< Terug

Saul en de vrouw die geesten beheerst in Endor

In 1 Samuël 28 wendt koning Saul zich in wanhoop tot de gestorven Samuël, door hem op te laten roepen door een vrouw in Endor. Traditioneel staat zij bekend als ‘de heks van Endor’. Wat weten we eigenlijk van de praktijk van het oproepen van geesten in het oude Israël? Diverse teksten spreken een verbod hiertegen uit en een dergelijk verbod heeft alleen zin wanneer de verboden praktijk daadwerkelijk gepraktiseerd werd.

Saul zag het Filistijnse leger en hij was erg bang.
Hij raadpleegde Adonai,
maar Adonai antwoordde hem niet, in dromen, Urim of profeten.
Toen vroeg Saul aan zijn dienaren:
‘Vind voor mij een vrouw die geesten beheerst
zodat ik naar haar kan gaan en raad kan vragen door haar’.
De dienaren zeiden hem: ‘Een vrouw die geesten beheerst is in Endor’.
[…]
‘Weet jij wel wat Saul heeft gedaan, dat hij de geest-raadplegers uit het land heeft verwijderd?’
‘Er zal jou hierom niets gebeuren’.
‘Wie zal ik doen opgaan voor jou?’
‘Doe Samuël voor mij opgaan!’
De vrouw zag Samuël en ze riep het uit met luide stem.
‘Wat heb je gezien?’
‘Goden zie ik die opkomen uit de aarde’.
‘Wat is zijn vorm?’
‘Een oude man komt op en hij is gewikkeld in een mantel’.
Toen wist Saul dat het Samuël was.

(1 Samuël 28:5-14)

Je zou verwachten dat Samuël als personage te vinden is in de boeken 1 en 2 Samuël. Vreemd genoeg is dat niet zo. Sterker nog, in 2 Samuël komt Samuël helemaal niet meer voor. Bovendien staat in 1 Samuël 25 geschreven dat Samuël gestorven is. Om dat feit als het ware te bekrachtigen, staat het nog een keer vermeld aan het begin van het verhaal van 1 Samuël 28:3: Saul in Endor. Toch is dit verhaal ook het laatste waarin Samuël optreedt. Nadat al twee keer is gezegd dat hij dood is, wordt hij geroepen of opgeroepen om geraadpleegd te worden. En raad geeft hij. Nou ja, hij geeft Saul zijn noodlot.

Het verhaal van de gebeurtenissen in Endor in 1 Samuël 28 is de enige plaats in de Bijbel waar het oproepen van een geest niet alleen als verbod genoemd wordt, maar ook daadwerkelijk plaatsvindt. Het verbod werkt overal door, zelfs in ons hoofd als we het verhaal lezen. Als het gaat om het oproepen en bezweren en raadplegen van geesten houden we vooral het verbod voor ogen dat in de wetsteksten beschreven staat: dit wordt bijvoorbeeld in Deuteronomium 18 en in Leviticus 19-20 veroordeeld. Generaties exegeten hebben geprobeerd te bewijzen dat in werkelijkheid geen geest opgeroepen zou zijn. De woorden van het verhaal laten echter geen ruimte om te denken dat het niet werkelijk is gebeurd.

De vrouw beschrijft wat ze ziet, Samuël spreekt, met woorden zoals ieder levend personage wordt geïntroduceerd. Saul hoort Samuëls stem zoals hij ook andere stemmen hoort. Bovendien is de boodschap van Samuël van dezelfde strekking als de boodschap die hij voor zijn dood overbracht: David zal Saul opvolgen, niet zijn zonen. De ’ēšet ba‘ălat-’ôb, de vrouw die geesten beheerst, zorgt ervoor dat die boodschap hem bereikt.

Grensbepaling

Magie en magisch handelen zijn uit de religieuze identiteit van Israël verdwenen. In de begintijd, waarvan we sporen terugvinden in de oudere verhalen, is magisch handelen onderdeel van de religieuze en rituele werkelijkheid. Magie wordt gedefinieerd als ‘handelen door een persoon, met of zonder toeschrijving aan God, waarbij geen fysiek, causaal verband is met de verwachte of werkelijke resultaten’ (Dolansky 2008, 99). Pas later worden sommige magische handelingen illegaal verklaard. Met name de standaardisering van het religieus handelen zorgt voor identiteitsbepaling. Door de cultus te centraliseren in de tempel en de priesters zijn enige officiële beoefenaren te maken, kon men grip houden op de relatie en communicatie met God. In plaats van de mogelijkheid van iedereen om bepaalde magische handelingen te verrichten om de communicatie met God te bewerkstelligen, is dat opeens voorbehouden aan enkelen. Deze priesters controleren de rituele zuiverheid en daarmee de relatie tussen het volk en God. De beweging van sjamanisme tot tempelcultus is niet alleen in de Hebreeuwse Bijbel terug te vinden, maar ook in andere teksten en culturen in Mesopotamië.

De verhalen over de staf die door Mozes en Aäron in een slang verandert, zouden later als niet geoorloofd magisch handelen zijn veroordeeld. In de confrontatie tussen Elia en de Baälprofeten in 1 Koningen 18 zien we handelingen die we als magisch zouden moeten beoordelen, die bepalen welke God aanbeden moet worden. Ook hier gaat het om een grensbepaling: wie hoort binnen en wie buiten de religie.

Saul te Endor – Jacob Cornelisz van Oostsanen 1526. Rijksmuseum Amsterdam.
Links, op een magische cirkel zit de heks op haar troon van uilen en beoefent haar hekserij. Een sater houdt een boek vast met toverspreuken. Rechts proeven vier vrouwen en twee geiten hun brouwsel. Rechts van hen staat een duivel met een draailier. Heksen en duivels vliegen door de lucht. Links staat koning Saul voor het huis. De ruïne op de achtergrond biedt ons een doorkijk: de profeet Samuel en Sauls zelfdoding.

Communicatie binnen de grenzen

In de ontwikkeling van de identiteit van Israël zijn sommige gebruiken uit de omgeving van het volk van Israël veroordeeld. Zij doen dat en wij doen dat niet. Op die manier worden de grenzen van wie binnen en buiten de groep zijn duidelijk. Een aantal gebruiken van omringende volkeren wordt afgewezen, andere blijven bestaan. Een duidelijke reden voor het afwijzen van het oproepen van geesten om raad te verkrijgen, heeft te maken met de controle over de communicatie met God.

In het begin van het verhaal wordt verteld dat Samuël is gestorven, om als het ware nog een keer duidelijk te maken dat die weg van communicatie is afgesloten. In de oude verhalen in de Bijbel lezen we over mensen die door dromen of door rechtstreekse communicatie van God te horen krijgen wat van hen verwacht wordt. Aan God worden antropomorfe eigenschappen op veel plekken in de Bijbel toegeschreven. Het is de typische, metaforische manier waarop wij kunnen spreken over wat ons overstijgt, zoals God.

In de vorming van de natie wordt deze vorm van communicatie steeds meer verlegd naar tussenpersonen. Naar een aantal wordt hier ook verwezen. Saul zoekt informatie via dromen; hij hoopt op communicatie via priesters, die boodschappen via Urim of Thummim, lotsstenen, interpreteren; en hij zoekt antwoorden via profeten. Profeten waren ook officiële figuren in de regering van de koningen. Samuël was de profeet die zelf de eerste koning had aangesteld op verzoek van het volk en na overleg met God. Hij had Saul al vaak bijgestaan in de oorlog tegen de Filistijnen. Maar met het overlijden van Samuël was zijn raad niet meer beschikbaar.

Ten minste, zo lijkt het. Maar Saul denkt meteen aan andere manieren van contact leggen. Hij had net mensen die geesten beheersen en via hen om raad vragen en kennis proberen te verkrijgen, illegaal verklaard. Hij had hen buiten de grenzen van Israël verbannen. Al wist hij dat ze er nog waren. Maar waar? Zijn dienaren wisten meteen het antwoord: in Endor, net over de frontlinie, de grens van dat moment. Door de oorlog tegen de Filistijnen waren ze vlakbij, op de Gilboa vlakte. Ze konden er dezelfde nacht nog naar toe.

Nikiforovich Dmitry Martynov (1826-1889)
Saul te Endor, 1857.

Beschrijving van een praktijk

In het verhaal van Saul in Endor staat niets beschreven over de mogelijk magische of rituele handelingen door de vrouw om Samuël te laten verschijnen. Dit in tegenstelling tot geschriften uit omliggende landen, waarin soms heel uitgebreid spreuken, offers en rituelen beschreven staan. We kunnen het handelen van de vrouw en eigenlijk het hele verhaal van 1 Samuël 28 vergelijken met de beschrijvingen van het aan- of oproepen (van geesten) in Ugaritische en Mesopotamische rituelen. Hierbij kan het zowel gaan om de omstandigheden als om de rituele handelingen. De parallellen met het verhaal in 1 Samuël 28 zijn duidelijk te vinden.

Ugaritisch aanroepingsritueel:

* Er is sprake van een crisis die de hele natie aangaat.
* Het vindt plaats in de nachtelijke uren.
* De opgeroepen geest wordt met naam genoemd.
* De vergoddelijkte naam voor de doden is ilu.
* Er is sprake van vragen en antwoorden.
* Het ritueel wordt afgesloten met een rituele maaltijd voor de doden.

Mesopotamisch ritueel:

* Er is sprake van professionele doden- of geestaanroepers.
* Doden komen door een gat vanuit de onderwereld naar boven.
* Er is sprake van orakelvragen (die met ja of nee beantwoord kunnen worden).
* De doden brengen de goddelijke boodschap naar de levenden, met name koningen.

In het verhaal van 1 Samuël 28 vinden we zowel de omstandigheden, als de onderdelen en het slotelement terug van de Ugaritische rituelen:

  • Er is sprake van een nationale crisis, aangezien de Filistijnen Israël bedreigen.
  • Er is heel duidelijk en expliciet sprake van een nachtelijke setting.
  • Een geest wordt opgeroepen (qara’) bij naam – zowel het woord ‘ob (geest) als de naam Samuël worden genoemd.
  • De vergoddelijkte naam voor geesten ilu vinden we terug in de Hebreeuwse variant ’élohîm (1 Samuël 28:13) in de beschrijving van de vrouw.
  • In het gesprek tussen Samuël en Saul is sprake van vragen en antwoorden.
  • De vrouw gaat voor in een rituele maaltijd.

De maaltijd aan het eind van het verhaal in 1 Samuël 28 is lang door exegeten als een gewone, gastvrije maaltijd benoemd. Echter de gebruikte woorden en handelingen, als ook de omstandigheden van het raadplegen van de geest van Samuël ervoor, wijzen duidelijk op een rituele handeling, een rituele maaltijd. Ook zijn hier de elementen van de Mesopotamische rituelen terug te vinden:

  • De professional die de geest raadpleegt is de vrouw.
  • De geest wordt uit de onderwereld opgeroepen.
  • We kunnen opmaken uit Samuëls eigen woorden dat hij ergens is waar hij rust (‘waarom heb je mijn rust verstoord door mij op te laten komen’, 1 Samuël 28:15). Het is een plaats die beantwoordt aan het beeld van Sheol, onderwereld, onder de wereld, want Samuël ‘komt omhoog’ ‘allah’. Het is een plek waar doden zijn (‘morgen zullen jij en je zonen bij mij zijn’, 1 Samuël 28:19).
  • Het oproepen van de geest geeft de koning toegang tot de goddelijke boodschap.

In dit verhaal worden elementen die in de culturele en taalcontext van Israël passen, gecombineerd (‘geblend’, voor wie mijn proefschrift kent) met personen/personages uit de verhalen van het volk van Israël. Hierdoor wordt een situatie gecreëerd waarin een illegale handeling, illegale magie, met een illegale beoefenaar, leidt tot legale communicatie tussen God via zijn profeet en de koning. De parallellen met de beschrijving van de rituelen uit de omgeving van Israël benadrukken dat hier sprake is van een ritueel buiten de Israëlitische cultische, religieuze grenzen. De grens van het illegale handelen en de legale communicatie wordt door de vrouw overschreden, en via haar handelen. Zonder haar zou Saul niet weten wat hem te wachten stond. Maar er is geen enkel voorbehoud als het gaat om de effectiviteit van dit ritueel.

Exegeten hebben gemeend dat de vrouw geen enkele invloed had op het verschijnen van de profeet. Hij zou dan uit zichzelf verschenen zijn of door toedoen van God. Echter, er staat niets om die bewering te staven. De schreeuw van de vrouw bij het herkennen van Samuël en het besef dat het dan dus Saul moest zijn die voor haar stond, wordt vaak als ‘bewijs’ genoemd van haar onvermogen tot oproepen. Zij zou dan verrast zijn dat haar (niet) handelen resultaat heeft gehad. Maar naar mijn mening kan de schreeuw zeker ook verklaard worden omdat de vrouw op dat moment besefte dat zij in direct persoonlijk gevaar verkeerde. Zij verrichtte een illegale handeling in het bijzijn van de wetgever zelf.

Verbeelding vanuit de middeleeuwen

In de middeleeuwen kende Europa zware vervolgingen van mensen die als heks en tovenaar werden gezien. Zij werden beschuldigd van het voltrekken van illegale magische praktijken, vaak door middel van het aanroepen van geesten en goden met als doel het kunnen manipuleren van mensen en situaties. De parallel met de vorming van de cultus en de natie van Israël is duidelijk. Ook daar werd wat legaal en illegaal zou zijn, de norm, bepaald door mensen die het rituele handelen wilden controleren. Magische handelingen zouden zijn voorbehouden aan de priesters (en in de tijd van de profeten ook de profeten), om het volk te verzekeren van de juiste communicatie met en sturing door de juiste God.

Ook in middeleeuws Europa wilde de kerk haar macht consolideren door de norm te bepalen, de cultus te beheersen en controleren en dus de grens te trekken tussen wat wel en niet legaal was, waar men op kon vertrouwen en waarop niet. De controle over de communicatie met God: een krachtige positie.

In de middeleeuwen werden bijbelverhalen ook door kunstenaars geïllustreerd. Zo schilderde de Nederlandse schilder Jacob van Oostsanen een doek met de naam ‘Saul bij de heks van Endor’ in 1526. Het doek hangt sinds de 19e eeuw in het Rijksmuseum. De praktijken waarvan middeleeuwse heksen en tovenaars werden beschuldigd werden verbonden met het verhaal van de vrouw die geesten beheerst in Endor. Van een ‘professional’ die een beroep uitoefent dat bekend was in de tijden van het oude Israël in het hele Oude Nabije Oosten – weliswaar later in Israël illegaal verklaard – werd ze een ‘heks’. Dat middeleeuws beeld is aan haar blijven hangen. Zelfs nu nog wordt naar de tekst verwezen als ‘de heks van Endor’. De omschrijving ‘heks’ verwijst echter naar een middeleeuws concept. De tekst van 1 Samuël 28 verwijst naar concepten uit het Oude Nabije Oosten. Daarom is het woord of concept ‘heks’ onbruikbaar voor de verwijzing naar de oudtestamentische context, omdat het beelden oproept die niet uit de context van de bijbelverhalen komen. Ik stel daarom voor de vrouw die geesten beheerst in Endor nooit meer ‘heks’ te noemen.

Slot, op de grens

Het lukt Saul via illegale weg zijn profeet te pakken te krijgen. Het lukt hem op deze wijze een boodschap van God te krijgen. Het verschil met het verbod op het raadplegen van geesten in Deuteronomium en Leviticus zit in de taal. Waar de verboden in de wetsteksten de illegale communicatie tussen geesten en mensen betreft, gaat het bij de profetische teksten in 1 Samuël 28 om een koning die – via illegale weg – met God wil praten, via de legale weg, namelijk via zijn profeet. Het is een grensgeval.

Het brengt Saul geen geluk. Hij weet nu dat hij de volgende dag dood zal zijn. Hij zal dan met de dode Samuël zijn, waar dat ook is. Zo dood als het maar zijn kan. Met Saul zal ook de lijn van opvolgers uitsterven. Als niemand van je lijn van opvolgers de herinnering aan jou levend houdt, ben je pas echt gestorven. Saul gaat zijn noodlot tegemoet. Maar omdat in het boek 1 Samuël de verhalen van Saul en David verweven zijn, moet hij nog wachten tot in hoofdstuk 31. Pas dan is het ‘de volgende dag’, pas dan vindt de veldslag tegen de Filistijnen plaats. Pas dan sterven Sauls zonen, en door zich in zijn zwaard te laten vallen hijzelf ook. Saul is een dead man walking, een man op de weg die naar zijn dood zal leiden. Hij bevindt zich al op de grens van dood en leven.

Miranda Vroon-van Vugt promoveerde in 2013 aan de Universiteit van Tilburg bij prof.dr. Ellen van Wolde op een cognitief taalkundig onderzoek van 1 Samuël 28. Sinds enkele jaren werkt ze als geestelijk verzorger bij het Elisabeth-Tweestedenziekenhuis in Tilburg.

Literatuur

Dolansky, Shawna. 2008. Now You See It, Now You Don’t: Biblical Perspectives on the Relationship between Magic and Religion. Winona Lake: Eisenbrauns.

Stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen. 2014. ‘Saul bij de heks van Endor, 1526’. https://www.jacobcornelisz.nl/oeuvre/schilderijen/saul-bij-de-heks-van-endor-1526/

Vroon-van Vugt, Miranda. 2013. ‘Dead man walking in Endor: Narrative mental spaces and conceptual blending in 1 Samuel 28’. PhD diss., Tilburg University. https://pure.uvt.nl/ws/portalfiles/portal/1557588/Vroon-van_Vugt_dead_man_19-12-2013.pdf

Vroon-van Vugt, Miranda. 2005. ‘Saul in Endor. Een taalkundige studie als reactie op het bijbelwetenschappelijke onderzoek naar 1 Samuël 28:3-25.’ Doctoraalscriptie, Theologische Faculteit Tilburg. https://pure.uvt.nl/ws/portalfiles/portal/1126894/Saul.pdf – Hierin een overzicht van exegetische publicaties over deze bijbeltekst tussen 1980 en 2005.


< Terug