, belangrijk, omdat het met vluchtelingen te maken heeft en, ten diepste, met onszelf. Met vluchtelingen: vanwege alle kinderen, mannen en vrouwen die op de Middellandse Zee verdronken zijn op hun vlucht of reis naar Europa. Met ons: omdat hetzelfde water ons verbindt met hen. Wij zijn een onlosmaakbaar levend systeem van mensen als water. Alles is verbonden.

We lazen Marcus 6,48-54 en een verhaal van Confucius uit de vijfde eeuw voor Christus: ‘Ik volg de loop van het water’. We deelden in een waterceremonie, waarin ieder een paar druppels en woorden bijdroeg, en lieten een door ons allen gezegend flesje met water achter in de Bethelkerk.

Wies Houweling is algemeen secretaris bij Vrijzinnigen Nederland en predikant in de PKN.

Uit de liturgie:

‘Het begint met een dropje, dan een druppel, geborrel, het geluid van water dat naar haar bestemming vloeit en ten slotte, de grote eindeloze zee. Alle rivieren lopen naar de zee.’

´s Nachts waren er meestal twee of drie mensen in deze ruimte, overdag vaak tien en op hoogtijdagen zat de kerkzaal vol met honderdvijftig mensen. Het gezin kon overigens slapen en verblijven in een inpandige kosterswoning en had daar de broodnodige privacy op de momenten dat ze niet in de dienst aanwezig waren.

De dienst ging voortdurend door, ook bij het repareren van de piano, het optuigen van de kerstboom of het stofzuigen, al waren er natuurlijk ook dode momenten en changementen. De tijden van het kerkelijk jaar trokken aan ons voorbij: herfst, advent, kerst, epifanie. Elke dag weer konden we morgenliederen zingen en de nacht begroeten.

Er werd veel gezongen in Bethel, uit allerlei bundels, van Liedboek tot Opwekking, van Oosterhuis tot Hemelhoog. Er werd uit de Bijbel gelezen, gebeden en gepreekt. Via internet konden voorgangers opgeven om een klokuur of meer in het rooster in te vullen. Sommige voorgangers deden dat door een kerkdienst te herhalen van afgelopen zondag of proef te draaien voor de komende zondag. Anderen haalden een betekenisvolle dienst van jaren her tevoorschijn om hier te vieren. De Nassaukerk uit Amsterdam voerde een zelfgemaakt buurtcantate uit, die ze al eerder hadden gezongen. Veel vieringen werden voor de gelegenheid gemaakt rond thema´s als vluchten (Ruth), veiligheid en hoop. Andere vieringen sloten aan bij de tijd van het jaar: advent, kerst, Nieuwjaar. Op Martin Luther Kingdag (21 januari 2019) was er een afvaardiging van de Mennonite Church uit Ohio, die teksten van Martin Luther King las. Soms waren er bijzondere vieringen voor kinderen (met muziek of metGodly play). Vaak is ook het Avondmaal gevierd. Sommige uren werden anders ingevuld dan met de gebruikelijke bestanddelen van een kerkdienst. Zo zijn er meditatieve uren geweest, onder andere met het lopen van een labyrint, er zijn gedichten gelezen en besproken, er is gedanst en soms was er een sing-in met Opwekkingsliederen of een Top 2000-dienst.2 De eindeloze uren nodigden uit om te doen wat je anders niet zomaar doet, bijvoorbeeld het lezen van de langste psalm uit de Bijbel (Psalm 119, een lofzang op de wet) of het lezen van een compleet evangelie. Altijd brandde de paaskaars en er werden veel kaarsjes als gebeden aangestoken. Een tijdlang was er een gebedsmuur van kippengaas, waar kerkgangers briefjes met wensen en gebeden in konden steken.

Zo gaat dat wanneer mensen uit allerlei kerkgenootschappen (protestantse kerken, roomskatholieke kerk, oud-katholiek, evangelische beweging, migrantenkerken) en allerlei landen (België, Duitsland, Zwitserland, Verenigde Staten) hun aandeel leveren. Uiteindelijk zijn er niet echt nieuwe rituelen of vormen ontstaan. Het was eerder zo dat alles wat er gebeurde een bijzondere lading kreeg, uitgelokt door de bijzondere situatie.

Openheid, gemeenschap en gewicht

Wat maakte de kerkdienst in Bethel nu zo bijzonder, afgezien van de lange duur ervan? Allereerst had de dienst een uitnodigende openheid. Openheid heeft een kader nodig. Het kader bij de dienst van Bethel was, dat we aan de voorgangers aangaven: het is een christelijke kerkdienst, onder ambtelijke verantwoordelijkheid van de Protestantse Kerk Den Haag. Voorgangers uit andere kerkgenootschappen en ook leken zijn van harte welkom om een gedeelte van de dienst in te vullen. Avondmaal, eucharistie of communie kun je vieren wanneer je als voorganger binnen je eigen kerkgenootschap daartoe gerechtigd bent. Inbreng vanuit een andere religie of levensovertuiging is welkom, maar dan bijvoorbeeld als dialogisch onderdeel van de viering.

Binnen dit kader was er vervolgens openheid om de ruimte en de tijd op eigen wijze in te vullen en dat gebeurde uitbundig. In de liturgische theorie wordt wel gesproken over ‘bricolageliturgie’, om aan te duiden dat binnen een liturgie elementen uit allerlei tradities op een gelijkwaardige manier worden opgenomen. Voor de dienst van Bethel gaat deze karakterisering misschien te ver, omdat in een bricolageliturgie de verschillende elementen ook op elkaar inwerken en dat was in Bethel niet prominent het geval. De liturgie daar zou ik liever een ‘mozaïekliturgie’ noemen, denkend aan de achterwand van de kerkzaal van Bethel. De uren liturgie vormden bij elkaar een mozaïek met onderscheiden elementen, maar wel een geheel. Wie weg wilde lopen, kon dat altijd doen en was niet gehouden aan klokuren. Ook dat was een welkome en ongebruikelijke vorm van openheid.

De dienst van Bethel creëerde ook een bijzondere gemeenschap. Een gemeenschap heeft een vaste kern, met eigen gewoonten en gasten die voor de gelegenheid aanschuiven. In Bethel was het bijzondere dat er geen staande gemeenschap was die bepaalde wat er in de liturgie gebeurde, maar dat iedere voorganger en iedere kerkganger door het binnenkomen in Bethel onderdeel werden van een gemeenschap. Er ontstond een liturgische gemeenschap van gasten met hun eigen viervormen, zonder enige agenda om de gasten tot leden te maken of binnen een vast stramien te plaatsen. We waren allemaal te gast, met het gezin Tamrazyan door hun continue aanwezigheid als eigenlijke gastheer. Daardoor kreeg de liturgie een uitstraling van gelijkwaardigheid, waarin ook niet-kerkelijke bezoekers zich opgenomen voelden.

Het fascinerende aan de kerkdienst van Bethel was, dat alles wat er gebeurde bepaald werd door de liturgie of tot liturgie werd. Bij de kerkdiensten en vieringen die ik gewoonlijk bezoek, is vaak het niet-liturgische medebepalend: de dienst moet op tijd ophouden, want de kinderen wachten in de nevendienst, we krijgen zin in koffie, de zaal is verhuurd aan een andere groep, of er moet nog vergaderd worden. Hier werd alles opgenomen binnen de liturgie: van een gesprek tot het eten van mandarijntjes na een lange nacht waken.

De liturgie gaf een prangend gewicht aan wat er in de dienst gebeurde en werd gezegd.

De liturgie werd een allesbepalende kracht. Die gaf een prangend gewicht aan wat er in de dienst gebeurde en werd gezegd. Het Taizélied ‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’, het lievelingslied van het gezin Tamrazyan, kreeg een speciale lading, gezongen bij een gezin dat zijn toevlucht had gezocht in een kerk. Een lied met een gebed voor de overheid, een psalmtekst over het schuilen bij God: de horizon van een gezin dat enkel alleen dit leven in dit kerkgebouw had, maakte alles anders.

Dat kon niet blijvend zijn, en dat was misschien ook wel de kracht van deze liturgie: dat het vieren totaal verbonden was aan dit ene moment, voor deze ene zaak van het kinderpardon.

Kaarsen en gebeden

‘We waren op alles voorbereid, alleen niet op kaarsen en gebeden’, zegt een Stasi-officier in de roman Nikolaikirche van Erich Loest over het wekelijkse vredesgebed in Leipzig, waarmee de val van de Muur in Oost-Duitsland in oktober 1989 begon. Deze uitspraak is binnen de muren van Bethel regelmatig aangehaald.

Bij alle vijftig malen kerkasiel is er gevierd en gebeden, en dat gebeurt door het hele land in allerlei diensten en wakes. Door de druk van het ministerie en de prangende politieke situatie rondom het kinderpardon ontstond er de unieke continue kerkdienst van Bethel, waar gevierd werd wat een Godshuis kan betekenen voor wie zoeken naar veiligheid. Voor een tijd werd dat een plaats van God.

Theo Hettema werkt als theoloog bij het Protestants Landelijk Dienstencentrum en bij het Seminarium van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. Hij was als voorzitter van de Algemene Kerkenraad van de Protestantse Kerk Den Haag betrokken bij het kerkasiel Bethel.

1 Raad van Kerken in Nederland, Overwegingen rond kerkasiel van de Raad van Kerken, Oecumenische bezinning nr. 17. Amersfoort: Raad van Kerken in Nederland, 1999, 2e editie 2004.

2 Van veel uren kerkdienst zijn de liturgieboekjes verzameld. Wie onderzoek, nascholing of scriptie hieraan wil wijden, kan contact opnemen met de auteur, tlhettema@pthu.nl.

< Terug